Opinie

Waarom rechts in Europa de weg kwijt is

Het is geen wonder dat centrum-rechtse partijen in heel Europa in de verdrukking zitten, schrijft . Ze zoeken kiezers op de verkeerde plek.

De Britse premier Cameron tijdens de campagne in 2015 ANP

Als de Britse Conservatieve Partij verbaasd is dat ze zich zo faliekant heeft verkeken op de stemming onder het volk bij de laatste verkiezingen, dan bevindt ze zich in goed gezelschap. Overal in Europa zoeken rechtse partijen moeizaam naar een boodschap die weerklank vindt.

Niet dat kiezers zich nu van de conservatieve denkbeelden hebben afgekeerd: uit peilingen blijkt dat heel veel mensen hechten aan persoonlijke vrijheid, lagere belastingen en de nationale staat. Het probleem is dat de conservatieve partijen deze denkbeelden hebben laten varen – en dat de kiezers dáárom bij hen weglopen.

Neem Fredrik Reinfeldt, premier van mijn geboorteland Zweden tussen 2006 en 2014. Hij begon goed, met een hervorming van de bijstand en een belastingverlaging. Maar daarna ging het allemaal bergafwaarts. Hij verloor zijn hang naar economische vrijheid, en daarmee ook zijn kracht. Hij nam het beleid van zijn tegenstander over en werd verslagen na een campagne waarin hij de boodschap van hogere belastingen en uitgaven vermengde met clichés over (dit hebt u eerder gehoord) ‘sterk en stabiel’ leiderschap. Zijn partij staat er nog van te suizebollen en nadert de politieke vergetelheid.

Bunga-bungapartij

In Italië moet centrumrechts zich nog altijd van Silvio Berlusconi ontdoen. Forza Italia wordt meer gezien als de natuurlijke bunga-bungapartij dan als regeringspartij. De Finse conservatieven zijn in drie jaar tijd aan hun derde leider toe en hebben in veertig jaar niet zo weinig parlementszetels gehaald. Hun zusterpartij in Denemarken, befaamd om haar brave gematigde conservatisme, verliest al een kwarteeuw aan politieke relevantie en behaalde bij de laatste verkiezingen maar 3 procent van de stemmen.

De conservatieven in Oostenrijk vormen nu al zo lang een coalitie met de sociaal-democraten dat ze ook vergeten zijn waarvoor ze dienen. Daarom jagen ze zoveel vertwijfelde conservatieven naar de nationalistische Vrijheidspartij. En de Franse conservatieven zijn net als hun socialistische rivalen vermorzeld door een politieke machine die nog maar een jaar geleden is uitgevonden door Emmanuel Macron. Hij is meer een man van het midden dan een conservatief, maar hij lijkt wel een agenda te hebben: versoepeling van de berucht strenge Franse arbeidswetgeving en hervorming van het ingewikkelde Franse pensioenstelsel.

Ooit waren het de conservatieven die verandering beloofden. Nicolas Sarkozy behaalde een monsterzege omdat hij bezwoer de verkalkte Franse economie te hervormen, zoals Thatcher dat met de Britse had gedaan.

35-urige werkweek

In zijn boek La France pour la vie uit 2016 leek Sarkozy te hebben begrepen waarom hij was afgedankt en nam hij het zichzelf kwalijk dat hij de 35-urige werkweek ongemoeid had gelaten en de noodzakelijke verlaging van de belastingen en uitkeringen had laten varen. Hij verprutste de verkiezingen niet vanwege zijn grootheidswaan, maar juist omdat hij in zijn hervormingen niet ambitieus genoeg was.

Aan de overkant van de Atlantische Oceaan lijken de Republikeinen de uitzondering op de regel – deze week versloegen ze de Democraten in de race om een fel betwiste congreszetel in Georgia – maar de ingewikkelde dynamiek tussen het republikanisme en het trumpisme is weer een ander rechts verhaal.

Wat we wel weten is dat de populariteit van de Britse conservatieven instortte toen ze dit jaar met een opgewarmde versie van het Labour-manifest uit 2015 kwamen.

Centrum-rechtse partijen winnen als ze partijen van groei en ambitie zijn, niet als ze een failliete status-quo verdedigen of hun vijanden proberen te knuffelen. Ze moeten geen kiezers lokken op de plek waar die nu zitten, maar op de plek waar ze willen zijn. Als de conservatieven willen scoren, dan moeten ze – om met de grote Canadese ijshockeyer Wayne Gretzky te spreken – „daarheen schaatsen waar de puck naar toe gaat, niet waar hij vandaan komt”.

Het verkeerde conservatisme

Als conservatieve partijen terecht komen bij het verkeerde soort conservatisme, komen ze meestal in de knel. Mensen die meer belastingen en overheidsuitgaven willen, zullen naar links trekken. En mensen met een conservatieve inslag, die meestal wantrouwend tegenover big government staan, hebben weinig geduld met politici die doen of ze iets anders zijn.

Van Adam Smith is de beroemde uitspraak dat er „heel wat verval in een land” is – dat we nooit mogen onderschatten hoe slechte regeringen zichzelf in de vingers weten te snijden. Hetzelfde geldt voor politieke partijen. Het zou nog wel eens heel wat nederlagen kunnen kosten voor conservatieven erachter komen dat een fletse imitatie van andermans manifest niet tot electoraal succes leidt. De remedie is vanouds hetzelfde: als verder alles mislukt, probeer dan het conservatisme.