Recensie

Fieret fotografeerde alles met gulzige blik

Niets ontsnapte aan de gulzige camera van Gerard Fieret (1924-2009). Zijn rijke oeuvre is een open venster op de jaren zestig en zeventig: op de vrijheid, en het benauwende.

Muren, stoepen, voeten, handen, stoelen, kranten, vrouwen – niets ontsnapte aan de fotocamera van Gerard Fieret (1924-2009).

Nadat hij in 1965 een camera vond, werd hij een amateur in letterlijke zin: liefhebber. Een opleiding ambieerde Fieret niet, hij had genoeg aan aangewaaide kennis. Zo ging hij fotograferen; kind van de jaren zestig, het leven vierend.

Alles was mooi. Vooral vrouwen, en delen van vrouwen: een knie, schaamheuvel, gezicht. Erotisch ja, hardcore nee. Overal zie je flirt en pret als zij een heup richting zijn camera wierpen, of hij ernaast kroop, een knie kussend, zelfontspanner in de hand.

Het maakt de tentoonstelling in Fierets woonstad Den Haag tot een overzicht van gulzigheid; Fieret was een man die alles wilde hebben, en die alles vastlegde.

In snelle stadsfoto’s, maar ook in benauwde interieur-foto’s. Volle kamers, een stoel met stapels kranten, blote voeten op een vloer vol foto’s.

Fraaie foto’s zijn dat, bijna collages, maar toch gewoon het leven van een eigenzinnige man die met zijn blinde kat Pummeltje in een Haagse kelder woonde en wiens oeuvre zowel benauwd en groezelig is als een ode aan de vrijheid.

Mooie mislukking

Voor Fierets foto’s betekende het laat-maar-waaien-gevoel slordigheid en ongeduld, maar ook spannende experimenten met uitsnedes, lichtsluiers, schaduwen. „Mislukte foto’s bestaan niet”, zei hij – wat niet waar is. Maar inderdaad, Fieret liet ze wel mooi mislukken.

‘Mislukt’ betekent dan bijvoorbeeld gehaast en onscherp, waar óók de stiekemheid in zit van een fotograaf die gauw dicht op zijn onderwerp kruipt. Die snelheid maakt van Fieret een voyeur – en ook van ons als kijkers. Neem de drie wazige snapshots van een vrouw die haar benen aanraakt. Zwart-wit lijken ze van lang geleden; ver weg. Maar doordat het er drie zijn, kort na elkaar genomen, zie je beweging. Dat maakt de scène weer nabij. Het zwart-wit geeft ook een grafisch, abstract effect, doet het licht contrastrijk op de benen vallen, afgedrukt in vettige inkt, aaibaar bijna – wat de voorstelling extra sensueel maakt. Was dat misschien ook hoe Fieret vrouwen zag: dichtbij, begeerlijk, toch ongrijpbaar?

Psychiatrische problemen

Dat alles spookt door je hoofd bij het bekijken van deze foto’s, samen een rijk oeuvre, al was Fierets kunst geen lang leven beschoren.

Volgens de tentoonstellingsteksten werden de psychiatrische problemen rond 1980 zichtbaar voor de buitenwereld. Fotograferen lukte toen niet meer, en Fieret wantrouwde musea en collega-fotografen (‘Hasselblad-mannetjes’). Zijn achterdocht voor plagiaat verklaart ook waarom de foto’s zijn verminkt met dikke handtekeningen en copyright-stempels.

Een zij-wandje toont portretten van Fieret door collega-fotografen: een zwerver die duiven voerde en de tong uitstak. Het is moeilijk die verandering te ontkoppelen van zijn foto’s. Hoe zou iemand die zo scherp keek naar het leven nog kunnen fotograferen nadat zijn blik op de realiteit door ziekte was vertroebeld?

Die tragiek lijkt al besloten te liggen in zijn juist zo lucide werk van ervóór: een kort maar open venster op een tijdperk.