‘Als ik straks terugkom, ben ik dan nog interessant?’

Expatpartners

Als je partner een baan in het buitenland krijgt, wat betekent dat voor jouw carrière? „Je kunt beter onder je niveau werken, dan een gat op je cv oplopen.”

Melanie Dowling (midden) met andere expatvrouwen en hun kinderen. Totdat ze een baan heeft, zorgt Melanie voor haar twee dochters. Foto Cynthia van Elk

Melanie Dowling wist meteen dat ze mee wilde, toen haar man – een bankier – vertelde dat hij in New York kon werken. Het avontuur woog ruimschoots op tegen het opzeggen van haar baan als accountmanager bij Rabobank. Een goede baan, ze was verantwoordelijk voor 120 zakelijke relaties van de bank. En toch voelde het niet alsof ze haar carrière aan de wilgen hing toen ze besloot voorlopig niet te werken. Eerder als een tijdelijk „stopje”. Inmiddels wonen ze bijna twee jaar in Connecticut, vlakbij de stad New York. Haar man reist elke dag op en neer naar Manhattan en Melanie (35) zorgt voor hun twee kinderen: een dochter van vier jaar en eentje van zes maanden.

Nu begint de gedachte zich op te dringen of ze misschien toch haar carrière wil oppakken. Het is dubbel, zegt Melanie. Sinds ze zijn geëmigreerd, en ze alle verplichtingen in Nederland van zich af hebben geschud, hebben ze meer tijd voor elkaar. Op vrije dagen zijn ze écht samen: nu zij het huishouden draaiende houdt, hoeven ze in het weekend niets meer te doen.

Aan de andere kant: nu is ze aan het eind van de dag al blij als het huis is opgeruimd en de kinderen gegeten hebben. Melanie: „Ik mis het gevoel dat presteren in je werk geeft, de waardering voor mezelf. Het geeft me weinig voldoening om alleen maar over kinderen te praten.”

Het is de vraag of je oude baan op de nieuwe plek de beste match is. En sommige mensen vinden het gewoon prettig om een familiepauze te nemen

Doorslaggevende stem

Wat betekent het voor je carrière als je je vriend, vriendin, man of vrouw volgt naar een ander land? Partners van expats, van wetenschappers die een paar jaar in een ander land onderzoek doen, of van werknemers van een buitenlandse ngo, vormen een onderbelichte groep. Er is weinig onderzoek naar hun carrières gedaan. Wel valt er het een en ander af te leiden uit meer algemene emigratiecijfers en uit onderzoeken van ‘partnersupportorganisaties’, die voortgekomen zijn uit multinationals met veel buitenlandse werknemers.

Heel wat Nederlanders denken serieus na over emigreren: zo’n 3 procent, volgens onderzoek uit 2008 van het NIDI, een wetenschappelijk instituut dat demografisch onderzoek doet. Van die groep was binnen twee jaar een kwart ook daadwerkelijk vertrokken. Het meest enthousiast zijn jongeren: maar liefst 56 procent is bereid om (tijdelijk) in het buitenland te werken. Vorig jaar emigreerden in totaal ruim 151.000 Nederlanders, bijna twee keer zoveel als in 2000, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Dat veel mensen de stap naar het buitenland níet maken, komt volgens het NIDI door de sociale banden met Nederland. Mensen zien geen goede kansen voor hun carrière in een ander land of de stem van de partner is doorslaggevend. Met het toenemen van het aantal dubbele carrières is die laatste reden dominanter geworden. Het klassieke expatbeeld, waarin de man in een ander land gaat werken en zijn vrouw haar zorgtaken elders uitvoert, verandert. Omdat het nu steeds vaker de man is die zijn vrouw volgt, maar ook omdat de – steeds vaker hoogopgeleide – partner niet zomaar zijn of haar eigen carrière opgeeft.

Dat zorgt voor meer problemen bij expatuitzendingen, zo blijkt uit een vorig jaar gepubliceerde analyse van 132 Engelstalige wetenschappelijke artikelen (gepubliceerd tussen 1966 en 2014) over de partners en families van expats. Vooral als het niet lukt de gewenste carrière ergens anders voort te zetten. Expats met een werkende partner hebben daarom een grotere kans hun werk minder goed te doen of voortijdig terug te moeten keren.

Wel kan een groeiende groep expatpartners zijn of haar oude werk aanhouden. Dat ziet Melanie Dowling in haar omgeving, en dat zegt ook Floor Rink, hoogleraar identiteitsmanagement aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bijvoorbeeld omdat ze een eigen bedrijf hebben, of een flexibele werkgever die, via internet, op afstand werken mogelijk maakt.

Partnerhulp

Toch geldt voor verreweg de meeste banen dat ze niet simpelweg „opgepakt en meegenomen” kunnen worden, is de ervaring van Ellen Jansma. Jansma is verantwoordelijk voor de internationale werknemers van Booking.com, en zette eerder partnersupportprogramma’s voor Heineken en Philips op. Die programma’s helpen de partners bij het invullen van hun nieuwe leven in het buitenland. Afhankelijk van het bedrijfsbudget kan dat bijvoorbeeld een coach zijn die meedenkt, of ondersteuning bij het herschrijven van een cv, het krijgen van een werkvergunning, of concrete hulp bij het zoeken naar een baan.

