Interview

Fong-Leng: ‘Ik kan simpelweg niet klein denken’

Fong-Leng (79) werd beroemd met haar theatrale creaties. Nu heeft ze een expositie van beelden, schilderijen van leer en interieurobjecten in Amsterdam. „Kunstenaars willen wel eens een nieuwe kant op.”

Foto Merlijn Doomernik

Achtendertig minuten na het officiële begin van de besloten opening kwam een beige Rolls-Royce de stoep naast het Rijksmuseum in Amsterdam oprijden. Nadat ze de auto uit was geholpen, werden haar de riemen van twee Afghaanse windhonden aangereikt. En zo schreed Fong-Leng over de rode loper haar tentoonstelling binnen, gevolgd door een legertje fotografen. Ze was gekleed in een lichtgele suède mantel van eigen makelij bezet met bloemen van Swarovski-stenen, aan haar voeten pumps met steentjes op de enkelriempjes, over haar blauw opgemaakte ogen een pilotenzonnebril. Het beeld van de springende haas dat voor de Amsterdamse Morren Galleries staat, hadden zij en haar partner Gerti Bierenbroodspot voor de gelegenheid ingepakt in een groen gebloemd lapje van de Albert Cuypmarkt; ze vindt het beeld sowieso niet mooi, en bovendien hoorde het niet bij de tentoonstelling.

De volgende dag, bij de overvolle publieksopening, werd de performance herhaald, zij het nog een kwartier later later, zonder Rolls en nu in een groene suède mantel met op haar zwarte krullen een baret in precies dezelfde kleur groen. Stralend ging ze met iedereen die daarom vroeg op de foto, in de galerie stond discomuziek op.

„Als je iets doet”, zegt Fong-Leng een paar weken later op een terras om de hoek bij haar huis in het centrum van Amsterdam, „moet je het goed doen. Ik kan niet alleen maar daar gaan staan. Ik kan simpelweg niet klein denken, dat is puur de waarheid.”

Weinig mensen die de Nederlandse modewereld zo hebben opgeschud als Fong-Leng Tsang, aan de Rotterdamse haven geboren als dochter van een Chinese vader en een Nederlandse moeder. In die stad werd ze ook opgeleid als fotograaf en voerde ze met haar toenmalige echtgenoot een fotopersbureau. Na de scheiding verhuisde ze naar Amsterdam. Aanvankelijk werkte ze er ook als fotograaf, later ging ze aan de slag in een stoffenfabriek, waar ze kleding ontwierp die ter illustratie op stoffenbeurzen werd getoond. In 1969 had ze kortstondig een kleine boetiek aan de Nieuwendijk. Het grote succes kwam twee jaar later met Studio Fong-Leng, een met scheepsaluminium ingerichte winkel aan de P.C. Hooftstraat. Daar verkocht ze haar theatrale, prachtig gemaakte en kostbare creaties van leer en zijde met figuratieve applicaties erop, die namen hadden als Rups, Taart, Gaudímantel en Parasol.

Afscheid van Mathilde van Carel Willink (1975)

Haar beroemdste ontwerp is de Luipaardmantel, een mantel van goudkleurig leer met daarop door het gras sluipende luipaarden en driedimensionale rozen op de schouder. Haar vriendin, klant en ambassadeur Mathilde Willink werd erin geportretteerd door Carel Willink, vlak voor hij haar verliet. Toegankelijker maar ook bijzonder waren de ontwerpen – jurken mag je niet zeggen van Fong-Leng, want „die koop je bij C&A”– van geplisseerde stof.

Naast vaak spectaculaire shows in Nederland – waar de modepers destijds vaak nogal zuinigjes op reageerde – liet ze haar collecties zien in onder meer Bahrein, Split en Bangkok. In New York en Miami had ze showrooms voor haar „prêt-à-porter de luxe”. Studio Fong-Leng werd in 1987 failliet verklaard, maar Fong-Leng bleef tot 1998 actief in de mode, vooral als ontwerper van sport- en bedrijfskleding.

Monstertjes

Op de tentoonstelling in Amsterdam zijn drie leren mantels te zien. Op de meeste recente, van oud gemaakt goudkleurig leer, heeft ze fantasiefiguren aangebracht, zoals lieve monstertjes met aan elke van de vier poten een pump. Er zijn colliers van halfedelstenen. En haar nieuwste project: beelden, samengesteld uit robots, roestvrij staal, hout en glas.

Maar de nadruk ligt op schilderijen, interieurobjecten van leer met verfijnde afbeeldingen van vrouwen, maskers, wilde dieren, indianen, schelpen, een Afrikaanse prins met een paard. Elke schaduw, elk detail op de soms enorme werken is van een andere kleur leer gemaakt.

Final output file (HR), color profile (sRGB)
Final output file (HR), color profile (RGB)
Links: Masker 23 (32 x 28 cm). Rechts: Lady in Pink (130 x 150 cm)

Haar eerste interieurobjecten maakte ze in 1980 in opdracht van textielondernemer/kunsthandelaar Loek Brons en zijn vrouw Miep. Een sprei, kussens en een wandpaneel van drie bij zes meter, met luipaarden, apen, vogels, bomen en planten; het is allemaal te zien op de foto die Robert Mapplethorpe in 1981 van Miep Brons maakte.

