Cultuur

Interview

Interview

Foto Thom Pierce

‘Ik ga meer verdienen dan mijn vader’

Jong! in het buitenland

Deze zomer in de rubriek Jong! pubers uit negen wereldsteden over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Ali Vollenhoven (16) uit Kaapstad.

De gekleurde mensen van Kaapstad

„Ik houd van de Bokaap, dit is waar mijn vrienden zijn. Hier wonen de gekleurde mensen van Kaapstad. Ik denk dat het door apartheid kwam dat zwarte en witte mensen van elkaar gescheiden leven. Racisme en zo. Dit is waar ik ben opgegroeid. En waar mijn vader is opgegroeid. Het is niet zoals in andere wijken van Kaapstad, waar ze stelen en mensen beroven. Hier is het veilig. Hier passen de mensen op elkaar.

Ik ben nog nooit buiten Kaapstad geweest. Maar ik denk dat het hier het beste is, want er komen steeds mensen van andere plekken hier wonen. Witte mensen. Ik denk dat ze van onze gekleurde huizen houden, en dat ze hier iets vinden dat ze nergens anders kunnen vinden.”

Bidden

„De meeste mensen in de Bokaap zijn moslim, ik ook. Als de oproep tot gebed klinkt, dan moet je naar de moskee. Ik ga drie keer per dag bidden. Vijf keer red ik niet, want ik moet naar school. En bij de eerste oproep in de ochtend slaap ik nog.”

Vijf uitgestoken vingers

„Mijn naam is Vollenhoven. Hebben ze die naam ook in Holland? Nee, ik wil niet naar Holland, want dat ligt niet in de Bokaap en daarbuiten zou ik niet gelukkig zijn. Alles is goed aan mijn leven hier. Ik heb veel vrienden. Onze vriendengroep heeft een naam: wij zijn de 53’s. Zo groeten we elkaar: met vijf uitgestoken vingers op een hand en drie op de andere. Net als een jeugdbende inderdaad. Maar dat zijn we niet. We zijn gewoon vrienden. Mijn beste vriend is Jerome. We doen alles samen. We gaan naar dezelfde school, Herald Cressy, vlakbij District Six. Op die school zitten nu zwarte, witte en gekleurde leerlingen, het is heel gemengd.”

Taal van de straat

„Over twee jaar hoop ik nog steeds te studeren. Ik moet doorstuderen zodat ik zakenman kan worden en mijn eigen bedrijf kan beginnen. Ik ga zeker meer verdienen dan mijn vader. Hij moet heel hard werken. ’s Avonds is hij pas om elf uur thuis. En ’s ochtends is hij om half vijf alweer vertrokken. Morgen heb ik weer examens. Afrikaans. We spreken thuis geen Afrikaans maar Engels. Maar in het Afrikaans kun je dingen snel zeggen, het is een taal van de straat. Ik ben er goed in. Voor dit examen ga ik zeker slagen.”

Deze zomer in de rubriek Jong! pubers uit negen wereldsteden over zichzelf, de wereld en elkaar. pubers@nrc.nl