Cultuur

Interview

Interview

Pop Aye: onderweg met olifant

‘Zelfs een slimme olifant is lastig te filmen’

Kirsten Tan

Kirsten Tan maakte een opmerkelijke debuutfilm over een afgedankte architect die op reis gaat met een olifant. „Acteurs zijn toch een stuk meegaander.”

Een roadmovie met een olifant. Dat is de eerder dit jaar op het Filmfestival Rotterdam met de Big Screen Award bekroonde debuutfilm Pop Aye van de Singaporese filmmaker Kirsten Tan. Nog trager dan David Lynch’ The Straight Story, die een roadmovie op een grasmaaier was. Maar minstens even absurd en melancholiek.

Hoe kom je op het idee? Kirsten Tan moet lachen als ik haar dat zo onomwonden vraag tijdens ons Skype-gesprek. „Ik ben nogal een reiziger”, zegt de inmiddels in New York woonachtige Tan (36). „Dus dat het een roadmovie werd verbaast me niets. Filmmaken is voor mij ook een vorm van reizen. Ik hou van de onvoorspelbaarheid die zowel aan reizen als films maken eigen is. In je hoofd kun je werkelijk overal naartoe gaan.”

Pop Aye ontstond toen Tan in Thailand studeerde. „Op een dag zag ik een groepje kinderen een olifant afspoelen aan zee, met in de verte een vervallen winkelcentrum. Zo ontstond het idee van de gedesillusioneerde architect Thana, die met een olifant vanuit Bangkok naar het dorp van zijn jeugd loopt. In Thailand zijn overal olifanten. Soms worden ze slecht behandeld, maar tot mijn grote vreugde werden de meeste olifanten die we tijdens de research tegenkwamen wel goed verzorgd.”

Zoals in elke roadmovie geeft de lange wandeling Tan, en daarmee de toeschouwer, volop ruimte om het land te ontdekken: het leven langs de weg, met z’n eettentjes en handeltjes, z’n outsiders en marginalen. Tan: „Een goeie roadmovie heeft altijd een existentiële betekenis. Ik heb mijn best gedaan om met archetypen te werken zonder in stereotypen te vervallen.”

Lees ook de recensie: Een olifant als lotsgenoot

Tan heeft zich wel afgevraagd waarom ze als jonge vrouwelijke debutant zo nodig een film over een oudere man moest maken. „Ik ben daar nog niet helemaal uit. Maar ik wil als filmmaker eigenlijk gewoon hetzelfde kunnen doen wat mijn mannelijke collega’s de afgelopen honderd jaar hebben gedaan, namelijk films maken over wie ik zelf wil. Misschien ben ik erin geslaagd om op z’n minst een vrouwelijk perspectief op ouderdom te geven.”

Vergankelijk

Tan houdt van de manier waarop oudere mensen het verstrijken van de tijd representeren, zegt ze. Reden waarom ze ook in haar eerdere korte films al voor oudere hoofdpersonen koos: „Personages van een bepaalde leeftijd laten zien hoe kwetsbaar het leven is.”

Dat gevoel van vergankelijkheid zit ook in de meer geëngageerde aspecten van de film, waarin gentrificatie centraal staat: „In alle steden waar ik gewoond heb, of het nou Singapore was, Bangkok of nu New York, zie ik hoe mensen ten prooi vallen aan steeds snellere cycli, van moeten presteren en afgedankt worden. Thana heeft een hypermodern winkelcentrum gebouwd, maar het is alweer in onbruik geraakt en moet worden vervangen door iets wat nog groter en nog moderner is. We zijn allemaal slaven van de tijd. Maar de enige manier om zulke kwesties aan te kaarten is via menselijke verhalen. Ik wil geen films maken met een politieke agenda.”

Zou ze het nog een keer doen, een film met een olifant maken? „Ik geloof dat 50 procent van alle draaitijd naar de olifant ging. Zijn naam was Bong en hij was buitengewoon intelligent, al weten we natuurlijk nooit écht wat een dier denkt. Maar zelfs met een slimme olifant kost het ontzettend veel tijd om hem van A naar B te laten lopen. En er worden nogal wat kilometers gemaakt in de film. Acteurs zijn wat dat betreft een stuk meegaander.”