In Iran is gamen booming business

Games Ondanks verlichte sancties en een enorme markt laten buitenlandse gamemakers het land links liggen. Een internationale conferentie moet dat veranderen.

Beeld uit het in Iran populaire Prince of Persia.

Iraanse spelletjesmakers kijken er naar uit: op 6 en 7 juli mag de Iraanse game-industrie zich via een zakelijke, internationale conferentie voor de eerste keer aan de wereld vertonen. „Dit móét perfect gaan”, schrijft een woordvoerder van de Tehran Game Convention (TGC) in een e-mail.

Het is het eerste jaar nadat de handelssancties tegen Iran werden verlicht. Maar de bloeiende exportmarkt waarop de Iraanse game-industrie hoopte, blijft tot nu toe uit. De vraag is of de TGC daarin verandering kan brengen. De gamemarkt van het land is nog klein; de omzet van 270 miljoen dollar (241 miljoen euro) in 2016 is vergelijkbaar met die van Portugal of Denemarken, volgens Newzoo, het grootste onderzoekersbureau dat de gamemarkt monitort. Maar de potentie is enorm. Newzoo verwacht althans dat de gamesector er dit jaar goed is voor 433 miljoen dollar, een groei van 60 procent, net als een jaar eerder. Dat is vooral gebaseerd op het enorme aantal inwoners, 81 miljoen. Duitsland, met een vergelijkbaar inwoneraantal, kan ruim 4 miljard dollar optekenen. 23 miljoen Iraniërs – bijna de helft vrouw – spelen op zijn minst één uur per week een game, volgens de Iran Computer and Video Game Foundation die verantwoordelijk is voor de Iraanse game-industrie.

Toch lukt het de Iraanse gamebedrijven niet om internationaal door te breken. Hoewel een groot deel van de sancties is opgeheven en Europese en Aziatische bedrijven naar de Islamitische Republiek stormen om hun producten af te zetten, is het Amerikaanse bedrijven nog steeds verboden zaken te doen met Iran. Aangezien Amerikaanse gameplatforms wereldwijd marktleiders zijn, hebben de Iraanse gamebedrijven buitenlandse uitgevers en investeerders nodig om hun games internationaal te kunnen aanbieden. En die komen nog niet.

Schaduw van de politiek

„De Perzische cultuur omvat zo veel: kunst, literatuur, poëzie. Daarnaast probeert de jonge generatie met nieuwe technologieën het leven te verbeteren”, schrijft Ali Mojarad, oprichter van de Iraanse gamesite Bazicenter in een e-mail. „Maar de Iraanse politiek werpt overal zo’n schaduw over. En buitenlandse media laten alleen die zwarte kant zien.” En: „Vraag me alles wat je wil. Ik doe alles voor onze game-industrie.”.

Bazicenter is een knooppunt voor gamers en gamemakers. Iraniërs praten er over de nieuwste games en geven tips om eigen spellen te maken. Precies wat Mojarad hoopte toen hij de site in 2005 opzette: een plek voor zijn landgenoten om te praten over hun hobby waar dat nergens anders kan. Bezoekers van Bazicenter spreken regelmatig over games die absoluut niet door de censuur van de Iraanse overheid zouden komen.

De greep van de Iraanse overheid op de game-industrie is in theorie totaal. De ESRA, de Iraanse versie van de Kijkwijzer, is streng: vrouwelijke personages moeten bedekt zijn, veel geweld is uit den boze. Ook ‘angst’ en ‘wanhoop’ mogen geen grote rol hebben in games, want dat is volgens de overheid slecht voor de geestelijke gesteldheid.

Enkele voorbeelden van ESRA-regelgeving::

Het helpt niet dat sites als YouTube en Twitch TV geblokkeerd zijn. Deze videosites zijn voor gamers in het buitenland onmisbaar om spelprestaties of kennis te delen. Instructievideo’s van Amerikaanse software voor spelmakers staan vaak alleen op YouTube. Fora als Bazicenter zijn daarom essentieel om tips uit te wisselen.

