Nelson is dood, Winnie is helemaal terug

De documentaire Winnie, in Zuid-Afrika veel positiever ontvangen dan in het buitenland, verleent eerherstel aan de ‘duivelse’ ex-vrouw van de ‘heilige’ Nelson. Tijdens zijn lange gevangenschap ging zij voorop in de strijd. En nu vertegenwoordigt ze het blijvende gevoel van onbehagen, beschrijft correspondent Bram Vermeulen.

Winnie Mandela Foto Kevin Sutherland/EPA

Het besef dat we iets vergeten waren in de geschiedschrijving over Zuid-Afrika kwam in september vorig jaar. Winnie Madikizela-Mandela werd 80. Ze vierde het in Kaapstad, de witste stad van het land. Het was haar eerbetoon aan de plek die na Soweto een tweede thuis werd, als wachtruimte voor haar op Robbeneiland vastgezette echtgenoot.

De grote zaal van het Art Scape-theater zat afgeladen vol – jong, oud, zwart, wit. De sfeer was onrustig. Twee ingangsdeuren zwiepten open, en in het licht dat van buiten de zaal naar binnen viel, verscheen Winnie. De zaal ontplofte. Links en rechts klommen Zuid-Afrikanen op hun stoelen. Er gingen vuisten in de lucht. Win-nie Man-deeeela, klonk het luid. De grond trilde onder de stampende voeten.

Toen begreep ik het. Ik was Winnie vergeten. Twintig jaar geleden kwam ik voor het eerst naar dit land, als student journalistiek. En in de verhalen die ik sindsdien schreef, speelde Winnie altijd de rol van enfant terrible. Ik was erbij toen ze voor de rechter in Pretoria moest verschijnen voor een fraudezaak. Het was 2002 en de verslaggevers om me heen waren vastbesloten groots uit te pakken. De correspondent van The Telegraph grinnikte toen hij haar kentekenbewijs op de voorruit controleerde: verlopen. Een Zuid-Afrikaanse journalist wees me op de laatste drie cijfers van haar nummerplaat: 666.

Dat was Winnie volgens de pers: de duivel. Het tegenbeeld van haar echtgenoot, de heilige, die ze tijdens zijn 27 jaar in de gevangenis niet alleen had bedonderd met een verzameling minnaars. Ze had hem bijna zijn presidentschap gekost door haar Mandela United Football Club en haar betrokkenheid bij de ontvoering van en moord op de 14-jarige Stompie Seipei. In de verhalen die ik versloeg moest Winnie vergeten worden. Hoe slecht ze was bleek wel na de begrafenis van haar man, toen ze probeerde aanspraak te maken op zijn huis in de Oost-Kaap. Ook al had hij in zijn testament nadrukkelijk vermeld dat het haar niet toekwam. Het lef.

Maar dat applaus in die zaal van Art Scape dan? Die zindering, dat kippenvel. Er klonk heimwee en nostalgie in door naar een vergeten tijdperk. Een gemis dat nooit de kranten haalde. Het gevoel dat ik ergens iets over het hoofd gezien had, kwam deze week terug bij het zien van de documentaire Winnie, van regisseur Pascale Lamche.

De film werd wereldwijd genadeloos ontvangen als een kritiekloos heldenepos. De recensent van deze krant had er maar één ster voor over. Ik had me bij eerste viewing ook gestoord aan de laatste twintig minuten. Daarin kwamen vooral trouwe aanhangers van Winnie aan het woord, onder wie haar dochter Zindzi en haar voormalige minnaar Dali Mpofu. En Winnie zelf.

De moord op Stompie

De scheiding, de moord op Stompie, de aanstellerige smeekbede door aartsbisschop Desmond Tutu bij de waarheidscommissie om een verontschuldiging: het was allemaal een grote samenzwering tegen haar. „Een project om van me af te komen. Nelson was beter af zonder mij”, sprak Winnie.

Toegegeven: daar zat veel zelfmedelijden en weinig zelfreflectie. Maar in de 84 minuten werd ook duidelijk wat vergeten was in die metersdikke boeken over Zuid-Afrika, die de geschiedenis van dit land steeds maar weer beschrijven met het leven van Nelson Mandela als standpunt en leidraad. Maar Nelson was 27 jaar afwezig. Veel andere leiders van het huidige ANC ook: Nelson Mandela’s opvolger Mbeki bracht het grootste deel van zijn leven in ballingschap door. Mbeki’s opvolger Zuma zat tien jaar in de gevangenis en runde daarna de ANC-kampen in Zambia.