Op die manier erken je dat een uitzending ook voor de partner impactvol is, zegt Jansma. „En we zorgen ervoor dat het héle gezin zo snel mogelijk goed functioneert in het nieuwe land.” Want dat is cruciaal voor het functioneren van de werknemer.

Wat in ieder geval niet helpt: „Gucci-money overhandigen: een zak geld.” Dat doet nog steeds zo’n 30 procent van de bedrijven die partnerhulp bieden, zegt Jacqueline van Haaften. Ze is directeur en medeoprichter van Global Connection, een organisatie die in 2003 is ontstaan uit het partnersupportprogramma van Heineken, en nu in 140 landen actief is voor Nederlandse en buitenlandse multinationals, zoals Philips, Friesland Campina en IKEA. Van Haaften: „Dan kopen ze een paar leuke schoenen en gaan ze op vakantie en dan is het op.” Een serieus programma is cruciaal: „Steeds meer Nederlandse multinationals snappen dat ze daar zelf ook beter van worden.”

Maar uiteindelijk stelt meer dan de helft van de partners die van tevoren van plan was om te gaan werken, dat plan uiteindelijk eenmaal in het buitenland bij. Dat blijkt uit een van de onderzoeken van Global Connection onder de expatpartners. De reden: het expatleven vroeg meer van ze dan verwacht, of ze wilden de kans grijpen iets heel anders te gaan doen.

Ook blijkt dat veel partners een carrièreswitch maken tijdens hun verblijf in het buitenland. Van Haaften kent genoeg voorbeelden uit haar praktijk. Zoals de vrouw die haar man volgde naar Lagos (Nigeria), daar ontdekte dat ze er geen bloemen kon kopen en een bloemenimportbedrijf opstartte. De eigenaar van een groot recruitmentbedrijf die zijn vrouw volgde naar Haïti, maar daar voor een ngo ging werken. Of de producent bij RTL4 die met haar man meeging naar Nairobi (Kenia) en er een meubelbedrijfje begon.

Gemakkelijk is het voor de meesten niet. Je moet het wel leuk vinden om uit je comfortzone te stappen. Je móét dan ook herijken als je emigreert, zegt Van Haaften, anders word je chagrijnig. „En realistische verwachtingen hebben.”

Angst voor het onbekende

En is een succesvolle terugkeer op de Nederlandse arbeidsmarkt realistisch als je in de tussenliggende jaren iets heel anders hebt gedaan? Een expatervaring hoeft het vervolgen van je carrière niet in de weg te zitten, zegt hoogleraar Floor Rink. „Het is niet super goed, maar ook niet zo slecht als je zou denken. Als je jezelf continu uitdaagt met nieuwe dingen en werkt op diverse plekken, is dat goed voor de creativiteit.” Er is wel een voorwaarde: bezig blijven. „Je kunt beter tijdelijk een baan onder je niveau doen, dan terugkomen met een gat op je cv omdat je dacht: dan krijg ik daar m’n kinderen wel. Want in dat geval gaat de tikker tellen.” Een cursus volgen of onbetaald werk doen kan ook. Want ook dan, zegt Rink, heb je bij terugkomst een goed verhaal.

Die tikker voelt Melanie Dowling inmiddels ook wel. „Soms denk ik: mochten we ooit teruggaan naar Nederland, ben ik dan nog interessant? Daarom wil ik niet te lang wachten voor ik weer iets ga doen.” Er komen wel banen voorbij, zegt ze. Zo heeft het Nederlandse schooltje in de buurt altijd docenten nodig, en zoekt haar sportgroep voor jonge moeders nog trainers. Maar daarvan vraagt haar man zich af of ze niet beter iets voor de langere termijn kan zoeken. Zelf twijfelt Melanie: „Dan ben ik in ieder geval wel bezig.”

Het valt Jacqueline van Haaften op dat expatpartners vaak vooral bang zijn om geen baan meer te hebben in het nieuwe land. Maar, zegt ze, dat is iets anders dan willen werken. Het gaat er vaak vooral om dat ze een zinvolle tijdsbesteding willen hebben. „En dat klinkt als punniken, maar dat is het niet.” Achter de beslissing om te werken, zitten drijfveren. Die drijfveren kunnen veranderen als je naar het buitenland verhuist. „Het is de vraag of je oude baan op de nieuwe plek de beste match is. En sommige vrouwen en mannen vinden het gewoon prettig om een familiepauze te nemen.” Bovendien, zegt Van Haaften: „Vraag je expatpartners hoe ze op de uitzending terugkijken, dan zegt een ruime 95 procent: met plezier. Dus misschien is het grootste probleem wel de angst voor het onbekende.”