Google geeft zijn eigen winkelfunctie ‘een significant betere behandeling’

Mededingingscommissaris Margrethe Vestager

Door interne documenten kreeg EU-commissaris gedetailleerd inzicht in de strategie van Google. Die benadeelde de consument.

Google waarschuwt bezoekers dat aanbieders betalen voor een positie in de ‘Shopping’ etalage.

Dat je een zoekmachine bent, die zoekresultaten illegaal in het eigen voordeel manipuleert, en in feite dus niet meer objectief te noemen is – het zal je maar gezegd worden. Toch is dat precies wat Google dinsdag overkwam. Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging) oordeelde ongekend hard in een jaren slepend onderzoek naar de machtspositie van het Amerikaanse bedrijf.

„We nodigen iedereen uit om het maximale uit onze interne markt te halen, en als je succesvol bent, volgen felicitaties”, zei de Deense Vestager tijdens een persconferentie waarop ze zich rechtstreeks tot Google leek te wenden, haar bewondering voor het bedrijf uitsprak en uitlegde dat marktdominantie op zichzelf geen probleem hoeft te zijn. „Maar het applaus stopt wanneer je niet langer eerlijk concurreert. We zullen je nooit een vrijbrief geven.”

De boete van 2,4 miljard is euro veel hoger dan de één miljard die in het geruchtencircuit rondging. Vestager: „Dit weerspiegelt de serieuze en aanhoudende aard van de schending van de concurrentieregels.” Dat Google niet bereid was tot een compromis, heeft de zaak ook verergerd.

Het bedrijf krijgt 90 dagen om zijn leven beteren. Op elke dag meer volgt een extra boete, ter hoogte van 5 procent van Google’s gemiddelde dagelijkse wereldwijde omzet. En o ja: „Iedereen die geleden heeft [onder het misbruik] kan compensatie eisen voor nationale rechtbanken.”

Het verwijt dat Vestager iets tegen de VS heeft, is snel gemaakt, helemaal nu Trump de scepter zwaait in Washington en, tegen het zere been van de EU, aanstuurt op meer protectionisme en minder internationale akkoorden op het gebied van klimaat en handel. „We kennen de beschuldigingen dat we bevooroordeeld zijn.” En ze laten Vestager niet koud. Ze vertelde dinsdag dat zij zelfs een intern onderzoek had bevolen naar recente, door haar mededingingsautoriteit behandelde concurrentiezaken en fusies. „Ik kan geen feiten vinden die duiden op wat voor vooringenomenheid ook.”

Respect voor rechtsstaat

Is ze niet bevreesd voor een tegenreactie? Dat Europese bedrijven het nu moeilijker krijgen bij de Amerikaanse concurrentiewaakhond FTC (Federal Trade Commission)? „Een van de dingen die onze twee unies gemeen hebben is het respect voor de rechtsstaat”, zei Vestager. Ja, maar diezelfde FTC oordeelde nog in 2013, in een eigen onderzoek naar Google’s machtspositie, dat er niks aan de hand was. Inderdaad, maar: „Het is belangrijk dat we verantwoordelijk nemen in onze eigen jurisdictie.”

Voor Vestager staat onmiskenbaar vast dat er wél van alles mis is met hoe Google zaken doet. Jaarlijks verdient het 18 miljard dollar aan advertenties, die bij de zoekmachine van Google staan. Hoe meer mensen daarop klikken, des te meer inkomsten. Tot zover niks aan de hand. Maar in 2004 besloot het bedrijf om zich op een andere markt te begeven, die van het online shoppen. Een markt waar de concurrentie toen al groot was en waar Google maar moeilijk tussenkwam.

Google-document uit 2006

Vestager sprak dinsdag over een door de Commissie ingezien ,intern document” uit 2006, waarin Google vaststelt dat de winkelactiviteiten tegenvallen, terwijl Google’s zoekfunctie op dat moment juist furore maakt. Een vaststelling die, in 2008, leidt tot wat Vestager een „fundamentele verandering” noemt. Simpel gezegd komt die erop neer dat Google het shoppen verbindt met het zoeken. Ook daarmee is nog steeds niks mis, ware het niet dat Google zijn eigen winkelfunctie ,,een significant betere behandeling” geeft.

Terwijl Google Shopping bij zoekacties steevast hoog eindigt, worden concurrerende, maar minstens zo relevante winkelplatforms juist doelbewust weggemoffeld. „Soms wel op pagina 4 van de zoekresultaten of zelfs nog verder weg”, aldus Vestager. Sommige rivalen zien de belangstelling voor hun product soms met wel 90 procent afnemen door ingrepen van Google, zo blijkt volgens Vestager ook uit onderzoek van de Commissie.

Het effect hiervan is volgens de eurocommissaris niet te onderschatten. Dinsdag vertelde ze dat er 35 procent van de „belangrijkste generieke resultaten” gegarandeerd met de computermuis wordt aangeklikt. Op mobieltjes ligt dat percentage nog hoger. Verplaatst je het eerste zoekresultaat naar de derde plaatst dan leidt dat volgens haar meteen tot 50 procent minder clicks. Tel daar de dominantie van Google’s zoekmachine bij – „meer dan 90 procent marktaandeel in de meeste Europese landen” - en het wordt duidelijk dat het bedrijf weinig te vrezen heeft.

Die marktdominantie, herhaalde Vestager, is niet het grootste probleem. „Google heeft veel innovatieve producten bedacht die ons leven hebben veranderd – en dat is goed.” Maar dat mag niet ten koste gaan van „keuzevrijheid en innovatie”.