Column

Allemaal opsluiten, die ellendige graaiers

Het voordeel van bankiersbonussen is: je kunt er zo fijn op afgeven. Het voelt gewoon goed. Je belt zo’n klaagprogramma op de radio, en roept dat ze die graaiers allemaal moeten opsluiten. Of je doet mee aan een online enquête van een populair dagblad… Bijna 90 procent van de deelnemers aan de Stelling van de Dag heeft er geen goed woord voor over dat de Bonuswet, die paal en perk moet stellen aan extraatjes voor bankiers, door toedoen van VVD en CDA is uitgesteld, meldde De Telegraaf op 7 januari 2015. Openingszin: „Afschaffen die bonussen.”

De wet kwam er op aandringen van de PvdA alsnog: bonussen mogen voortaan hooguit 20 procent van het salaris bedragen.

Maar denk niet dat we er nu zijn. „PvdA vloert banenlobby”, schreef dezelfde Telegraaf maandag. Geheime pogingen om vooraanstaande banken naar Nederland te halen die door Brexit uit Londen vertrekken, dreigen volgens de krant te mislukken omdat de PvdA naleving van de Bonuswet eist. Werkgevers zeggen dat 17.000 banen en een miljard euro belastinginkomsten verloren kunnen gaan.

Een klassiek conflict tussen afgunst en vooruitgang: tussen populisme en kapitalisme. Zelf begrijp ik die jaloezie nooit: we zijn niet allemaal hetzelfde, dus mensen in andere beroepen, met andere vaardigheden, verdienen niet hetzelfde. Wie te weinig verdient, zoals stakende basisschoolonderwijzers, kan dat bankiers verwijten – die gaan er alleen niet over.

Probleem is: burgers die klagen over bankiers worden hier al sinds de kredietcrisis naar de mond gepraat. Rutte, die nu Londense banken wil binnen hengelen met omzeiling van dat bonusplafond, wees in 2015 klachten over ditzelfde bonusplafond nog af: „Dan zeg ik, toedeledoki.”

Niet alleen politici spreken met dubbele tong: dit hele land bezondigt zich inzake bankiers sinds de kredietcrisis aan opportunisme. Het kapitalisme is na 2008 niet afgeschaft. Kapitalisme zonder bankiers is best lastig, ook al zijn ze niet de rechtschapenheid zelve. Publieke steniging zal hun elementaire rol niet veranderen.

Hollands populisme, het wordt vaak vergeten, heeft behalve een nationalistisch ook een antikapitalistisch trekje. Zalm, de nieuwe informateur, ervoer beide verschijnselen van nabij. In 2002 als Paarse minister het populisme van Fortuyn, na 2008 als bankier het antibonussenpopulisme van de kredietcrisis.

Misschien kan hij bij zijn tijdelijke terugkeer in Den Haag eens uitleggen dat hier iets niet klopt: dat we, hoe goed het ook voelt, niet kunnen blijven afgeven op een beroepsgroep die we uiteindelijk allemaal nodig hebben.

(t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus