Albumoverzicht: Dauwd biedt een rijke sound, Hallenberg beneemt de adem

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, onder andere Royal Blood, Dauwd en Kevin Morby.

  • ●●●●

    Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon: Stravaganza d’Amore

    Klassiek: Claudio Monteverdi’s Orfeo (1607) vergaarde roem als het eerste meesterwerk in de opera. Het stuk werpt diepe schaduwen over voorgangers en tijdgenoten. Soms ontstaat zelfs de illusie dat Orfeo als een muzikale oerknal uit het niets is voortgekomen. Het tegendeel is waar. Monteverdi kon voortborduren op een ontwikkeling, die al zo’n drie decennia eerder was ingezet aan het hof van de Medici’s in Florence. Muziek en mythologie dansten door de straten van de stad bij festiviteiten voor de bevolking.

    Gedurende de feesten van de rijke Medici’s vreeën de kunsten met elkaar. En ze baarden de opera. Op het album Stravaganza d’Amore metselt de Franse dirigent Raphaël Pichon met zijn ensemble Pygmalion een kleurrijk mozaïek van die tijd. Hij behoort tot een jonge generatie die muziek giet in een betekenisvol historisch narratief. Zij werpen zich daarmee op als briljante leerlingen van de oude Jordi Savall. Joost Galema

  • ●●●●

    Dauwd: Theory of Colours

    Dance: Theory of Colours is een prachtig poetisch plaat(je). Na sterke EP’s gaf Ninja Tune het debuutalbum van de in Wales opgegroeide Dauwd Al Hilali uit. Het is muziek voor meditatieve momenten in een modern jasje waarin heel veel gebeurt zonder dat het ten koste gaat van de intimiteit. Het album is opgenomen in een studio in Utrecht met een enorme collectie analoge hardware, en dat hoor je. De nummers zijn ongelofelijk rijk in sounddesign en blinken uit in subtiliteit.

    ‘Glass Jelly’ doet met warm verende kicks en funky groove denken aan het werk van Martyn en neemt halverwege de afslag richting dansvloer. Frans gefluister en tegendraadse flarden van melodieën monden in ‘Murmer’ uit in speelse free jazz. Er zit een goede opbouw in de zes nummers die leiden tot de prachtige titeltrack - een verwijzing naar Goethe’s theorie over ons kleurenpalet. Het sonisch palet van Dauwd is niet minder breed. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●

    David Bowie: Cracked Actor

    Pop: Op de tentoonstelling David Bowie Is werd de maquette getoond van het immense decor dat Bowie met zich meetorste op zijn Amerikaanse tournee van 1974. Het monstrum bleek onhandelbaar en de tour werd afgemaakt met een beperkte versie van de gestileerde grootstedelijke skyline. Het werd hoe dan ook Bowies meest theatrale tournee ooit, megalomaan in zijn Hamlet- en Orwell-referenties. Een opname van de legendarische show uit Los Angeles verscheen op Record Store Day in een snel uitverkochte vinylversie en is er nu digitaal.

    Songmateriaal concentreert zich op het album Diamond Dogs, afgewisseld met bijzondere versies van ‘Space Oddity’ en ‘All the Young Dudes’. Gitaristen Carlos Alomar en Earl Slick en pianist Mike Garson laten zich prominent gelden. De kiem wordt gelegd van Bowies ‘plastic soul’-periode die zich spoedig zou uiten op het album Young Americans. Cracked Actor documenteert een keerpunt van een kameleon in een van zijn vele transformaties. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Ann Hallenberg / il pomo d’oro: Carnevale 1729

    Klassiek: Het is het repertoire waarin ook Cecilia Bartoli excelleert: Italiaanse barok, rijk aan knettercoloraturen en lange lamento’s. Maar Bartoli is niet zaligmakend. Haar pendant heet Ann Hallenberg: Zweedse, anti-diva, in virtuositeit niets minder maar met meer herfstkleuren op haar warme alt. Met het uitstekende Italiaanse barokensemble il pomo d’oro wijdt Hallenberg zich op het prachtige dubbel-album Carnevale 1729 aan repertoire dat tijdens het Venetiaans carnaval van 1729 heeft geklonken; aria’s van o.a Vinci, Leo, Porpora, Albinoni.

    Interessant is het de vonkige vitaliteit van Porpora’s ‘Il braccio al mille furie’ door Bartoli (cd ‘Sacrificio’) en Hallenberg te vergelijken: Bartoli is een mitrailleur, Hallenberg fraseert meer lasso-achtig, met subtiel aanzwellende en uitdovende coloraturen. In langzame aria’s als ‘Vedrò più lete e belle’ verdampt de lust tot vergelijken, omdat Hallenberg daar de adem beneemt door het naturel van haar timbre en haar eindeloos gefraseerde melodieën. Mischa Spel

  • ●●●●●

    Royal Blood: How Did We Get So Dark?

    Rock: Precies twee minuten langer is de nieuwe van Royal Blood dan hun naamloze debuut uit 2014, dat na een niet erg uitgesponnen 32 minuten stopte. Ook muzikaal is het recept van het duo op tweede album How Did We Get So Dark? ongeveer hetzelfde. Tien bluesy rocksongs, gehouwen uit enkel knetterende drums, een grommende basgitaar en een of twee sterke oorwurm-melodieën per liedje. Het is deels Muse zonder bombast, en deels the White Stripes op z’n Brits. De band perst er iets minder scherpe metalriffs uit dan op het debuut, en heeft die deels ingewisseld voor meer invloed van de achteroverleunende woestijnrock van Queens of the Stone Age.

    Een originaliteitsprijs zit er zo echt niet in voor dit duo van drummer Ben Thatcher en zanger/bassist Mike Kerr, maar er staan geen missers op dit album. Songs als ‘Hook, Line & Sinker’, ‘Lights Out’ en het rollende titelnummer zitten vol hitpotentie. Een prima album voor tijdens een zomers autoritje van een minuut of vierendertig. Peter van der Ploeg

  • ●●●●●

    Kevin Morby: City Music

    Pop: Kurt Vile heeft het, Mac DeMarco heeft het en Kevin Morby heeft het: de schijnbare achteloosheid waarmee deze Amerikaanse slackers hun onderkoelde indiepop uit de mouw schudden. Morby zingt met donkere stem en Lou Reed-achtige intonatie over de verlokkingen van de stad en de wonderen van de nacht. Op zijn vierde soloalbum City Music laat hij zijn punkachtergrond voorzichtig meespreken in een bedaarde cover van The Germs’ ‘Caught in my Eye’ en een ode aan de Ramones in ‘1234’, met een stuiterritme dat op een grappige manier doet denken aan Plastic Bertrands ‘Ça Plane Pour Moi’.

    Overwegend houdt Morby het tempo laag in langgerekte sluimernummers als ‘Dry Your Eyes’ en ‘Night Time’, die zich loom uitspinnen over een minimum aan woorden en gitaarakkoorden. Het titelnummer brengt afwisseling met een Afrikaans getint geluid. Het doorbreekt de weldadige sloomheid van een album voor onderuitgezakte zomermiddagen. Jan Vollaard