Gerechtshof: staat is deels aansprakelijk voor ‘Srebrenica’

Hoger Beroep

Nederland moet de nabestaanden van ongeveer 350 mannen die gedood werden na de val van Srebrenica een schadevergoeding betalen.

De Moeders van Srebrenica arriveren bij het Gerechtshof voor de uitspraak in de hoger beroepszaak van hen tegen de Nederlandse Staat. Foto Remko de Waal/ANP

De Nederlandse staat is voor een gedeelte aansprakelijk voor de dood van ongeveer 350 moslimmannen en -jongens in Srebrenica in juli 1995. Het gaat om de mannen die zich ten tijde van de val van de door Nederlandse militairen beschermde moslimenclave in Srebrenica op het kampement bevonden. De Nederlandse staat moet hun nabestaanden een schadevergoeding betalen, oordeelde het gerechtshof in Den Haag dinsdag.

Tegelijkertijd is Nederland niet aansprakelijk voor de dood van álle bijna 8.400 mannen die bij de genocide in Srebrenica om het leven kwamen, zoals de nabestaanden hadden geëist. Het merendeel van die slachtoffers bevond zich namelijk in de bossen rondom het plaatsje, waardoor de Nederlandse militairen van het bataljon Dutchbat III ze hoe dan ook niet had kunnen beschermen.

De uitspraak van het gerechtshof kan beschouwd worden als gedeeltelijke overwinning voor de nabestaanden. Drie jaar geleden oordeelde de gewone rechtbank al dat de Nederlandse staat medeverantwoordelijk was voor de dood van de mannen en aansprakelijk kon worden gesteld voor de geleden schade.

De Nederlandse staat wees elke verantwoordelijkheid af en ging dan ook net als de nabestaanden tegen de uitspraak in beroep. Het gerechtshof stelt de staat op het punt van de verantwoordelijkheid in het ongelijk.

De Nederlandse militairen van Dutchbat waren in Srebrenica als onderdeel van een VN-missie en hadden de taak om de moslimenclave te beschermen. In de zomer van 1995 werden de Dutchbatters echter dusdanig overlopen door de Bosnisch-Servische troepen van generaal Ratko Mladic dat ze besloten om afspraken te maken over de evacuatie van de ruim 30.000 moslims in Srebrenica.

Foto uit 1994 van het Nederlandse VN-bataljon voor Oost-Bosnie. Foto Ed Oudenaarden/ANP

Aanvankelijk leek tijdens die evacuatie weinig aan de hand, zo stelde het hof vast. Toen later duidelijk werd dat de mannen het risico liepen slachtoffer te worden van folteringen en genocide hadden de Nederlandse VN-militairen meteen moeten stoppen met evacueren, aldus de raadsheren. Door die signalen te negeren heeft Nederland onrechtmatig gehandeld.

De zaak tegen de Nederlandse staat is aangespannen door de nabestaanden van de slachtoffers van de moslimmannen, beter bekend als de ‘moeders van Srebrenica’. Zij zoeken al meer dan vijftien jaar naar erkenning en willen dat Nederland aansprakelijk wordt gesteld voor de dood van álle 8.400 slachtoffers van de genocide. Ze lieten achteraf weten te willen doorprocederen en naar het Europees Hof van Justitie te zullen stappen.


Een overzicht van de gebeurtenissen in het Srebrenica-dossier:

De circa 350 mannen waarop de uitspraak betrekking heeft betreft de groep mannen die op 13 juli de Nederlandse compound moest verlaten. Door de mannen zonder meer te laten vertrekken is hen een kans op overleven ontnomen, aldus het oordeel van het gerechtshof.

Als ze niet waren weggestuurd was hun kans op overleven 30 procent geweest, schat het gerechtshof. De staat is daarom ook aansprakelijk voor 30 procent van de geleden schade.