Recensie

‘Mantra’ door gebroeders Jussen is klapstuk van HF Proms

Holland Festival

De wereldpremière van Kate Moore’s ‘Sacred Environment’ door het Radio Filharmonische Orkest en een subliem Groot Omroepkoor was overrompelend.

Klapstuk van dit jaar was de uitvoering die Lucas en Arthur Jussen gaven van Stockhausens megalomane werk Mantra. Foto Dirk Kikstra

Vaste prik bij de Holland Festival Proms is de ontstoeling van Het Concertgebouw. In de Grote Zaal was er zaterdag dus plek genoeg voor het gamelanorkest van componist Sinta Wullur, wier Temple of Time om een kruisvormige opstelling van 84 gongs en ketelgongs vraagt. Wullur en regisseur Miranda Lakerveld maakten een compositie-installatie over de tijd. Vier solisten en een vierstemmig vrouwenkoortje zongen religieuze teksten over het thema, daarbij hoorbaar puttend uit gregoriaans en traditionele reciteerformules uit de islam, het boeddhisme en het hindoeïsme.

De uitvoering van Temple of Time van componist Sinta Wullur. Foto Janiek Dam

Intrigerend waren de sterke solostemmen en de gelaagde ritmische patronen van het achtkoppige gamelan-ensemble. Het harmonisch palet bleek echter nogal monochroom, met uitzondering van een meer dissonante passage over het einde der tijden. De nadrukkelijke religieus-ritualistische aankleding was geen meerwaarde.

Sinds de eerste Proms-editie in 2015 is de formule van het eendaagse minifestival ongewijzigd: conservatoriumbandjes in de foyers, een installatie in de Kleine Zaal en een snelle hap in de Spiegelzaal zorgen voor een informele randprogrammering. Vijf concerten in de Grote Zaal vormen de hoofdmoot.

Klapstuk van dit jaar was de uitvoering die Lucas en Arthur Jussen gaven van Mantra, Stockhausens megalomane werk voor twee piano’s, live elektronica en door de pianisten zelf bespeeld klein slagwerk. Vanaf hun opkomst in doorschijnende gaaskostuums (zonder overhemd) grepen de broers het publiek bij de lurven, om die aandacht vervolgens zeventig minuten in opperste concentratie vast te houden. Indrukwekkend was hun perfecte timing in de snelle passages. Virtuoze pianoriedels en roffelende salvo’s op woodblock en crotales grepen feilloos in elkaar als de onderdelen van een muzikaal precisiemechaniek.

Sacred Environment van componist Kate Moore, een oratorische lofzang op de Australische wildernis voor sopraan, koor, didgeridoo en orkest. Foto Ada Nieuwendijk

Bijzondere vermelding verdient hun vertolking van de aartsmoeilijke toccata-passage aan het slot. Met nauwkeurig geplaatste accenten wisten de Jussens overtuigend een melodische dialoog tevoorschijn te toveren uit de onophoudelijke waterval van noten.

In de langzame secties overheerste een nadruk op klanknuance, zowel in het touché als in de subtiele behandeling van de live elektronica. Ook een pre: hun onmiskenbare theatrale talent, zoals in die lefgozerige battle van een over en weer vliegend donderakkoord, die eindigde in een ludiek opgeheven middelvinger.

Dat de broers in de toekomst veel meer hedendaags repertoire op de lessenaar mogen zetten.

Vorige week maakte het Fonds Podiumkunsten bekend dat componist Kate Moore op 2 december de Matthijs Vermeulenprijs 2017 ontvangt. Terecht. De wereldpremière van Sacred Environment, een oratorische lofzang op de Australische wildernis voor sopraan, koor, didgeridoo en orkest, was in één woord overrompelend. In haar epische postminimalistische stijl suggereerde Moore weidse vergezichten. Op groot scherm vormden Ruben van Leers pointillistische laserscanbeelden van Hunter Valley in Australië een oogstrelende visuele tegenhanger.