Britse welvaartskloof is in twintig jaar alleen maar groter geworden

Verenigd Koninkrijk

De welvaartsverschillen in het VK zijn enorm, schrijft een onderzoekscommissie. Volgens hoogleraar Dorling schiet het beleid tekort.

Een meisje loopt door een straat in de Liverpoolse wijk Kensington. Meer Britten hebben toegang tot de universiteit, maar ze hebben daarna toch moeite een goede baan te vinden. Foto: Hannah Mackay/Reuters

Gelijke kansen voor iedereen, Labour heeft ervoor gepleit, de Britse Conservatieven ook. Oud-premiers Tony Blair, Gordon Brown, David Cameron zeiden dat niet je achtergrond maar je talent bepaalt hoe ver je het schopt, en nu zegt premier Theresa May het.

Maar de praktijk is weerbarstiger, blijkt uit een woensdag verschenen onderzoeksrapport in opdracht van de overheid over sociale mobiliteit in het Verenigd Koninkrijk in de afgelopen twintig jaar. Conclusie van de onderzoekscommissie: de welvaartskloof is groter geworden en steeds meer jongeren hebben een baan, maar komen toch niet rond.

Het goede nieuws is dat meer Britten toegang hebben tot de universiteit. Maar ze hebben daarna toch moeite een goede baan te vinden. Als de sociale mobiliteit zich in dit tempo blijft ontwikkelen, duurt het nog tachtig jaar voordat er net zo veel studenten uit arme regio’s als uit rijke hoger onderwijs krijgen.

Waar je woont

Waar je woont, bepaalt steeds nadrukkelijker de kans op een goed leven, zeggen de onderzoekers. Inwoners van Londen verdienen per jaar gemiddeld bijna 50.000 euro. In de regio North-East is dat minder dan de helft: 21.655 euro. In Londen is bijna tweederde van de bewoners hoogopgeleid en in de North-East eenderde.

Bekijk de fotoserie van de twee wijken met de naam Kensington, ‘posh’ in Londen en ‘poor’ Liverpool.

In het rapport staat dat de regionale verschillen in geen ander Europees land zo groot zijn als in het VK. „Er is geen goed beleid gevoerd om dat tegen te houden”, zegt Danny Dorling, hoogleraar Sociale Geografie aan de Universiteit van Oxford. „Alle belangrijke instituties zitten in Londen en door het verdwijnen van industrieën in andere delen van het land, en het toegenomen belang van Londen als financieel centrum is dat verschil groter geworden.”

De droom dat jongeren het financieel beter krijgen dan hun ouders, komt in het VK niet meer uit. Vergeleken met twintig jaar terug is de jeugdwerkloosheid afgenomen, maar dat komt vooral doordat jongeren langer op school blijven, ook al omdat ze anders geen werk vinden. In 2012 was de werkloosheid het hoogst: 22 procent. Nu is dat gedaald naar 12,5 procent. Maar de contracten zijn minder vast en de lonen zijn lager: sinds 2008 zijn ze met 16 procent afgenomen.

Het onderzoeksrapport:

Hoogopgeleide jongeren

Ook hoogopgeleide jongeren gaan er op achteruit en moeten vaker onder hun niveau werken. „92 procent van de afgestudeerde jongeren heeft een studieschuld, soms tussen de 50.000 en 100.000 euro”, zegt Dorling. Dat is dan hun startpositie. Een huis kopen wordt steeds lastiger; de laatste tien jaar is het aantal jongvolwassenen van onder de 25 met een eigen huis, gehalveerd.

Welvaartsverschillen

Het welvaartsverschil wordt steeds groter. De 20 procent minst verdienenden zijn er de afgelopen twintig jaar wekelijks dertien euro op vooruit gegaan. De rijkste 20 procent ging er per week 388 euro op vooruit.

Maar gecorrigeerd voor de inflatie gaat de doorsnee Brit er dit jaar op achteruit. In 2008 verdiende de ‘gemiddelde’ Brit 650 euro per week, en nu nog, gecorrigeerd voor inflatie, 613 euro.

Teruglopend besteedbaar inkomen vergroot het probleem van het vinden van woonruimte. „Rijke Britten kopen steeds meer huizen op”, zegt Dorling. Daarnaast zijn de huurprijzen enorm gestegen. „Alleen rijke kinderen kunnen met hulp van hun ouders een huis kopen.”

„Het probleem is dat de Britten altijd de VS met zijn enorme inkomensverschillen als voorbeeld zien”, zegt Dorling. „Ze zouden Europa als voorbeeld moeten nemen.”