Winnie was degene die de strijd in Zuid-Afrika voerde. Zij moest dagelijks de vallen ontwijken die de geheime dienst van het apartheidsregime voor haar zette. Het regime deed er alles aan haar, net als Nelson, te vergeten. Ze werd verbannen naar Brandfort, een oerlelijk gehucht in de Vrijstaat, bijna een dag rijden van het huis van de Mandela’s in Soweto. Ze werd anderhalf jaar lang eenzaam opgesloten, in een isoleercel. Ze was het dankbare doelwit van Stratcom, het pr-bedrijf van het apartheidsregime, dat zich bekwaamde in het plaatsen van vuilspuiterij over Winnie in de Zuid-Afrikaanse kranten.

Die operatie had als codenaam: Romulus en de man die deze operatie leidde, Vic McPherson, vertelt in de film hoe hij ruim veertig journalisten op zijn loonlijst had staan „die direct of indirect” voor Stratcom werkten en ervoor zorgden dat de verhalen die Winnie konden beschadigen op de voorpagina’s terechtkwamen.

Lees ook de recensie: Loftrompet voor Winnie Mandela

De kist van Stompie Mokhetsi Seipei. Foto EPA

Kwade brein

Daarin werd Winnie neergezet als het kwade brein achter de moord op Stompie, die door Winnies lijfwachten ervan verdacht werd een informant van het apartheidsregime te zijn. Tijdens de rechtszaak bleek het precies andersom: de moordenaar, Jerry Richardson bleek zelf informant van het regime en maakte een deal met het apartheidsregime. Winnie werd veroordeeld tot een geldboete, aangezien haar betrokkenheid niet onomstotelijk bewezen werd.

Na de machtsovername door het ANC maakte de nieuwe minister van Justitie opnieuw contact met Richardson en wordt de zaak opnieuw opgerakeld door de waarheidscommissie. Daar spreken alle getuigen elkaar tegen over Winnies betrokkenheid. Desmond Tutu smeekte Winnie voor een volle zaal haar verontschuldigingen aan te bieden. „Uw grootsheid zou alleen maar bevestigd worden als u nu zei: het spijt me, er zijn dingen mis gegaan.” In de film barst Winnie in woede uit over het spektakelstuk van Tutu. „Ik was woest. Moest ik nu mijn excuses aanbieden voor apartheid?”

Nelson Mandela tijdens zijn onthaal op 16 juni 1990 in Amsterdam. Foto Vincent Mentzel

Angst voor communisme

Winnie voelde zich tentoongesteld door Tutu. Andere ANC-leiders weigerden zich te laten verhoren over hun misstanden tijdens de strijd, zoals de martelingen in de kampen in ballingschap. De film laat zien dat Winnies populariteit in de townships zowel door het apartheidsregime, als door haar eigen ANC gevreesd werd. Winnie zat in het linkse kamp van het ANC, dat bleef staan voor de socialistische idealen waarmee de strijd tegen apartheid begonnen was.

Dit standpunt werd gevreesd in Zuid-Afrika en daarbuiten. De film herhaalt een toespraak van de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan die op het hoogtepunt van apartheid zegt: „Diegenen die ons vertellen dat we de Zuid-Afrikaanse economie moeten boycotten moeten ons ook eens uitleggen wat er dan voor in de plaats zal komen? Dit is een van de belangrijkste regio’s in de wereld. Langs Kaap de Goede Hoop passeert dagelijks de olie vanuit de Perzische Golf. In de grond van Zuid-Afrika zitten de belangrijke grondstoffen, die het Westen nergens anders kan halen. De Zuid-Afrikaanse regering is op geen enkele manier verplicht met een organisatie te onderhandelen die terroristische tactieken hanteert om een communistische staat te creëren.”

Dat was de omgeving waarin Winnie haar strijd tegen de apartheid uitvocht. Ook in Nederland kon de apartheidsstaat rekenen op sympathie, met name bij het CDA en de VVD, die tot laat in de jaren tachtig tegen de vrijlating van Nelson Mandela waren, uit angst voor diezelfde communistische heilstaat.

Het Zuid-Afrika dat Nelson Mandela in 1994 erfde werd geenszins een communistisch bolwerk. Met het verdwijnen van de apartheid verschenen vooral de shoppingmalls en megadeals met wapenbedrijven. Het Zuid-Afrika van bevrijd Mandela, werd een neoliberale heilstaat waarin de idealen uit het statuut van het ANC, het Freedom Charter, voor gratis onderwijs voor de armen nooit gerealiseerd werden. Het ANC kreeg de macht, maar de economische macht bleef grotendeels in handen van dezelfde industrielen die tijdens de apartheid steenrijk werden. Anton Rupert is nog altijd de rijkste man van het hele Afrikaanse continent. De restaurants in dit land worden nog altijd bevolkt door witte Zuid-Afrikanen, ook al vertegenwoordigen ze minder dan 8 procent van de bevolking.

De film stelt niet de vraag wat Winnie Mandela’s masterplan voor Zuid-Afrika zou zijn geweest, als zij niet op een zijspoor was gezet. De film spaart Winnie en richt zich op de emotie van een vrouw die na de vrijlating van haar man voelt dat ze haar identiteit als vrijheidsstrijder plotseling kwijt is.

„Ik was gereduceerd tot de vrouw van Nelson Mandela.” Winnie wordt vergeten. Maar ze wordt niet vergeven, zoals de bedenkers en uitvoerders van apartheid vergeven moesten werden.

Dat maakt de documentaire nu zo relevant. Nelson is begraven en een nieuwe generatie keert zich tegen zijn filosofie van verzoening, die de inzet was bij de Zuid-Afrikaanse machtsoverdracht in 1994. Zwarte studenten legden vorig jaar maandenlang hun colleges stil met de eis van gratis onderwijs, de oude ANC-belofte uit het Freedom Charter opgesteld in de jaren vijftig.

De studentenleiders zeiden in interviews precies dat: Nelson Mandela heeft ons uitverkocht. Sommige zwarte Zuid-Afrikanen werden rijk, dat zijn de ANC’ers die Winnie met succes aan de kant schoven. Maar in de krottenwijken wonen, op een paar uitzonderingen na, nog steeds dezelfde zwarte Zuid-Afrikanen. Het aantal armen dat moet overleven op minder dan een dollar per dag verdubbelde na 1994 in iets meer dan tien jaar tijd. Je ziet tegenwoordig ook witte Zuid-Afrikanen bedelen bij het stoplicht. Maar van de huishoudens die moeten overleven van 60 euro per maand is 63 procent zwart en slechts 4 procent wit. De witten verloren de macht, maar behielden hun geld. Winnie Mandela vertegenwoordigt dat blijvende gevoel van onbehagen.

Nelson Mandela op 11 februari 1990 vlak na zijn vrijlating uit de Victor Verster gevangenis in Paarl, Zuid Afrika. Foto Rien Zilvold

Gedemoniseer

In het kielzog van Winnies grootste entree in het Arts Scape-theater kwam ook Julius Malema binnen. Hij werd uit het ANC gezet en maakt nu het meeste lawaai als de voorman van de Economic Freedom Fighters, de linkse flank die Winnie begin jaren negentig vertegenwoordigde. Terwijl de weerzin tegen het graaien van het nieuwe ANC groeit, groeit ook de steun voor een vergeten agenda: gratis onderwijs, nationalisatie van de mijnen, landhervormingen zonder compensatie voor witte boeren.

De documentaire Winnie draait nog niet in Zuid-Afrika, maar werd door de Zuid-Afrikaanse kranten met veel meer begrip ontvangen. „Winnie verandert de geschiedenis zoals die ons is verteld”, schreef de Mail and Guardian. „Ik geloof dat ze verkeerd is begrepen en uitgelegd en gedemoniseerd. Deze film probeert niet te rehabiliteren maar probeert het perspectief te verplaatsen”, vertelde de regisseur Pascale Lamche in gesprek met Nieuwsuur. Voor zo’n verhaal is Zuid-Afrika rijper dan de rest van de wereld die nog gelooft in het sprookje van verzoening. Nelson is dood. Winnie is terug.