Piraterij tiert welig

En dan zijn er nog de sancties. Grote onlinegamewinkels als Steam en Origin, allebei Amerikaans, mogen geen toegang verschaffen aan mensen uit Iran. Ook stuiten Iraanse gamers op het Iraanse bankwezen, dat nauwelijks connecties heeft met het buitenland. Dat maakt creditcardaankopen moeilijk.

De praktijk blijkt echter flexibel. ESRA begint vaak pas haar werk nadat games op de markt zijn beland. Gamepiraterij, het illegaal downloaden of kopen van games, tiert welig in Iran. En ook het buitenland is binnen bereik voor slimme Iraanse gamers: Steam telt bijna 200.000 Iraanse gebruikers. Ze spelen populaire spellen als League of Legends, Call of Duty en het officieel verboden Battlefield 3. Prince of Persia blijft onverminderd populair. VPN-verbindingen, die internetservers kunnen wijsmaken dat je in een ander land zit, zijn in trek.

De achterblijvende game-export valt niet alleen de Iraanse overheid of internetblokkades te verwijten. Tot 2007 viel de game-industrie onder het ministerie van Cultuur, dat de gamebedrijven ondersteunde. „We mochten Iraanse games maken voor een Iraans publiek”, schrijft de Iraanse ontwikkelaar Amir Mohamadrezaee van Median Game in antwoord op vragen. „Of we winst maakten, dat kon ze niks schelen.” Sinds tien jaar valt de game-industrie onder de verantwoordelijkheid van de Iran Computer and Video Games Foundation (ICGF). De overheid probeerde zo de onderlinge concurrentie te stimuleren. Mohamadrezaee herinnert zich een explosie van start-ups, waardoor volgens hem links en rechts oude gamebedrijven omvielen.

Maar de stap naar het buitenland maken Iraanse gamemakers nog te weinig, vindt topman Hassan Mehdiasl van Sourena Games, schrijft hij per mail: „Zo veel Iraanse bedrijven zijn alleen maar geïnteresseerd in de binnenlandse markt.” Zelf reisde hij in 2009 voor het eerst naar westerse landen. Hij bezocht Gamescom, de jaarlijkse grote gamesbeurs in Duitsland. „Daar zag ik de potentie van het buitenland. Waarom zouden we ons beperken tot Iran?”

Sourena Games gooide het roer om. „We gingen games maken voor de internationale markt.” Dat verliep eerst nog stroef; Europese uitgevers hadden wel interesse, maar vanwege de sancties leidde dat verder tot niets. Daarom besloot Mehdiasl een groot risico te nemen en al zijn geld in een dochterbedrijf in Singapore te steken. Nu is Sourena een van de grootste gamebedrijven in Iran. Het bedrijf maakt zelf games en onderhoudt ook goede relaties met het buitenland. Westerse games worden door Sourena aangepast zodat ze voldoen aan de ESRA-regelgeving. In ruil daarvoor helpen westerse bedrijven Sourena om zijn games internationaal te verkopen.

Andere gamebedrijven zijn behoudender. Mohamadrezaee van Median Game wil bijvoorbeeld geen games maken waarin iemand doodgaat, schrijft hij. Dat is tegen zijn principes. Mohamadrezaee is daarom ook niet aanwezig op TGC. „Er komen voornamelijk buitenlandse bedrijven die willen dat wij voor hun games op bestelling gaan produceren”, zegt hij. „Dan weet je nooit wat voor game je gaat maken. Je ziet dat dat in Pakistan en India gebeurt. Het hielp de game-industrie daar ook niet. Ik geloof niet dat zulke outsourcing de weg voorwaarts is, dan investeer je niet in onze industrie.”

Correctie: in het oorspronkelijke artikel stond dat Bazicenter in 2007 is opgericht. Het was echter 2005. Een andere zin is geschrapt.