Cultuur

Interview

Interview

Nourdin El Ouali (rechts) van Nida en Mo Anfal van Leefbaar Rotterdam, binnenkort Nida.

Foto David van Dam

Mohammed Anfal: ‘Ik was de excuus-Marokkaan van Leefbaar’

Mohammed Anfal en Nourdin el Ouali Leden van Rotterdamse gemeenteraad

Het kwam de afgelopen veertig jaar niet voor in Rotterdam: een raadslid dat tussentijds overstapt naar een andere partij. Mohammed Anfal verlaat Leefbaar Rotterdam voor het door de islam geïnspireerde Nida.

Mohammed Anfal stapt in één klap uit de anonimiteit, dat weet hij. Een raadslid dat tijdens een raadsperiode een partij verlaat, is bijzonder. Maar een overstap naar een andere partij, dat is in de Rotterdamse gemeenteraad ten minste de afgelopen veertig jaar niet voorgekomen.

Als de overstap bovendien van Leefbaar Rotterdam naar de door de islam geïnspireerde partij Nida is, én de coalitie in de stad haar raadsmeerderheid kost, kan je dat rustig spectaculair noemen. Toch oogt Mohammed „Mo” Anfal kalm als hij daags voor de overstap zijn verhaal vertelt, samen met Nida-voorman Nourdin el Ouali. „Ik zal vijanden maken”, zegt hij. „Maar dat deed ik toen ik bij Leefbaar ging ook.”

Ik zal vijanden maken. Maar dat deed ik toen ik bij Leefbaar ging ook.

Anfal en El Ouali willen uitleggen wat er aan de opmerkelijke overstap vooraf is gegaan. Want Anfal ís voor Leefbaar gekozen dus hij zou ook zijn zetel kunnen opgeven. Of hij zou door kunnen als afgesplitste eenmansfractie. Bij Nida stond de deur niet meteen open. El Ouali had met zijn jarenlange politieke ervaring meteen door wat de consequenties zouden zijn voor de verhoudingen in de Rotterdamse raad. De coalitie in het college van Leefbaar, D66 en CDA heeft de krapst denkbare meerderheid van één zetel.

Was dat goed voor zijn partij, dacht El Ouali meteen. Voor Mohammed Anfal? Was het goed voor de stad? El Ouali: „Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie: hell, yeah!” Voor El Ouali betekent het verdwijnen van de coalitiemeerderheid dat gemeenteraadspolitiek teruggaat naar hoe het bedoeld is: per onderwerp inhoudelijk bespreken wat de beste aanpak is, in plaats van alles dichttimmeren binnen de coalitie.

Partijen die dan weer met de ene, dan weer met de andere partij moeten samenwerken voor een meerderheid,

De gemeente wilde zijn café sluiten

Maar eerst hoe het allemaal begon: Dat Mohammed Anfal bij Leefbaar Rotterdam terecht kwam, was eigenlijk toeval. Hij had een café, de gemeente wilde dat sluiten. Anfal was het daarmee niet eens en wie kwam langs om te kijken of ze konden helpen? Dries Mosch van Leefbaar.

Anfal: „Ik dacht dat Leefbaar een racistische partij was, maar zij waren de enigen die aandacht hadden voor mijn problemen.”

Of hij eens langskwam op het stadhuis, vroegen ze. Natuurlijk. „Ik kreeg een foldertje waarin stond hoe belangrijk het is de taal te leren en te werken voor je brood. Dat vond ik heel goed. Bij ons doet afkomst er niet toe, zeiden ze bij Leefbaar. Het gaat om gedrag en of je je aan de regels houdt. Daar was ik het helemaal mee eens.”

Wilde hij niet politiek actief worden, vroegen ze hem. Natuurlijk, zei Anfal, al zei hij er wel bij dat hij niets, maar dan ook helemaal niets, van politiek wist.

Anfal had een sollicitatiegesprek met Leefbaar-voorman Joost Eerdmans en een bestuurslid. „Zou je in de deelgemeente willen of liever in de gemeenteraad”, vroegen ze hem. Anfal: „Waar jullie mij het beste kunnen gebruiken, zei ik.” Hij kwam op de verkiesbare plaats 9, en kreeg bij de verkiezingen 126 stemmen.

En zo kwam Mohammed Anfal in de raad. „Ik had geen idee wat het politieke werk inhield. Ik dacht: je krijgt een opdracht, die voer je uit en dan heb je resultaat. Pas later merkte ik dat het zo niet werkt.”

De stem van de straat binnenhalen

Het maakte niet zo veel uit. ‘Mo, je hoeft niet veel te doen, kijk maar een beetje mee’, kreeg hij te horen, vertelt Anfal. Als je eens in de drie weken op een raadsvergadering komt, is het goed. Anfal: „Ik kreeg het eerste jaar geen portefeuille. Over commissievergaderingen en actualiteitsoverleggen geen woord. Het was genoeg als ik de stem van de straat naar binnen haalde, zeiden ze.”

Nourdin el Ouali: „Ik was wel geïnteresseerd in Mohammed Anfal. Ik dacht, wat doet hij bij Leefbaar? Willen ze hem voor zijn bijdrage, of zit hij er voor het plaatje?”

Anfal, kortaf: „Ik was de excuus-Marokkaan.”

Dan: „Eerst dacht ik: ik zit hier, ik ga dingen voor elkaar krijgen. Ik zette me in voor het zwembad in Crooswijk dat moest sluiten. Ik ben opgegroeid in Crooswijk en wist hoe belangrijk dat bad voor de wijk is. Het lukte me niet.”

Iedereen bij Leefbaar kan goed acteren.

In de Leefbaar-groepsapp werden moslims niet gespaard. Anfal: „Iedereen vond dat grappig, ze leken zich niet te realiseren dat ik meelas.”

Het duurde een tijdje voor het kwartje viel. Anfal: „Leefbaar heeft een ongelooflijke hekel aan moslims en aan de islam. En ik zat er voor spek en bonen bij.” Als Turkse of Marokkaanse Nederlanders iets doen dat niet goed is, dan moet dat gezegd. Maar als ze iets goeds doen, dan moet dat ook worden gezegd, vind ik. Voor Leefbaar is het altijd negatief. Het lijkt wel alsof het halve glas ook nog leeg moet.”

Niet iedereen is even fel over moslims, zegt Anfal. Er is volgens hem een kerngroep die de toon zet. Anderen lopen in de pas. Het antimoslimsentiment gaat gepaard met een hoog theatraal gehalte, zegt hij. Hij wijst op ‘Het Vijfde Colonne-debat’, met een aankondigingsposter waar Turkse Nederlanders als groteske engerds op staan. Of naar de zoenende moslima-posters die bedoeld waren om hen „te redden” van een gedwongen huwelijk. Anfal: „Iedereen bij leefbaar heeft de hts gedaan – de hogere toneelschool. Acteren kunnen ze heel goed.”

Anfal probeerde wel om er wat tegenin te brengen, zegt hij. „Dan zei ik: Luister! Ik ben ook een moslim. Dat zijn dus niet allemaal terroristen. Dan zeiden ze: ‘Dat weten we Mo.’ En sloegen me vervolgens om de oren met statistieken van criminele Marokkanen en zo. Ik vond dat Leefbaar verdeeldheid zaaide. Intussen zag ik in de raad hoe Nourdin juist probeerde om naar verbinding te zoeken.”

Bekijk hieronder de video die NIDA op Facebook plaatste. De tekst gaat verder onder de video:

Desnoods laten jullie me flyeren

Het was meer een sluimerend ongenoegen dat steeds hardnekkiger werd, dan één gebeurtenis. Het telde op, ook in het beleid: het ontkennen van het bestaan van islamofobie, het niet aanpakken van moslimdiscriminatie, een achterhaald assimilatiebeleid. Een belangrijk punt was de motie van Tanya Hoogwerf om de vrouwencentra te sluiten. „Ze wilde die centra dicht, of ze moesten ook open voor mannen. Ik wist hoe belangrijk die centra zijn voor vrouwen die anders helemaal de deur niet uitkomen. Ik zei: ‘Tanya, het is hun geloofsbeleving, ze mógen niet samen met mannen. Als je dat verplicht, komt er geen enkele vrouw meer’ Zij zei: ‘Mo, je begrijpt het niet, ik wil die vrouwen helpen.’ Toen dacht ik: wil je dat echt, of gaat het om jezelf en je achterban?”

Hier klopte een politieke bekeerling op de vlucht op de deur. Die laat je binnen.

En zo kwam het dat Mohammed Anfal in maart 2017 aan Nourdin el Ouali vroeg of ze eens konden praten. El Ouali: „Hij zei: ik wil weg bij Leefbaar. Ik wil mij aansluiten bij Nida. Het maakt me niet uit wat ik moet doen, desnoods laten jullie me alleen flyeren.”

Er ging van alles door zijn hoofd, zegt El Ouali. „Je kunt denken dat Mohammed het uit opportunisme doet, omdat hij volgend jaar niet gekozen zal worden als de PVV ook meedoet in Rotterdam.” Maar na een aantal gesprekken was El Ouali overtuigd van Anfals oprechtheid. „Hier klopte een politiek bekeerling op de vlucht op de deur. Die laat je binnen.”

En waarom Anfal niet gewoon opstapte of afsplitste? „Ik wil in het reine komen met mezelf. En ik heb drie jaar lang met Leefbaar meegestemd met asociaal beleid. Ik wil nog iets goedmaken, nu het nog kan.”

De politieke gevolgen zijn groot: De coalitie heeft in Rotterdam een krappe meerderheid van één zetel. Met de overstap van Mohammed Anfal is die meerderheid weg.

El Ouali: „Alles werd tot nu toe vooraf bedisseld: het is achterkamertjespolitiek pur sang. Dat kan nu niet langer. Er worden binnenkort twee belangrijke dossiers behandeld; de Waterfrontfraude en de Voorjaarsnota. Nu de coalitie niet meer automatisch een meerderheid heeft, zullen ze de samenwerking moeten zoeken.”