Formatie leidt tot strijd over strenge bonuswet

Bonusplafond

De ChristenUnie moest inbinden en schrapte haar handtekening onder een strenge ‘bonusmotie’. Tot tevredenheid van de VVD.

Premier Mark Rutte (VVD) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) dinsdag op het Binnenhof, op weg naar de informateur. Foto Bart Maat/ANP

Nog voor de nieuwe onderhandelingsgesprekken voor de vorming van een nieuw kabinet begonnen zijn, heeft ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers zich moeten voegen naar een harde formatiewet: zolang de partijen in gesprek zijn, mag je over heikele politieke onderwerpen geen mening ventileren.

De ChristenUnie moest zich dinsdag schielijk terugtrekken van een motie over handhaving van het strenge Nederlandse bonusbeleid voor de financiële sector. Kamerlid Joël Voordewind had deze motie, samen met PvdA en SP, in april nog ondertekend maar toen deze dinsdagmiddag in stemming kwam, ontbrak diens naam. De motie riep op om het twee jaar geleden ingevoerde bonusplafond beslist níét te versoepelen om financiële instellingen uit Londen te kunnen lokken. De ChristenUnie werd door zijn gesprekspartners VVD, CDA en D66 zelfs gedwongen om met haar vijf Kamerzetels tégen te stemmen – die werd mede daardoor verworpen.

Het gevolg is op het eerste gezicht beperkt: de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen – volgens het kabinet „de strengste bonuswetgeving van Europa” – blijft overeind en zal door het huidige demissionaire kabinet niet worden aangepast. Banken en verzekeraars mogen hun bestuurders en medewerkers niet meer dan 20 procent van hun vaste beloning als bonus uitkeren. Motief van deze door de PvdA afgedwongen wet is om „perverse beloningsprikkels” in de financiële sector af te schaffen, omdat die ongewenste risico’s zouden uitlokken. Sterker: de bonussen, zo vinden wel meer partijen dan de PvdA, hebben geleid tot de desastreuze bankencrisis van 2008.

Het was een concessie in de vórige kabinetsformatie waar de VVD nooit gelukkig mee was. Het aan banden leggen van beloningen in welke sector dan ook vinden de liberalen funest voor het Nederlandse vestigingsklimaat; het schrikt buitenlandse investeerders af. Hoewel de bijna voltallige Tweede Kamer eind 2014 met het bonusregime heeft ingestemd, is dat argument nu weer actueel. Sinds het Verenigd Koninkrijk vorig jaar voor het uittreden uit de EU heeft gestemd, strijdt Nederland om de internationale bedrijven die de Londense City vanwege de Brexit willen verlaten. Met name Amsterdam concurreert hierin met andere financiële centra als Frankfurt en Dublin. Maar, zo beweert bijvoorbeeld de Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren (D66) geregeld, Nederland verliest die strijd omdat die bonuswet zo streng is.

Volgens voorzitter Hans de Boer van werkgeversvereniging VNO-NCW zouden drie grote internationale banken – JPMorgan, RBS en UBS – overwegen Amsterdam als nieuwe Europese hoofdvestiging te kiezen, maar hebben zij veel bedenkingen vanwege de beloningsbeperking. Als deze bedrijven afhaken, waarschuwde De Boer maandag in De Telegraaf, zou dat zeker 17.000 banen schelen en 1 miljard euro aan belastinginkomsten. Het was een opzichtige oproep aan de formerende partijen om de bonuswet te versoepelen. Dus een reden voor de PvdA om de ‘handhavingsmotie’ snel te behandelen. In april dwong de Kamer nog om de stemming erover uit te stellen. GroenLinks stond toen als onderhandelingspartner voor hetzelfde dilemma als de ChristenUnie nu, en stemde met dat uitstel in.

Nu de poging van de PvdA voor een scherpe Kameruitspraak om niet toe te geven aan internationale druk is mislukt, ligt de weg voor het komende kabinet open om de nog maar twee jaar oude bonuswet af te zwakken. CDA en D66 voelen daar, in mindere mate dan de VVD, ook wel voor. De sleutel blijft liggen bij de ChristenUnie. In haar verkiezingsprogramma is deze partij weliswaar even stellig als GroenLinks – bonussen in financiële sector moeten „blijvend effectief aan banden worden gelegd” – maar met slechts vijf zetels heeft ze nummeriek een iets minder sterke onderhandelingspositie.