Column

Wonder Woman zingt en is 80

Een koningin? Elza Soares is meer. Ze is een godin.

‘Jij móét naar Elza Soares”, zegt mijn jazz-collega. „De samba-koningin. Ze treedt op in Rotterdam.” Zij kan het weten, dus ik ga.

Elza Soares is 80. Een Braziliaanse legende, met een stem van staal. Ik associeer de samba met iets wat zoetjes voortsputtert. Nou, niet bij haar. Ook als je haar niet verstaat, hoor je grimmigheid. Het gaat over armoede en ellende. In het refrein van een van de songs bonkt het alarmnummer van de opvang voor mishandelde vrouwen. Maar ze zingt Portugees en dus dompelt ze alles wat ze zingt onder in trage poëzie.

En haar verschijning! Laat ik haar verschijning niet uitvlakken. Ze zit het hele concert lang in een metallic baljurk op een troon. Om haar heen krioelt haar jonge band, eentje kruipt bij haar en wordt over zijn kop geaaid. Iedereen swingt. Zij zit stil, onderstreept wat ze zingt met een schouder of een hand.

Een koningin? Elza Soares is meer. Ze is een godin. Ze is een versie van Wonder Woman. En Wonder Woman is, na tijden van spek en bonen, helemaal aan de bak. Vorig jaar zagen we haar voor het eerst. Toen redde ze Batmans hachje, aan het slot van Batman vs. Superman. Het was de opmaat naar haar eigen film en die is goed gelukt. Gal Gadot speelt haar stevig en met gevoel voor vrouwelijk detail (zie haar snel met haar ogen meten of de avondjurk die ze gaat stelen, haar past). Feministisch boegbeeld? Nou nee. Dat ze onafhankelijk denkt en onoverwinnelijk vecht is een feit, niet iets om een woord aan vuil te maken. Dit is gewoon een mooi vertelde superheldenfilm – met een superheldin in de hoofdrol. Inmiddels is haar verweten dat haar benen te sexy zijn en haar boezem te pront. Nou zeg. Alsof Batman er normaal uitziet.

Wonder Woman biedt perspectieven. Want wij hebben onze eigen Wonder Woman van Henk Kuijpers. Ze heet Franka. Ook een stripfiguur. In 1978 begon ze als de assistente van een vaderfiguur, nu is ze allang een superheldin en opereert ze alleen. Als spion, als misdaadbestrijder, als zelfbewuste vrouw. Sterk, slim en onweerstaanbaar. Niks magische krachten, ze is vanzelfsprekend haar eigen baas. En haar toeren bouwt ze in Nederland. In haar nieuwste album, Geheim 1948, banjert ze door Rotterdam en heeft een fling in een van de bedden van Hotel New York (met de koffiekan van Klaas Gubbels op de muur). Franka heeft haar zaakjes op orde. Achteloos memoreert ze Jan Sluiters, Kees Van Dongen en „die klunzige inbraak in de Kunsthal” – er is altijd iemand die het snapt en de rest leest eroverheen.

Verfilmen zou ik zeggen. De tijd is rijp. Weg met de uitgemolken tuthola-komedies als Soof en Gooische vrouwen die de Nederlandse film teisteren. Franka is hét tegengif.