Column

Moed en overtuiging

Talkshows kunnen historische waarde hebben. In 1968 ontving talkshowhost Dick Cavett, vermaard bij progressief Amerika, de zwarte schrijver James Baldwin voor een discussie met Paul Weiss, hoogleraar filosofie aan de Yale-universiteit.

Eerst zegt Baldwin tegen Cavett dat hij niet optimistisch is over de toekomst van hun land, omdat het racisme niet alleen individuen beschadigt, maar ook de Amerikaanse democratie. Weiss vindt dat hij iets over het hoofd ziet: „Ieder van ons is, denk ik, vreselijk alleen. Waarom moeten we ons altijd op kleur concentreren?”

Baldwin legt hem scherp en duidelijk uit waarom hij naar Parijs is verhuisd. „Vooral om aan de sociale terreur in Amerika te ontsnappen, wat niets te maken heeft met de paranoia van mijn geest, maar met een reëel sociaal gevaar, zichtbaar op het gezicht van iedere politieman, iedere baas, iedereen.”

De angst die hij beschrijft, komt ook voor in Between the World and Me, een autobiografisch boek uit 2015 van de zwarte, Amerikaanse schrijver Ta-Nehisi Coates, opgegroeid in het getto van Baltimore. „We kwamen er niet weg”, schrijft hij. „Ik was een begaafde jongen, intelligent, geliefd, maar vol angst. En ik voelde vaag, woordloos, dat het een grote misstand was dat een kind aan zo’n leven was overgeleverd, in die angst moest leven.”

Angst voor gewelddadige jongens en mannen in het getto, angst voor gewelddadige politiemannen en burgers erbuiten – Baldwin en Coates beschrijven hier iets waar je als niet-zwarte buitenstaander weinig besef van hebt. Je bent weleens bang, maar je leven wordt niet geregeerd door angst. Wie zwart is in Amerika, moet voortdurend op zijn hoede zijn, hij of zij kan beter geen aanstoot geven.

Zijn het verzinsels van zwarte schrijvers? Dat zou ik niet graag voor mijn rekening nemen, en zeker niet na het zien van de indrukwekkende documentaire I Am Not Your Negro van Raoul Peck, waaruit ik het fragment in de show van Cavett haalde. Baldwin rijst in deze film op als een welsprekende, bezielende grootheid, die welbewust besluit als schrijvende intellectueel voorop te gaan in de strijd om gelijke rechten voor de zwarte bevolking. Hij kon goed schrijven, maar hij kon minstens zo goed optreden in het openbaar.

Wat maakte hem zo groot?

Ik herinner me de 6-jarige Ruby Bridges, die als eerste zwart meisje in 1960 naar een witte school in New Orleans ging. De scholen waren verplicht zwarte kinderen toe te laten, maar saboteerden het gerechtelijke bevel uit alle macht. Bij aankomst op school werd Ruby door een woedende witte menigte opgewacht en uitgescholden. Er was maar één witte leerkracht, Barbara Henry, die haar les wilde geven; een jaar lang was Ruby haar enige leerling.

In zijn essay ‘De toekomst van de moraal’ ziet Rudy Kousbroek het gedrag van Ruby als een voorbeeld van moed en morele overtuiging. Het laat zien dat bepaalde denkbeelden zo’n grote macht over ons gedrag kunnen krijgen „dat zij iemand, ook een individu zonder enige status in de hiërarchie, de moed kunnen geven het hele systeem te weerstaan en te doorbreken, en, nog belangrijker, zich ervoor op te offeren […].”

Kortom, Ruby zat met Barbara Henry en James Baldwin op één lijn.