Maar overheden mochten de banken toch niet meer helpen?

Italiaanse bankensector

Eigenlijk zou het afgelopen moeten zijn met publieke steun voor banken. Maar de nieuwe EU-regels blijken in de praktijk flexibel. Vijf vragen over de bankenunie.

Noodlijdende banken mogen op drie verschillende manieren worden aangepakt. Veneto en Populare di Vicenza worden geliquideerd onder Italiaans recht. Ze ontvangen nu staatssteun onder voorwaarden. Foto Reuters

Daar vloeien ze toch weer, de miljarden euro’s aan belastinggeld om de banken te hulp te schieten. Een bedrag van 17 miljard euro zet de Italiaanse regering opzij om het opdoeken van twee middelgrote banken, Veneto en Populare di Vicenza, geordend te laten verlopen.

Het is, op zijn zachtst gezegd, opvallend. Sinds 2015 is de bankenunie in werking, een regime dat de eurolanden na de financiële crisis invoerden om de bankensector stabieler te maken. Mocht een bank toch omvallen, was voortaan de bedoeling „dat we de rekening echt weghalen bij de belastingbetaler”, zei minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) eind 2013. De bankenunie moest het patroon doorbreken dat in de eurocrisis zo giftig was gebleken: banken vallen om, overheden draaien op voor de kosten, burgers worden boos en staatsschulden rijzen de pan uit. Dat nooit weer. In plaats daarvan zouden voortaan aandeel-en obligatiehouders van de banken worden aangeslagen.

  1. Wat doen de Italianen precies met de twee banken?

    Ze worden failliet verklaard volgens Italiaans recht, maar hun gezonde activiteiten blijven bestaan. Die worden ondergebracht bij de tweede bank van Italië, Intesa Sanpaolo. Intesa krijgt van de Italiaanse staat een kapitaalinjectie van 5,2 miljard euro. Het overige bedrag van maximaal 12 miljard euro is bedoeld als garantie voor een ‘slechte bank’, waarin onder meer alle probleemleningen (leningen die niet meer worden terugbetaald) van de twee opgedoekte banken worden gestopt.

    Spaarders en depositohouders zijn veilig. Aandeelhouders en houders van de meest riskante obligaties verliezen geld, maar de meeste obligatiehouders zijn worden gespaard.

  2. En, mag dit volgens de regels van de bankenunie?

    Ja, volgens de autoriteiten die de bankenunie besturen. Dat zijn de Europese Centrale Bank (ECB), het Europese afwikkelmechanisme (Single Resolution Board, SRB) en de Europese Commissie. De ECB verklaarde de banken failliet, waarna het SRB Italië toestemming gaf de zaak nationaal op te lossen. Vervolgens zei de Europese Commissie dat er geen sprake is van verboden staatssteun.

  3. Maar overheden mochten de banken toch niet meer helpen ?

    De conclusie na tweeënhalf jaar bankenunie is dat het zo simpel niet ligt. Noodlijdende banken mogen op drie verschillende manieren worden aangepakt. Alle drie zijn ze legaal.

    Optie één is ‘afwikkeling’ volgens het EU-recht, waartoe het SRB kan besluiten. Dit gebeurde eerder deze maand bij een Spaanse failliete bank, Banco Popular. Deze werd opgedoekt en ondergebracht bij de grote bank Santander, zonder dat de Spaanse belastingbetaler een cent kwijt was. In plaats daarvan vingen beleggers de klappen op: alle aandeelhouders en alle obligatiehouders verloren hun geld. Deze redding volgens het boekje is hoe de meeste politici én journalisten het voor zich zagen toen de bankenunie werd opgericht. Maar in het hele pakket aan bankenregels staan ook twee andere opties genoemd. Daarover werd minder gesproken toen de bankenunie werd opgericht, maar ze blijken inmiddels net zo belangrijk te zijn.

    Optie twee is ‘liquidatie’ van een failliete bank volgens nationaal recht. Dit is wat het SRB de Italianen toestaat bij Veneto en Populare di Vicenza. Een lidstaat mag bij liquidatie staatssteun geven, maar alleen onder voorwaarden. Aandeelhouders en bezitters van riskante (‘achtergestelde’) obligaties moeten meebetalen, maar houders van de meest zekere obligaties zijn veilig. En de bank die staatssteun ontvangt, mag geen concurrentievoordeel krijgen.

    Optie drie is ‘herkapitalisatie uit voorzorg’. Een lidstaat mag een bank die in principe gezond is, maar toch in de problemen zit, tijdelijk van kapitaal voorzien om erger te voorkomen. Dit is het recept bij een andere Italiaanse bank, Monte dei Paschi di Siena. Staatssteun mag grofweg onder dezelfde voorwaarden als bij liquidatie. Italië wil Monte dei Paschi met miljarden euro’s te hulp schieten, de Europese Commissie is in principe akkoord.

  4. Waarom wilde Italië geen afwikkeling volgens EU-recht?

    Veel gewone Italiaanse spaarders hebben veilig geachte bankobligaties gekocht. Die zouden hun geld kwijt zijn onder afwikkeling onder EU-recht. Dit was voor de Italiaanse regering een nachtmerriescenario. Liquidatie en herkapitalisatie uit voorzorg blijken nu uitwegen.

  5. Hoe nu verder met de bankenunie?

    De bankenunie „is gestorven” nu Italië weer miljarden euro’s in de bankensector pompt, schrijft de (Italiaanse) commentator Ferdinando Giugliano op de opiniesite van persbureau Bloomberg. Het was volgens hem, en volgens veel andere commentatoren, nooit de bedoeling dat het centrale principe van de bankenunie zo makkelijk kon worden omzeild.

    Niet iedereen is zo pessimistisch. Bankenexpert Nicolas Véron van denktank Bruegel ziet de bankenunie als „werk in uitvoering”, schrijft hij op Twitter. Geheel volgens de EU-regels moeten beleggers in Italië wel degelijk opdraaien voor een deel van de kosten van het faillissement, zegt Véron. Hij plaatst wel vraagtekens bij het goedkeuren door de Europese Commissie van staatssteun aan een gezonde bank als Intesa.