Investeren in kolen, dat durven energiebedrijven niet meer aan

Opslag kooldioxide

Uniper en Engie trekken zich terug uit een project met kooldioxide. Te onzeker, vinden de bedrijven.

E.ON-energiecentrale op de Maasvlakte in de Rotterdamse haven. Foto Jerry Lampen/ANP

De ‘Energy Hub West’ heette het veelbelovend. Het was, volgens energiemaatschappij Uniper (vroeger E.ON), het juiste antwoord op de toenemende kritiek op het gebruik van steenkool voor energieopwekking. In het hart van deze hub stond de gloednieuwe kolencentrale op de Maasvlakte bij Rotterdam, volgens Uniper de efficiëntste ter wereld.

Daaromheen zouden allerlei ‘innovatieve energieproducten’ komen. Restwarmte en kooldioxide konden worden geleverd aan tuinders in het Westland, stoom zou er zijn voor industriële installaties in de omgeving, een deel van de energie zou worden opgewekt met biomassa en reststoffen uit de industrie. Als kers op de taart was er het afvangen van kooldioxide, op te slaan in lege gasvelden voor de Nederlandse kust.

Demonstratieproject

De technologie om kooldioxide ondergronds op te slaan, bekend als CCS (carbon capture and sequestration), staat nog in de kinderschoenen. Het zou in Rotterdam dan ook gaan om een demonstratieproject, waar kennis moest worden opgedaan voor toekomstige projecten. Het kabinet stelde 150 miljoen euro subsidie beschikbaar, Brussel nog eens 180 miljoen. Uniper en samenwerkingspartner Engie (vroeger GDF Suez) zouden 50 miljoen in het project steken.

Oorspronkelijk zou vanaf 2015 ruim 1 miljoen ton CO2 per jaar worden afgevangen, maar zover is het nooit gekomen. Uniper en Engie aarzelden, stelden investeringen uit en dinsdag lieten ze demissionair minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) weten dat ze zich per 15 september uit het project terugtrekken.

Kamp betreurt dat, schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer, en zal met het havenbedrijf op zoek gaan naar andere partners voor het project. Dat laat zien hoeveel waarde de regering hecht aan kennis over deze technologie. Kamp schrijft dat de regering voorbereidingen treft ‘om tot grootschalige uitrol van CCS te komen’.

CCS is noodzakelijk om te voldoen aan het zogeheten Urgenda-vonnis (waarin de rechter eiste dat Nederland de CO2-uitstoot in 2020 met 25 procent moet hebben gereduceerd ten opzichte van 1990). Eerder schreef Kamp dat Nederland nog 4 megaton tekort komt. Nu haalt hij de eis in het vonnis alleen dankzij een foutmarge van 3 procent.

Onzekerheid

De energiebedrijven zeggen dat ze uit het project stappen vanwege de grote onzekerheid over het gebruik van kolen. „We hebben zeven jaar hard aan het project gewerkt. Alle hobbels waren genomen”, aldus een woordvoerder van Uniper. Probleem was wel de lage koolstofprijs van minder dan 10 euro per ton, terwijl CCS pas rendabel wordt bij een prijs boven de 50 euro.

Dat risico waren de bedrijven nog bereid te nemen. Maar terwijl de minister een besluit over het openhouden van de resterende vijf kolencentrales in Nederland doorschoof naar het volgende kabinet, constateerden Uniper en Engie toenemende weerstand in de Tweede Kamer tegen energie uit steenkool. Dat zou blijken uit de twijfel in het parlement over bijstook van biomassa, volgens Uniper een belangrijk instrument voor ‘vergroening’ van de kolencentrale. Ook voor de aanleg van infrastructuur om restwarmte van de centrale te gebruiken, is weinig steun in het parlement.

Uniper denkt niet dat terugtrekking de kans op overleving van de kolencentrale verder verkleint. „Het demonstratieproject zou voor twee jaar de kooldioxide hebben afgevangen”, zegt een woordvoerder. Als de politieke en maatschappelijke weerstand tegen verduurzaming van kolencentrales zo groot is, doet die twee jaar er niet zoveel toe.