Alwéér een chemische stof die ozon afbreekt

Ozongat

Het gat in de ozonlaag wil maar niet dichten ondanks grote milieumaatregelen. De stof dichloormethaan geeft een nieuwe dreiging.

Onderzoeker laat een ballon op voor onder meer metingen aan de ozonlaag. FOTO NOAA

Het herstel van het ozongat dreigt tientallen jaren vertraging op te lopen als de uitstoot van het ozonafbrekende molecuul dichloormethaan blijft toenemen volgens de huidige trend. Dat schrijven Britse atmosfeeronderzoekers dinsdag in het tijdschrift Nature Communications.

De ozonlaag in de stratosfeer (op een hoogte tussen 10 en 40 kilometer) houdt UV-B straling van de zon tegen. Afbraak van de ozonlaag schaadt planten en dieren, en kan huidkanker veroorzaken. Het beïnvloedt ook regionaal het klimaat.

Dat sommige chemicaliën de ozonlaag aantasten, werd in de jaren tachtig duidelijk. Vooral boven het Zuidpoolgebied ontstaat jaarlijks in de lente (onze herfst) het zogeheten ozongat – geen echt gat, maar de concentratie ozon is dan met meer dan de helft afgenomen. Ook boven gematigde breedten is de ozonlaag dunner geworden, maar lang niet zo erg als boven het Zuidpoolgebied.

De Verenigde Naties leggen de uitstoot van ozonafbrekende stoffen sinds 1989 aan banden, via het Montreal Protocol. Naar verwachting komt daardoor de concentratie ozon in de stratosfeer rond het midden van deze eeuw weer terug op het niveau van 1980. Maar daar zetten de onderzoekers nu dus vraagtekens bij.

Het Montreal Protocol heeft zich tot nog toe gericht op moeilijk afbreekbare chloor- en broomhoudende chemicaliën. De cfk’s (chloorfluorkoolstofverbindingen) bijvoorbeeld blijven vijftig tot honderd jaar in de atmosfeer. Veel minder aandacht is er geweest voor kortlevende chemicaliën.

Dichloormethaan is de belangrijkste van de kortlevende, chloorhoudende verbindingen. Het wordt onder meer gebruikt bij de ontvetting van metalen, in verfverwijderaar en in de productie van medicijnen. De verbinding blijft 1 à 2 jaar in de atmosfeer voordat het wordt omgezet. Bij de kortlevende broomhoudende verbindingen is dibromomethaan de belangrijkste.

Hoewel de uitstoot van dichloormethaan tussen 2004 en 2014 is verdubbeld, blijft zijn rol in de ozonafbraak nog beperkt. Volgens het laatste, in 2014 uitgevoerde Scientific Assessment of Ozone Depletion, door de World Meteorologic Organization en het VN-milieubureau UNEP, leveren kortlevende chloorhoudende verbindingen nu minder dan 5 procent van alle chloor in de stratosfeer. Blijft de uitstoot van dichloormethaan groeien, en die van de langlevende chloorverbindingen afnemen, dan zal het belang ervan toenemen.

De onderzoekers speelden drie scenario’s af in een computermodel voor atmosferische chemie, en analyseerden wat elk betekent voor het verwachte herstel van de ozonlaag. Ze concluderen dat dat herstel met 5 tot 50 jaar wordt vertraagd.

Atmosfeerchemicus Guus Velders van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) noemt het een interessante studie. Hij was er niet bij betrokken. „Het is een goed en relevant signaal richting de industrie en het Montreal Protocol dat ook die kortlevende gassen aandacht verdienen”, zegt hij.

Toch plaatst hij kanttekeningen bij de uitkomst van de studie. Het belangrijkste probleem is dat de bron van de toegenomen uitstoot van dichloormethaan niet vaststaat. Vermoedelijk is het de industrie. „Maar het molecuul komt ook vrij bij natuurlijke processen: uit oceanen, en bij bosbranden.” Zolang de bronnen van dichloormethaan niet duidelijk zijn, is het lastig om prognoses te doen over de toekomstige uitstoot. Velders: „Als je een trend van de afgelopen tien jaar extrapoleert met 35 jaar, zie ik graag een onderbouwing. Die is er niet, en dat vind ik een gemis.”