Misbruik in sport belandt zelden bij politie

Veel slachtoffers besluiten geen aangifte te doen, terwijl het heel belangrijk is dat de politie alle meldingen binnenkrijgt.

Foto Bart Maat/ANP

Misbruikzaken in de sport komen in veel gevallen niet bij de politie terecht. Liever kiezen verenigingen ervoor om kwesties intern op te lossen. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit en Bureau Beke. Precieze cijfers zijn niet bekend.

De onderzoekers waarschuwen dat afhandeling van incidenten binnen sportclubs ervoor kan zorgen dat “meldingen onvolledig en niet adequaat worden opgepakt”. Het risico bestaat daarnaast dat slachtoffers van misbruik zich niet serieus genomen voelen. Ook kan er onrust ontstaan binnen een vereniging wanneer blijkt dat een coach die in de fout is gegaan, wegkomt zonder strafrechtelijke maatregel.

Sporters die melding maken van misbruik krijgen meestal wel te horen dat ze naar de politie kunnen stappen. Vaak maken vertrouwenspersonen echter ook duidelijk dat hen dan een zwaar proces met onzeker uitkomst wacht. Daardoor besluiten veel slachtoffers geen aangifte te doen. “Een gemiste kans”, schrijven de onderzoekers. Daarnaast is het vaak onduidelijk wat de politie kan doen, en bij wie je terecht kunt met een melding.

Doofpot

Het rapport benadrukt dat het heel belangrijk is dat alle misbruikmeldingen uit de sport juist wel bij de politie belanden. Die kan dan de totale situatie overzien. Als niemand zo’n overzichtspositie heeft, bestaat het risico dat grote misbruikzaken ongemerkt kunnen voortsluimeren.

Het zelf oplossen moet geen kenmerken van een doofpot gaan vertonen en daarom zijn goede registratie en transparantie van essentieel belang. Zaken die straf-rechtelijk van aard zijn omdat de gedraging strafbaar is gesteld in het Wetboek van Strafrecht, of onder de zwaardere vergrijpen in het tuchtrecht vallen, dienen ook als zodanig te worden afgehandeld (en niet te worden ‘opgelost’ door bijvoorbeeld mediation).

Niettemin is het volgens de onderzoekers soms, bij lichtere incidenten, goed om de afhandeling te beperken tot bijvoorbeeld een “waarschuwend gesprek”.

De onderzoekers van de Vrije Universiteit en Bureau Beke bekeken voor hun onderzoek eerder verschenen rapporten. Daarna analyseerden ze meldingen die zijn gedaan bij een meldpunt van NOC*NSF en bij de politie. Ook namen ze incidentgegevens van sportbonden mee. Tot slot voerden de onderzoekers vijftig interviews uit met misbruikslachtoffers en experts.

Onderzoek NOC*NSF

Afgelopen jaar kwamen internationaal veel sporters naar buiten met verhalen over seksueel misbruik. In Engeland was een reeks interviews van vier voormalige voetballers de aanleiding voor een grote reeks meldingen. In Nederland zette ex-wielrenster Petra de Bruin een soortgelijke stroom in gang.

NOC*NSF maakte vorig jaar december bekend seksueel misbruik in de sport te gaan onderzoeken. Oud-minister Klaas de Vries leidt het onderzoek. De sportkoepel kreeg in 2015 215 meldingen binnen van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

NRC zocht begin dit jaar misbruikte sporters die in de krant hun verhaal wilden doen. Dat leverde interviews op met zwemster Karen Leach, turnster Gloria Viseras, judoka Anita Staps, voetballer Andy Woodward en karateka Vanesca Nortan. Lees hier alle verhalen in het NRC-dossier ‘Misbruik in de sport’.