Opinie

Kom in verzet, dierenarts. Dit is geen dierenwelzijn

De misstanden in de intensieve veehouderij worden in stand gehouden door zwijgende dierenartsen. Een groeiende groep kritische artsen spreekt zich uit.

Foto: ANP / Sander Koning

Uit onderzoek van NRC (23 juni) blijkt hoe ernstig de misstanden in de Nederlandse slachthuizen zijn en hoe het welzijn van dieren – zelfs van eigen medewerkers – ondergeschikt wordt gemaakt aan bedrijfsbelangen. Helaas staan de omschreven wantoestanden, gesignaleerd door onze dappere collega Thiadrik Blom, niet op zichzelf.

Wij, een groeiende groep kritische dierenartsen, willen onze zorg hierover uitspreken. De omstandigheden in de intensieve veehouderij zijn steeds verder weggeraakt van datgene waar wij als dierenarts pal voor zouden moeten staan: het bevorderen van dierenwelzijn, hulpverlening aan dieren die lijden, het melden van ernstige tekortkomingen in de verzorging en het respecteren van de intrinsieke waarde van het dier.

De gehele intensieve veehouderij is regelmatig onderwerp van discussie. Veel burgers zetten vragen bij megastallen, onbedwelmd ritueel slachten, lange afstandstransporten, stalbranden, dierziekten, volksgezondheid, mestoverschotten en klimaatverandering. Dierenartsen en hun beroepsorganisatie staan in deze discussie aan de zijlijn: ze spreken zich zelden uit en áls ze dat al doen, lijken hun uitspraken gericht op handhaving van de status quo en bescherming van gevestigde belangen – bijvoorbeeld toen het onlangs ging om de scheiding van koe en kalf in de melkveehouderij.

Goedkope bulkproductie

De ingeslagen weg van goedkope bulkproductie heeft niet alleen geleid tot een ernstige aantasting van milieu, natuur en klimaat, maar ook van dierenwelzijn. Het dier wordt aangepast aan de houderij in plaats van andersom. Dieren worden te krap gehouden, met te weinig uitdaging of afleiding, waardoor ze „voor hun eigen veiligheid” deze mutilaties of schendingen moeten ondergaan. Zo worden kalf en koe bij de geboorte gescheiden, kalveren en lammetjes onthoornd, zeugen in kraamkooien gestald, staarten bij biggen geamputeerd en snavels bij kippen gekapt: allen structurele schendingen van dierenwelzijn. Sommige zijn zelfs wettelijk verboden, maar worden noodzakelijk geacht vanwege de stalinrichting.

Varkens worden in het slachthuis met het heftig prikkende koolstofdioxide-gas bedwelmd, met een afschuwelijke en verstikkende doodsstrijd tot gevolg.

Kippen bereiken het slachthuis vaak met blaren op borst en poten door onder meer het hoge ammoniakgehalte in de stal. Ze breken vleugels of poten doordat ze zo snel mogelijk en dus hardhandig in vervoerskratten worden gepropt. Een bepaald percentage dat dood of gewond de slachtlijn bereikt wordt als normaal beschouwd.

Lees ook het NRC-commentaar over deze kwestie: Slachthuizen: een smerig verhaal over dierenleed en vuil vlees.

Bij de meeste biggen worden staarten gecoupeerd, zonder pijnstilling. Volgens EU-richtlijnen mag dat niet zonder een jaarlijks attest van een dierenarts: een bewijs dat er een medische noodzaak is. Dit attest wordt standaard afgegeven. Honderdduizenden dieren worden levend vervoerd omdat het in het ene land een paar cent per kilogram goedkoper is om het dier vet te mesten of te slachten dan in het andere.

Vanuit Nederland worden de dieren (en sinds 1 juni ook weer ongespeende kalveren) vaak vervoerd naar landen waar dierenwelzijnswetten nauwelijks bestaan of veelal overtreden worden. Voor ieder transport heeft een dierenarts een gezondheidsverklaring afgegeven. Maar geen enkel dier is gezond genoeg om een hele dag in een overvolle truck of schip te staan met slechte (drink)voorzieningen, vaak in de brandende zon of extreme kou en soms zelfs drachtig.

Dit zijn enkele voorbeelden van praktijken die dierenartsen en onze beroepsorganisatie faciliteren of gedogen. Soms met onze handtekening maar nog vaker met ons zwijgen.

De financiële belangen, werkgelegenheid of een groeiende wereldbevolking zijn niet de verantwoordelijkheden van de dierenarts

Daarbij spelen voor veehouders economische overwegingen een rol, zoals kostenefficiëntie, afschrijving van nieuwe stallen en gemaakte investeringen of financiële druk door banken en supermarkten. Maar voor een dierenarts zou het belang van het dier voorop moeten staan. De financiële belangen, werkgelegenheid, de internationale afzetmarkt en een groeiende wereldbevolking die veel en goedkope dierlijke producten wil, zijn niet de verantwoordelijkheden van de dierenarts. Wij moeten, als beroepsgroep, opkomen voor het dier. We moeten niet langer zwijgen, maar ons verzetten tegen de huidige werkwijze waarbij jaarlijks miljoenen dieren onder erbarmelijke omstandigheden worden gehouden, getransporteerd en geslacht.

Gidsland

De Nederlandse intensieve veehouderij wordt vaak genoemd als voorbeeld voor de rest van de wereld. Onze productiemethoden zijn geperfectioneerd op efficiëntie en het dierenwelzijn is beter dan in veel andere landen. Maar dat het elders slechter is, is geen reden tot tevredenheid. Er zijn absolute minimale vereisten voor dierenwelzijn en daaraan wordt niet voldaan in onze gangbare veehouderij. Als ‘gidsland’ en als een van de grootste producenten van vlees en zuivel, zou Nederland moeten streven naar een voorbeeldfunctie wat betreft dierenwelzijn en duurzaamheid.

Daarom pleiten wij voor een fundamentele verandering van de intensieve veehouderij. Geen varkens met geamputeerde staarten, op betonnen vloeren, in kraamkooien en megastallen.

Geen koeien die nooit hun eigen kalf mogen grootbrengen of in een wei mogen grazen. Geen plofkippen die met gebroken vleugels het slachthuis bereiken. Geen lange afstand-transporten met levende dieren, laat staan dieren jonger dan twee maanden. Geen handjeklap ten koste van dierenwelzijn. En dierenartsen die boven alles dieren in bescherming nemen. Wie anders dan wij, dierenartsen?