Kwakken in de stad

beest

De dierentuinvogel de kwak is een stadsvogel geworden die bedelt om een snackje, weet

Stadskwak in Shanghai Foto Hans Overduin

De recente geschiedenis van de kwak in Rotterdam gaat terug naar 1999, toen een broedpaar in Het Park bij de Euromast werd ontdekt. Die pioniers waren ontsnapt uit Diergaarde Blijdorp, waar ze dagelijks naar terugvlogen voor de maaltijd – een portie kippenkuikens. Het bewijs daarvoor vond ik destijds onder de nestboom: gelige braakballen van samengeperst pluizig dons, vermengd met onverteerbare kuikenpootjes.

Op 12 juni 1999 was een stukje over dat kwakkenpaar mijn debuut op de Achterpagina. Na 2007 verdwenen ze uit het park, maar in de diergaarde groeide de groep die zich daar nog steeds vrij vliegend ophoudt. Harald Schmidt, de vogelman aldaar, meldt mij dat „we nu op een gemiddelde dag zo’n acht kwakken op het terrein hebben”.

Voor wie niet direct een beeld bij de kwak (Nycticorax nycticorax) heeft: het is een reigerachtige nachtvogel met een gedrongen lichaam met mooie rondingen, een rood oog, zachte grijstinten en een fluweelzwarte kruin en rug. Sinds november vorig jaar zwerft er weer een door Rotterdam. Het is een tweedejaars vogel, nog in het bruin-gespikkelde jeugdkleed. Zijn vaste stekken zijn de Heemraadssingel en de Statensingel, waar hij zich soepel en onbevreesd tussen mens en waterwild ophoudt. Toen in januari de singels bevroren, vergrootte hij zijn leefgebied tot het Museumpark, waar hij op klaarlichte dag langs de sloot bij Museum Boijmans stond te vissen. Momenteel worden kwakken gezien in Overschie en Ommoord, misschien is dat dezelfde zwerver.

Amsterdam kent ook een bloeiende kwakkenpopulatie, die zich vrij in en rond Artis ophoudt. In Middelburg broedde vorig jaar een kwakkenpaar in een stadspark. In grote steden in de Verenigde Staten zijn het gewone verschijningen die zelfs om snacks bedelen, net als onze blauwe reigers. Alles wijst erop dat ook Nederlandse kwakken het voorbeeld van soortgenoten volgen die elders in de wereld steeds meer stadsvogels worden en daarbij ook hun oorspronkelijke nachtelijke levenswijze loslaten.