Column

Stop de mystificatie van Srebrenica

We moeten erkennen dat we in Srebrenica het hoofd niet hebben koel gehouden. Anders blijft de wond etteren, schrijft Eelco Runia.

Scheppen voor de herbegrafenis van Srebrenica-slachtoffers in 2010 in Potocari – na identificatie van de stoffelijke resten. Foto: Sake Elzinga

Neelie Kroes vindt het „heel moedig van Jeanine” dat onze demissionaire minister van Defensie afstand neemt van haar voorgangers door de Srebrenica-missie een opdracht te noemen „die reeds op voorhand onuitvoerbaar was”. Kroes’ loftuiting is een nieuwe stap in de mystificatie van wat er in de verschrikkelijke zomer van 1995 in Srebrenica gebeurde. En het is juist deze steeds verdergaande mystificatie die ervoor zorgt dat het Srebrenica-debacle 22 jaar na dato nog steeds een etterende wond is. Volgens die mystificatie was Dutchbat te licht bewapend en te slecht gepositioneerd om iets te kunnen uitrichten tegen de Bosnisch-Servische aanval. Toen ook nog ‘de toegezegde luchtsteun uitbleef’ hadden onze jongens al helemaal geen schijn van kans.

Toenmalig minister van Defensie Joris Voorhoeve heeft er zijn levenswerk van gemaakt aan te tonen dat de missie niet slechts onuitvoerbaar was, maar dat Nederland de dupe was van geheime afspraken van de Amerikanen en de Fransen. Nederland, hijzelf, was niet alleen niet verantwoordelijk maar zélf slachtoffer!

We zullen pas met Srebrenica in het reine komen als we onder ogen zien dat we op het moment suprême ons hoofd verloren

Vonnis

Het vonnis van het gerechtshof Den Haag van dinsdag, hoe onbevredigend ook, maakt eens te meer duidelijk dat de onuitvoerbaarheidsmythe onhoudbaar is. Het hof oordeelt dat vaststaat dat van meet af aan duidelijk was dat deterrence through strength (Afschrikken door sterkte) niet mogelijk was (daarvoor zouden 34.000 man nodig geweest zijn – wat volstrekt onhaalbaar was) en dat daarom volstaan diende te worden met deterrence by presence. Met andere woorden: het is nogal merkwaardig om achteraf te klagen dat Dutchbat qua omvang en bewapening niet was opgewassen tegen de Bosnische Serviërs. Uitgangspunt van de missie was nu juist dat Dutchbat zou functioneren als een soort struikeldraad: door ervoor te zorgen dat Mladic’s troepen niet ‘om Dutchbat heen konden’ en hem aan zijn verstand te brengen dat een aanval op Dutchbat spelen met vuur was, zouden de Nederlanders de Bosnische Serviërs buiten de enclave kunnen houden. Het moge duidelijk zijn dat dit een uiterst riskante strategie was, en het risico op slachtoffers met zich meebracht, maar feit is dat hij destijds uitvoerbaar werd geacht.

Weer een gerechtelijke uitspraak, weer geen duidelijkheid: Nederland raakt maar niet af van de schuldvraag in drama Srebrenica.

Een van de meest blamerende, en minst erkende kanten van het Nederlandse Srebrenica-avontuur was dat toen het er werkelijk om ging spannen – toen Mladic in juli 1995 de enclave binnenviel – vergeten werd wat het uitgangspunt van de missie was. Het heeft er alle schijn van dat de consequenties van de strategie van ‘afschrikken door aanwezigheid’ door de Nederlandse legerleiding niet goed waren doordacht, met als gevolg dat men op het moment suprême op de vlucht sloeg voor de Servische overmacht. En dat die overmacht ook het argument werd om op de vlucht te slaan.

Generaal Rupert Smith (commandant van UNPROFOR) had in mei 1995 in een toelichting op de VN-resoluties geschreven dat Dutchbat bij een Servische aanval geïsoleerde posities zou mogen opgeven, maar dat „positions that can be reinforced (…) are not to be abandoned”. Het bevel dat de chef-staf van UNPROFOR, generaal Nicolai, aan overste Karremans gaf toen duidelijk werd wat Mladic van plan was is daarmee in lijn: „Met de u ter beschikking staande middelen dient u zodanige ‘blocking positions’ in te nemen dat een verdere doorbraak en opmars van [de Bosnisch Servische] eenheden in de richting van de Stad Srebrenica wordt voorkomen.”

Eén ding was werkelijk belangrijk: geen body bags.

‘Streep in het zand’

Idee achter die blocking positions was dat ze een menselijke ‘streep in het zand’ zouden vormen. De boodschap aan Mladic moest zijn: over ons lijk. Maar gelijk al op de eerste dag van de Servische aanval raakte de politieke en militaire leiding bevangen door het idee dat de missie bij nader inzien totaal onuitvoerbaar was en dat nog maar een ding werkelijk belangrijk was: geen body bags. Het hof citeert de begrijpelijke maar toch vooral beschamende oproep van Voorhoeve in de televisierubriek NOVA: „We moeten de komende weken de allerhoogste voorrang geven aan de veiligheid van de Nederlandse militairen. De opdracht van de commandanten is ook om in de eerste plaats slachtoffers te vermijden. Ik wil al die mannen en vrouwen heelhuids terug zien (…) We willen geen risico’s voor het Nederlandse personeel lopen, geen onverdedigbare stellingen gaan verdedigen.”

Uit het feit dat Voorhoeve rept van ‘onverdedigbare stellingen’ blijkt dat hij in alle consternatie vergeten was wat ook al weer de strategie was. Hoe het onuitvoerbaarheidsvirus precies om zich heen greep is niet meer te traceren, maar feit is dat kapitein Groen op 11 juli opdracht geeft blocking position No 1, op de weg naar de stad Srebrenica, op te geven en terug te trekken naar het achter Srebrenica gelegen Potocari. Daar, waar de compound volstroomde met duizenden radeloze moslims, herhaalde het gebeuren zich. Opnieuw krijgt Dutchbat het consigne een streep in het zand te trekken. Op de avond van 11 juli krijgt Karremans een fax van UNPROFOR met de opdracht „continue with all possible means to defend your forces and installations from attack”. Opnieuw prevaleert de wens tot lijfsbehoud.

Dat is natuurlijk heel goed te begrijpen. Er zou heel wat meer moed voor nodig geweest zijn dan Neelie Kroes haar partijgenoot Jeanine toedichtte om Mladic’ bloeddorstige troepen te weerstaan. Niemand wil dood, en omdat allerminst zeker was dat de internationale gemeenschap in actie zou komen als de streep in het zand geschonden zou worden, was het nog maar de vraag of slachtoffers enig effect gehad zouden hebben. We zullen nooit weten of de strategie van afschrikken door aanwezigheid gewerkt zou hebben, maar we zullen pas met Srebrenica in het reine komen als we ophouden te kermen dat de missie ‘onuitvoerbaar’ was en onder ogen zien dat we op het moment suprême ons hoofd verloren.