Veteranen Dutchbat eisen nu ook schadevergoeding

Eerder vroegen de oud-militairen alleen nog om eerherstel en excuses van de overheid vanwege de trauma’s die zijn opgelopen in Srebrenica.

Een Nederlandse militair houdt de wacht in een post nabij Srebrenica, in juli 1995. Foto ANP

De claim die een groep Srebrenica-veteranen heeft ingediend tegen de Nederlandse staat breidt zich uit. Waar de oud-militairen aanvankelijk alleen eerherstel en excuses eisten van de overheid willen ze nu ook geld zien. Dat liet een van hun advocaten, Michael Ruperti, maandagavond in het televisieprogramma Jinek weten.

Inmiddels hebben volgens Ruperti iets meer dan tweehonderd veteranen van het bataljon Dutchbat III zich bij de rechtszaak aangesloten, ongeveer eenderde van de groep die in 1995 werd uitgezonden. Per persoon wordt vanaf dinsdag “een symbolisch bedrag” van 22.000 euro geëist, duizend euro voor elk jaar sinds de missie ten einde is. De totale schadeclaim komt daarmee uit op een bedrag van meer dan 4,5 miljoen euro.

Volgens Ruperti hebben de veteranen eerder geprobeerd om met het ministerie van Defensie in gesprek te gaan, maar “die deur is dichtgehouden”. De advocaat stelt dat het departement alleen de schade wil vergoeden voor mensen die klachten hebben als gevolg van een posttraumatische-stressstoornis. Veel veteranen hebben echter andere vormen van schade opgelopen, aldus Ruperti, zoals aan hun leefomgeving.

Onder de veteranen die nu een schadevergoeding eisen zijn enkele hooggeplaatste officieren die in 1995 in Srebrenica dienden en ook plaatsvervangend commandant Rob Franken. Of ook voormalig commandant Thom Karremans zich bij de claim heeft aangesloten, maakte Ruperti in de televisie-uitzending niet bekend. Wel liet Karremans vorig jaar al weten het initiatief te steunen.

Onherstelbare schade

De militairen van Dutchbat III hadden de opdracht om in VN-verband de moslimenclave Srebrenica in het voormalige Joegoslavië te beschermen. In 1995 lukte dat niet langer en verliet het bataljon de basis. Srebrenica viel daarop in handen van Bosnisch-Servische troepen, die toen bijna 8.400 moslimmannen en -jongens hebben vermoord.

Na de val van Srebrenica zijn Dutchbat-veteranen volgens advocaat Ruperti meer dan twintig jaar verantwoordelijk gehouden voor het feit dat ze een massaslachting niet hebben kunnen voorkomen. Dat heeft bij velen van hen geleid tot “onherstelbare schade op sociaal, emotioneel en financieel gebied”. Nabestaanden eisten dat een rechtszaak werd gestart tegen oud-commandant Karremans en twee secondanten vanwege mogelijke medeplichtigheid aan de genocide. Het hof in Arnhem zette in 2015 een streep door die eis.

Frank Westerman schreef als correspondent voor NRC over de val van Srebrenica. De enclave is opgeofferd voor de vrede in Bosnië, vindt hij

Pas vorig jaar rond deze tijd kregen de voormalig Dutchbatters openlijk steun vanuit Den Haag. Tijdens de jaarlijkse Veteranendag in Den Haag stelde minister Hennis van Defensie (VVD) dat de missie naar Srebrenica “reeds op voorhand onuitvoerbaar” was. Die uitspraak was voor een klein groepje veteranen aanleiding om de claim tegen de Nederlandse staat te beginnen.

Het ministerie van Defensie laat dinsdag in een reactie weten nog altijd geen claim te hebben ontvangen, ook niet van toen alleen nog eerherstel werd geëist. Volgens een woordvoerder kunnen veteranen die lichamelijke of fysieke schade hebben opgelopen bij een missie altijd bij Defensie aankloppen.

“Voor die mensen hebben we een invaliditeitspensioen, een ereschuldregeling, bijzondere vergoedingen voor medische kosten en voor omscholing. Maar als men ondanks al die regelingen van mening is dat er restschade is, dan kan men een claim indienen en dan zullen we die behandelen. Maar dat is tot nu toe niet gebeurd.”