Column

Een brave anatomische les met Ria Bremer

Zap

Je steekt een hoop op van het programma ‘De Anatomische Les met Ria Bremer’, over de geschiedenis van de geneeskunde. Het mag alleen wel iets spannender gebracht worden.

Tabaksrookklisteer in Ria Bremers ‘Anatomische les’.

Vroeger dachten ze dat iedere vrouw twee baarmoeders had: eentje voor de jongens, en eentje voor de meisjes. En als een drenkeling beademd moest worden, bliezen ze tabaksrook in zijn anus.

Zo steek je een hoop op van De Anatomische Les met Ria Bremer (NPO 2), een vierdelig programma over de geschiedenis van de geneeskunde. Bremer behoort zelf tot de medische geschiedenis: van 1981 tot 2000 presenteerde zij het medische programma Vinger aan de pols. Met dit nieuwe programma maakt zij haar comeback op tv. Mart van Lieburg, hoogleraar medische geschiedenis, is de gids die haar mooie oude boeken en schilderijen laat zien.

Hij begint met De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp, het schilderij van Rembrandt uit 1632. In de Gouden Eeuw begon de moderne gezondheidszorg, toen de Brusselaar Vesalius (Andries van Wesele) besloot eens een mens open te snijden en te kijken hoe die er van binnen uitzag. Voordien was de geneeskunde losjes gebaseerd op de anatomie van varkens en honden. In mensen snijden was verboden.

Deze eerste aflevering gaat over anatomie (nuttig) en over het populaire aderlaten (zinloos). Een goede mix, want de medische geschiedenis gaat over de ontdekkingen die de wetenschap verder hebben geholpen, maar vooral ook over de merkwaardige waanbeelden die in het verleden de heelkunde beheersten. Dat geeft te denken: wat voor onzin geloven wij nu? Worden wij over honderd jaar ook glashard uitgelachen?

Om het ietwat brave programma op te vrolijken, had Bremer nog veel meer fantastische voorbeelden van medisch dwalen kunnen noemen. Heel kort laat ze wat intrigerende plaatjes zien: een man met een balzak als een poef, waar onduidelijke voorwerpen uit vallen, en een jongetje dat van zijn hoofdschimmel wordt afgeholpen met kokend teer. Helaas laat ze het hierbij want ze „wilde er ook weer geen rariteitenkabinet van maken.”

Amputatie zonder verdoving lijkt ook een slecht idee. Van Lieburg zegt over de 17de eeuw: „Pijn was op een veel bredere manier aanwezig dan bij ons.” Hij suggereert dat de tolerantie jegens pijn daarom hoger lag. Al die pijnen waarvan wij nauwelijks last meer hebben, alleen al dankzij de tandarts en de anesthesist; daar mogen we wel eens dankbaar voor zijn.

Cabaretier Richard Groenendijk presenteert de vierdelige serie 100 jaar Sonneveld, over zijn grote voorbeeld Wim Sonneveld (1917-1974), die woensdag een eeuw geleden werd geboren. Hij was een intrigerende artiest die zong in de traditie van het Franse chanson. Homo en bekeerd katholiek, maar dat hield hij geheim. In het eerste geval omdat hij bang was dat het publiek minder van hem zou houden. In het tweede omdat hij bang was dat collega’s hem ermee zouden pesten.

Sonneveld begon midden in de oorlog een eigen cabaretgroep, die in 1943 debuteerde. Volgens hem hadden de mensen juist in de oorlog behoefte aan vertier. Om vrij te kunnen spelen, werd hij lid van de Kultuurkamer van de nazi’s. Groenendijk noemt het niet.

Sonneveld had zijn dubieuze kanten, maar daar horen we niets van in dit eerste deel. Het gaat er niet om dat Groenendijk zijn idool kritischer moet benaderen, het gaat erom dat Sonneveld er meer reliëf van krijgt, waardoor het programma wat minder vlak zou zijn. Hopelijk dus volgende keren wat meer over Sonnevelds angsten, zijn streken, zijn pijn.

Wilfred Takken verving deze week Hans Beerekamp.

In dit verhaal werd Richard Groenendijk per ongeluk Groeneveld genoemd. Dit is inmiddels aangepast.