Die opdracht was „uniek, uniek, uniek”, zegt Fong-Leng. „Ik was helemaal vrij in wat het zou worden, het gaf niet hoelang het duurde en ze hebben nooit gevraagd wat het kostte. En toen het eenmaal klaar en geplaatst was hebben ze een heel groot feest voor me gegeven.” Toen ze in de jaren negentig besloot een andere weg in te slaan, kwam ze weer terug bij de interieurobjecten. „Een heel andere richting, maar wel met dezelfde materialen. Leer en zijde, dat spreekt mij toch het meeste aan.”

Waarom wilde u een andere richting in?

„Waarom? Dat gebeurt natuurlijk de hele tijd bij kunstenaars. Die willen wel eens een nieuwe kant op.”

Is het prettig dat u bij uw interieurobjecten en schilderijen geen rekening hoeft te houden met het lichaam?

„Dit is veel moeilijker. Zo’n hele lap moet onder de naaimachine en je kan geen fouten maken, want dan krijg je gaten in het leer. Het is nonnenwerk, alles moet precies. Als ik aan iets nieuws begin, zeg ik tegen vrienden: jullie moeten het een paar weken zonder mij doen.”

Dirk Scheringa heeft volgens mij in de jaren negentig best veel van uw werken aangekocht voor zijn Frisia Museum.

„Die werden al door het museum gekocht voordat ze klaar waren. Dat stimuleert een mens ook natuurlijk.”

Zijn die nu allemaal in bezit van het museum More museum van Hans Melchers? Dat heeft veel van Scheringa overgenomen nadat hij in 2009 failliet ging.

„Ik neem aan dat het er veel zijn, maar precies weet ik het niet, want die mensen hebben mij nog nooit uitgenodigd. Ik weet wel dat er vijf creaties van mij op een tentoonstelling over Carel Willink opgesteld staan in de nieuwe vestiging van het museum in Ruurlo, maar ik heb die nog niet gezien.”

Ik vind het idioot dat mijn leeftijd zo op straat ligt. Ik houd het mysterie liever in stand

Steekt het niet dat u niet op de opening van Kasteel Ruurlo was?

„Helemaal niet. Nou ja, ze moeten maar een grote Fong-Leng-tentoonstelling maken om het goed te maken.”

Uw vroege werk is een bron van inspiratie voor de nieuwe generatie modeontwerpers. Het begon met Viktor & Rolf, die hun collectie voor voorjaar 2003 op uw werk baseerden. Bas Kosters en Mattijs van Bergen vinden u een voorbeeld. En in recente collecties van Dries Van Noten, Louis Vuitton en Valentino zaten kledingstukken waarin uw stijl terug te zien is.

„In Parijs sloeg ik ooit een Vogue open. ‘Kijk nou eens’, riep ik. Stond daar een geplisseerde, geborduurde zwarte blouse van mij in, met de naam Dior erbij. Als je zelf geen inspiratie hebt, dan moet je naar anderen kijken. En daaruit blijkt dus wel dat het heel goed was wat ik deed. En hoe goed het nog steeds is.”

In zo’n geval bent u de inspiratie. Bent u daar niet een beetje door gevleid?

„Gevleid? Ik ben erg nuchter in dit soort dingen. Ik kom het dagelijks tegen, dus ik heb er vrede mee. Ze doen allemaal maar. Hoewel: het laatste parfumflesje van die twee jongens [Viktor & Rolf-red], dat met die strik, is in feite mijn flesje. Daarvan denk ik wel: hallo, waarom doe je dat? Die mensen hebben nu inmiddels zo veel ervaring dat ze iets nieuws zouden moeten kunnen verzinnen. Maar ook dat heb ik laten gaan.”

Jungle (450 x 270 cm)

Als vroeger naar uw leeftijd werd gevaagd, zei u: ‘Ergens tussen de 30 en de 75’. Tegenwoordig staat uw geboortedatum op Wikipedia: 13 augustus 1937. Ik denk dat u daar niet blij mee bent.

„Ik vind het idioot dat het zo op straat ligt. Ik houd het mysterie liever in stand. Het gaat er nu ook de hele tijd over: ze is bijna 80. Ik vind dat heel storend. Het moet niet om mijn leeftijd gaan, maar om mijn werk.”

In 1980 zei u in een interview met Max Pam dat u ouderdom dramatisch vond. ‘Alles wordt anders als je ouder wordt. Het gaat hangen, je tanden worden bruin of vallen uit.’

„Dat was toen zo! Als ik destijds naar oudere mensen keek, dacht ik: ieuw! Ik zie nog steeds wel van die krakkemikkige vrouwtjes op straat, die helemaal in elkaar zitten en moeilijk lopen. Maar zo is het helemaal niet gegaan bij mij. Ik voel me niet oud. Ik ben happy en ik kan goed werken, en meer heb ik niet nodig. Ik heb zo veel gedaan in mijn leven dat ik zou kunnen denken: waarom doe ik het nog? Maar ik kan niet ophouden, ik heb levenslang. Ik denk dat ik blijf werken tot ik doodga. En dat kan nog wel honderd jaar duren. Bye-bye, de groeten aan allemaal.”

Creaties van Fong-Leng in kasteel Ruurlo.

A fusion of fashion and high art. T/m 9 juli, morrengalleries.nl Fong-Leng, permanent in Kasteel Ruurlo. museummore.nl. De Luipaardmantel is tot en met 2 juli te zien in de centrale OBA, Amsterdam. oba.nl