Verpleegkundige handelt vaak onnodig

Onderzoek Radboudumc

Uit verpleegrichtlijnen hebben Nijmeegse onderzoekers een ‘beter laten’-lijst samengesteld. Sommige handelingen blijken onnodig of zelfs schadelijk.

Foto : iStock

Het klinkt zo logisch om de huid van het gebied waar geopereerd wordt glad te scheren voordat het mes erin gaat. „Je denkt: die haren moeten weg, want dat is mooi schoon en dan ontstaan er geen infecties”, zegt hoogleraar verplegingswetenschap Hester Vermeulen. Maar in werkelijkheid is al jaren geleden uit onderzoek gebleken dat het geen nut heeft. „Een geschoren huid kan juist gevoeliger zijn en eerder tot infecties leiden, bijvoorbeeld doordat haarzakjes ontsteken.”

Verpleegkundigen doen dagelijks dergelijke handelingen waarvan bewezen is dat zij niet effectief zijn. In een kwart van de richtlijnen die verpleegkundigen volgen, staan taken beschreven die net als het scheren overbodig of zelfs schadelijk zijn. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Nijmeegse Radboudumc, door onder anderen Vermeulen.

Zo kan het gebeuren dat een verpleegkundige een operatiewond afdekt, terwijl allang is bewezen dat een wond sneller heelt zonder dat er een grote pleister op wordt geplakt. Of dat er jaarlijks 25.000 urinekatheters worden aangelegd, terwijl die vaak tot blaasontstekingen leiden.

De onderzoekers keken naar de 125 kwaliteitsstandaarden en richtlijnen die er voor verpleegkundigen zijn, zowel in het ziekenhuis, als in de thuiszorg als in de ouderenzorg. Per richtlijn ging het Radboudumc na of er onderzoek bestaat waaruit blijkt dat de genoemde handelingen niet werken. Daaruit is een ‘beter laten’-lijst ontstaan.

Dit kunnen verpleegkundigen beter niet doen

‘Daar hoort een pleister op’

Bij verpleegkundigen is van veel handelingen allang bekend dat ze onnodig zijn, zegt Lieselot Meelker van de beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden (V&VN). „Uit een peiling onder onze achterban blijkt dat het verrassend veel moeite kost om te stoppen met verrichtingen waarvan iedereen informeel al tegen elkaar zegt dat ze niet werken.”

Het is ook moeilijk om aan patiënten of collega’s uit te leggen waarom iets dat altijd al zo is gedaan, ineens anders moet, zegt ze. „Je moet dan van goeden huize komen om te zeggen: ik stop hiermee.” Een voorbeeld daarvan zijn de operatiewonden die beter niet bedekt kunnen worden. „Familie ziet dat hun naaste met een nog niet geheeld litteken in bed ligt en denkt: daar hoort een pleister op.” Volgens Meelker is de langzame verandering eveneens te wijten aan de hiërarchische verhouding tussen verpleegkundige en arts. „‘Omdat de arts het wil’ is een van de redenen om door te gaan.”

Familie ziet dat hun naaste met een nog niet geheeld litteken in bed ligt en denkt: daar hoort een pleister op.

In 2008 stelde de voorloper van V&VN ook een lijst samen van onnodige handelingen. Daar stond bijvoorbeeld in dat masseren ter voorkoming van doorligplekken geen nut heeft. Een advies dat opmerkelijk snel werd opgevolgd. „Het gebeurt nu vrijwel nergens meer”, zegt hoogleraar Vermeulen.

Het Radboudumc in Nijmegen

Het Radboudumc in Nijmegen. Foto : Flip Franssen

De beter laten-lijst die het Radboudumc nu heeft opgesteld, is niet bindend. Maar Meelker van de beroepsvereniging hoopt dat aandacht voor de onnodige verrichtingen er uiteindelijk voor zorgt dat het beleid verandert. En de adviezen kunnen niet alleen het comfort van patiënten verhogen, maar ook kosten drukken. De onderzoekers van het Radboudumc stelden bijvoorbeeld vast dat het niet meer bedekken van operatiewonden bij de helft van alle patiënten bijna vijf miljoen euro kan besparen.

Vorig jaar stelde dezelfde onderzoeksgroep al een lijst samen van 1.366 handelingen die artsen beter kunnen laten. Hoogleraar Vermeulen vindt de 66 onnodige handelingen die bij verpleegkundigen zijn gevonden „opmerkelijk laag”. Het bewijst volgens haar vooral dat er nog te weinig onderzoek naar verpleegkundigen is gedaan.

De wetenschap is zich laat gaan interesseren in de verpleegkunde, zegt Vermeulen. Terwijl onderzoek „voortschrijdend inzicht” kan bieden. Als voorbeeld noemt zij een veelvoorkomende administratieve taak. „Elke verpleegkundige begint en eindigt de dienst met een overdracht aan de collega die het werk overneemt. Maar er zijn nul onderzoeken naar hoe je dat het beste doet.”