Opdoeken van banken kost Italië miljarden euro’s

Bankencrisis

Italiaanse belastingbetalers draaien op voor twee failliete banken. Het idee was juist dat dit in Europa niet meer zou gebeuren.

Eigenlijk mocht het nooit meer gebeuren en nu gebeurt het toch: belastingbetalers in Europa moeten miljarden euro’s betalen voor omgevallen banken. De Italiaanse regering zette zondag een bedrag van maximaal 17 miljard euro opzij voor de redding van spaarders en beleggers van Veneto Banca en Banca Popolare di Vicenza, twee middelgrote banken die nu worden opgedoekt.

Het gaat in tegen de gedachte achter de Europese bankenunie, het stelsel van regels dat na de financiële crisis werd opgetuigd. De bedoeling was dat aandeel-en obligatiehouders van banken, en niet belastingbetalers, zouden moeten opdraaien voor noodlijdende banken in de eurozone. Niettemin zijn de Europese autoriteiten akkoord gegaan.

Vrijdag verklaarde de Europese Centrale Bank de twee banken uit de noordelijke regio Veneto failliet. Daarop kwam meteen het bericht van de Europese autoriteit voor failliete banken (Single Resolution Board) dat de twee banken volgens Italiaans faillissementsrecht zouden worden opgedoekt. Dit is wat er nu gebeurt. Zondagavond gaf ook de Europese Commissie, die moet toezien op staatssteun, haar fiat aan de ingreep.

De twee banken worden formeel niet gered, maar de activiteiten blijven bestaan en worden opgesplitst in een gezond deel en een ongezond deel. Het gezonde deel wordt ondergebracht bij Intesa Sanpaolo, de tweede bank van Italië. Maar ook dat gezonde deel zit klaarblijkelijk vol risico’s, want Intesa krijgt meteen 5,2 miljard euro van de staat mee. De rest van de 17 miljard euro dient om de verliezen van de ‘slechte bank’ op te vangen. Die zit vol met probleemleningen, die bedrijven en burgers niet meer terugbetalen.

Volgens zowel Rome als Brussel zullen de daadwerkelijke kosten van de operatie „veel lager” uitvallen, omdat de Italiaanse staat zelf claims heeft in de twee banken. Als Intesa de gezonde onderdelen weer goed laat draaien, kan de staat die claims verzilveren en zou de staat dus geld terugkrijgen.

Al maanden probeert Italië in onderhandelingen met Brussel te voorkomen dat beleggers moeten opdraaien voor de twee banken. Net als bij andere Italiaanse banken zijn obligatiehouders van Veneto en Populare di Vicenza dikwijls gewone spaarders. Zij werden door hun bank verleid om hun spaargeld om te zetten in obligaties met hoger rendement. Van het risico waren zij zich minder bewust.

Bij een redding volgens het boekje van de Europese bankenunie zouden die obligatiehouders nu worden aangeslagen. Ze zouden al hun geld kwijt zijn. Nu worden alleen professionele beleggers met ‘achtergestelde’ (de meest riskante) obligaties aangeslagen. Dat laatste was voor de Europese Commissie voorwaarde om de deal goed te keuren, zei zij zondagavond.

Bij de redding van vier kleine Italiaanse banken in 2015 moesten kleine beleggers meebetalen. Dit leidde tot grote onrust en zelfs tot de zelfmoord van iemand die al zijn geld kwijt was geraakt. Sindsdien doet de Italiaanse politiek er alles aan om spaarders die hebben belegd, te beschermen.