Loop je voorgebruind minder risico op huidkanker?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: beschermt een gebruinde huid tegen huidkanker?

Foto iStock

De zon schijnt nog niet of we worden we weer doodgegooid met waarschuwingen tegen de levensgevaarlijke uv-straling van de zon.

Blijf uit de zon tussen 12 en 3 uur ’s middags. Bedek de huid en draag een hoed. En smeer je dik in met zonnebrandcrème.

Die drie overal aanwezige aanbevelingen hebben hun oorsprong in 1981, toen in Australië de slip-, slop-, slap-campagne begon. Slip on a shirt, slop on sunscreen and slap on a hat. Iets later kwam daar seek shade or shelter (mijd de volle zon) en slide on some sunnies (draag een zonnebril) nog bij.

Ooit verhuisden tienduizenden bleke, roodharige Engelsen en Schotten, met blauwe en groene ogen, naar Australië. Waar ze na de Tweede Wereldoorlog meer vrije tijd kregen en een bloothuidige strand- en surfcultuur ontwikkelden. In de decennia daarna steeg het aantal huidkankerpatiënten er naar recordhoogten. Dreigt dat gevaar ook voor mensen met een iets bruinere huid?

In iedere huid veroorzaakt uv-straling DNA-schade. De meeste wordt, door vele moleculaire reparatiemechanismen in de cel, gerepareerd. Soms gaat het mis, als er schade ontstaat die ontsnapt aan herstel en de cel aanzet tot ongecontroleerd delen.

Dan ontstaat huidkanker. Er zijn drie typen. De meestvoorkomende is het basaalcelcarcinoom. Het aantal mensen dat jaarlijks basaalcelcarcinoom blijkt te hebben wordt niet goed geregistreerd, maar dermatologen houden het er op dat 80 procent van de huidkankers basaalcelcarcinomen zijn. Plaveiselcelcarcinoom (15 procent) en melanoom (5 procent) komen minder vaak voor. Melanomen zijn verreweg het gevaarlijkst.

In 2016 kregen 6.800 mensen in Nederland te horen dat ze melanoom hadden en er gingen 828 mensen aan dood. Aan de 95 procent andere huidtumoren stierven – het CBS veegt die andere huidkankers op één hoop – in 2015 102 mensen, terwijl er, omgerekend, 130.000 nieuwe patiënten zijn. De kans om aan basaalcel- of plaveiselcelcarcinoom te sterven is dus bijzonder klein.

Slow past goed als zesde woord in het rijtje slip, slop, slap, seek en slide.

Nu terug naar de vraag. Als je géén huidkanker wilt krijgen, bescherm je je dan door vanaf het voorjaar geleidelijk in de zon te bruinen?

Wat zeker is: zowel huiden die van nature bruin zijn, als gebruinde huiden zijn beter beschermd tegen zonnebrand.

Regelmatige zonblootstelling is ook gezond. Het beschermt een beetje tegen darm-, borst- en prostaatkanker. Het verlaagt de bloeddruk, is goed tegen stress en goed voor je botten.

De Nederlandse Vereniging van Dermatologie zegt echter op haar website dat je alleen bruiner wordt door verbranden: „Een zongebruinde huid is dus in feite een zonbeschadigde huid.”

Zonbeschadiging gaat gepaard met huidkankerrisico, dus langzaam bruinen zou niet beschermen tegen huidkanker.

Duiken we dieper de epidemiologie in, dan zien we dat de kans op huidkanker vooral stijgt door plotselinge overweldigende blootstelling aan felle zon.

Mensen in Noordwest-Europa die beroepsmatig regelmatig aan de zon zijn blootgesteld lijken nauwelijks verhoogde risico’s op huidkankers te hebben. Zeker niet op het gevaarlijke melanoom. Met wat slagen om de arm kun je wel zeggen dat slow, voor slow tanning – langzaam bruinen – goed als zesde s-woord in het rijtje slip, slop, slap, seek en slide past.