Aanklager Suriname eist 20 jaar cel tegen Bouterse

Volgens de aanklager is er niet langer een belemmering om de strafeis tegen de president van Suriname voor te lezen.

Het Hof van Justitie in Paramaribo. Foto Pieter van Maele/ANP

De aanklager van de Krijgsraad (de militaire rechtbank) in Suriname eist 20 jaar cel tegen Desi Bouterse voor zijn rol in de Decembermoorden. Aanklager Roy Elgin hield woensdag zijn requisitoir tegen de huidige Surinaamse president.

Van tevoren was het niet duidelijk of Elgin dat wel zou doen. Bouterse heeft tien jaar lang geprobeerd het proces tegen te houden. Maar volgens auditeur-militair Elgin was er vandaag geen belemmering meer om de strafeis tegen de president van Suriname voor te lezen.

Twitter avatar NinaJurna Nina Jurna Eis aanklager Elgin: 20 jaar onvoorwaardelijke celstraf voor Desi Bouterse

Het uitspreken van de strafeis betekende dat de zaak omtrent de Decembermoorden kan worden voorgezet. Ook al probeerde het Openbaar Ministerie van Suriname, op verzoek van Bouterse, in hoger beroep eerder juist een einde aan de rechtszaak te maken. De Krijgsraad en het Openbaar Ministerie zijn twee verschillende instanties.

Historische uitspraak

Lang was onzeker of de auditeur-militair vandaag zijn requisitoir zou houden, gezien alle voorgaande gebeurtenissen en alle pogingen van hoofdverdachte Bouterse de zaak te stoppen. Bijna tien jaar na het begin van het proces doet hij dat nu toch. Dat alleen al maakt de zittingsdag van vandaag tot een historische.

Nabestaande Eddy Wijngaarde, broer van de bij de Decembermoorden omgekomen journalist Frank Wijngaarde sprak na afloop tegenover NRC van een “verrassend betoog” van de aanklager:

“Voor het eerst herkende je echt iets van een openbare aanklager. Ik heb nooit de moed opgegeven, ik heb altijd gezegd dat er een vonnis zal komen. Maar ik voel me ook verdrietig, ik kan niet juichen, want deze eis komt op basis van gruwelijkheden, daar kun je niet blij over zijn.”

Aanklager: Bouterse was aanwezig

De aanklager zette aan het begin van zijn requisitoir al meteen de toon door te verklaren dat Bouterse “zeker wel” aanwezig was tijdens de executies van vijftien van zijn tegenstanders in Fort Zeelandia. Bouterse heeft dat altijd ontkend. Hij beweerde steeds dat de executies ’s avonds plaatsvonden toen hij bij zijn minnares was. Aanklager Elgin zei ook dat hij getuigen die hadden gezegd zich niets te kunnen herinneren van 8 december 1982 “onbetrouwbaar” achtte. Deze getuigen waren met name ex-militairen die onder leiding van Bouterse in 1980 de zogenoemde sergeantencoup pleegden.

Elgin zei volgens ANP-correspondent Pieter van Maele in Paramaribo zijn strafeis te baseren “enkel op de getuigen die zich het wel kunnen herinneren”. Hij noemde hen de “betrouwbare” getuigen. “Traumatische herinneringen vergeet je niet meteen”, aldus Elgin.

Lees hier een reconstructie van de moorden op basis van getuigenverklaringen: Suma no sutu o k’ba (Wie niet schiet wordt afgemaakt)

Aanklager Elgin zei in zijn requisitoir verder dat de actie op 8 december 1982 goed was voorbereid en dat dus sprake was van “voorbedachten rade”. Hij wees hierbij op de rol van de zestien sergeanten, die in 1980 de coup onder leiding van Bouterse hadden gepleegd. Dit was volgens Elgin een groep die “alles samendeed”. Diverse getuigen verklaarden tijdens het proces dat de militairen van de ‘groep van zestien’ bij de executies waren betrokken. De aanklager zei niet bewezen te achten dat Bouterse zelf had geschoten, wat door sommigen was gesuggereerd.

Voor zijn conclusie dat Bouterse tijdens de executies aanwezig was baseerde de aanklager zich met name op de postume getuigenis van de in 2001 overleden vakbondsleider Fred Derby. Derby was de enige overlevende van de Decembermoorden. Hij werd uiteindelijk door Bouterse uit Fort Zeelandia vrijgelaten. Derby had in zijn op de band opgenomen getuigenis verklaard dat de executies, in elk geval grotendeels, overdag plaatsvonden. Vanuit zijn cel, waar hij met anderen zat, kon hij door een raam de rug van Bouterse zien, die in het fort in een kamer zat waar de arrestanten van 8 december werden voorgeleid. In de loop van de ochtend werden de verdachten een voor een naar Bouterse gebracht. In de kamer waren ook de tweede man van het leger, Roy Horb, en Paul Bhagwandas (beiden inmiddels overleden) aanwezig. Elgin noemde tijdens het requisitoir Bhagwandas de “de beul, de baas” die belast was met de uitvoering.

‘Dit gaat nog jaren duren’

De advocaat van Bouterse, Irwin Kanhai, onderstreepte na de zitting dat het om een “strafvoorstel” gaat. “Dit kan nog jaren duren, de verdediging moet nog aan het woord komen, waarop dan ook weer een antwoord moet komen. Het einde is nog lang niet in zicht.” Het is nog onduidelijk wanneer de Krijgsraad vonnis velt. Daarna kunnen Bouterse en de andere ruim twintig verdachten nog in hoger beroep gaan. Het requisitoir tegen de meeste verdachten moet nog plaatsvinden.

Advocaat van nabestaanden Hugo Essed sprak van een “goed betoog” en zei te verwachten dat Bouterse van de Krijgsraad ook effectief twintig jaar zal krijgen.

Tien jaar tegenwerking van Bouterse

In december 1982 werden vijftien prominente tegenstanders van het militaire regime van de toenmalige bevelhebber en huidige president Bouterse geëxecuteerd. De strafzaak rondom deze executies begon in 2007, maar werd in 2012 geschorst, nadat het Surinaamse parlement een amnestiewet had aangenomen waarmee hoofdverdachte Bouterse en de 25 andere verdachten vrijuit zouden gaan.

Eind 2015 besloot het Hof van Justitie het Openbaar Ministerie opnieuw opdracht te geven de vervolging te starten, nadat nabestaanden van slachtoffers hiervoor een verzoek hadden ingediend.

Een nieuwe poging het proces te dwarsbomen vond medio 2016 plaats. Bouterse gelastte het OM de vervolging te staken met een beroep op grondwetsartikel 148. Daar staat in dat als de staatsveiligheid in gevaar is de president opdracht kan geven de vervolging te staken.

De Krijgsraad trok zich daar echter niks van aan. Volgens de voorzitter was de opdracht de vervolging te staken gericht aan het OM, niet aan de Krijgsraad. Daarbij kan een lopend proces niet worden gestopt, zei de Krijgsraad.

Het Openbaar Ministerie ging bij het Hof van Justitie in beroep tegen het besluit van de Krijgsraad om door te gaan. Het hof verklaarde dat hoger beroep niet ontvankelijk, omdat hiervoor geen wettelijke basis was.

Dit zei Bouterse eerder over de Decembermoorden: