EU-burgers ‘integraal onderdeel’ Verenigd Koninkrijk

Brexit-onderhandelingen

Premier May wil dat alle EU-burgers blijven. Hoe dat praktisch kan worden uitgevoerd, is verre van duidelijk.

De Britse premier Theresa May. Foto Daniel Leal-Olivas

Het was niet Theresa May’s eerste zin, noch haar tweede of derde. Uiteindelijk kwam het er toch uit: de Britse premier wil dat alle EU-burgers die nu in het Verenigd Koninkrijk zijn, hier blijven. „Zij zijn een integraal onderdeel van de Britse economie en de cultuur”, zei May maandag in het Britse Lagerhuis.

Daarom moeten alle 3,2 miljoen EU-burgers woonachtig in het Verenigd Koninkrijk straks een Britse verblijfsvergunning aanvragen. Iedereen die kan aantonen vijf jaar of langer legaal in het land te wonen krijgt de status ‘gesetteld’. Iedereen die nog niet aan de vijf jaar komt, krijgt de kans zolang in het land te verblijven om er wel aan te voldoen. Dat is in de kern het aanbod waar May en haar minister David Davis (Brexit Zaken) de komende weken mee naar Brussel trekt om te overtuigen dat het „ruimhartig en eerlijk’’ is.

De Britse ambtelijke dienst beseft dat dit een bureaucratische klus van de buitencategorie is. Het Britse Home Office geldt al niet als toppunt van ambtelijke efficiëntie en doelmatigheid. Toch moet het ministerie ergens in het komende jaar een systeem optuigen waardoor miljoenen EU-burgers hun aanvragen kunnen indienen. Bijkomend probleem: de Britten kennen geen basisadministratie. In een duidelijke poging coulant te zijn heeft May aangekondigd de verblijfsstatus niet afhankelijk te willen maken van bewijs dat EU-burgers bij de belastingdienst staan ingeschreven of een aanvullende zorgverzekering hebben. Dat betekent dat EU-burgers letterlijk met hun huurcontracten, elektriciteitsrekeningen en bankafschriften moeten wapperen als bewijs van hun verblijf in het Verenigd Koninkrijk.

Nog een bijkomend probleem: de ambtenarij heeft veel tijd nodig om een systeem in te richten, maar kan pas beleid maken als May met de rest van de EU een akkoord heeft bereikt. Eveneens vervelend: EU-burgers die nu al vijf jaar in het land wonen en vooruitlopend op Brexit al zijn begonnen met de uitgebreide procedure om permanente verblijfsstatus te krijgen, zullen straks opnieuw door de molen moeten. Al belooft het Britse ministerie van Uittredingszaken deze bijzonder procedure zo snel en pijnloos mogelijk te maken.

Uit het Britse onderhandelingsvoorstel, een document van 22 kantjes dat de toekomst van miljoenen Europeanen gaat bepalen, blijkt dat de Britten willen dat de Europese afspraken over het exporteren van pensioenen, sociale zekerheid, toegang tot onderwijs worden voortgezet. Natuurlijk verlangt May dat de een miljoen Britten woonachtig in de EU eveneens die rechten genieten.

‘Te weinig, te laat’

Labourleider Jeremy Corbyn reageerde zeer kritisch op het voorstel. „Te weinig, te laat”, zei hij. Dit had de regering een jaar geleden, net na het Brexit-referendum ook al kunnen beloven. Ook vroeg Corbyn zich af of deze maatregelen niet te afschrikwekkend zijn. Heeft May wel gekeken of er straks nog genoeg buitenlandse artsen en doktoren overkomen om te zorgen dat de National Health Service overeind blijft, sneerde de oppositieleider in Lagerhuis.

In Brussel was men evenmin tevreden met het plan van May. „Het doel van de EU is om hetzelfde niveau van bescherming te krijgen als onder Europees recht. Meer ambitie, helderheid en garanties zijn vereist”, oordeelde hoofdonderhandelaar Michel Barnier.

Het is nu nog onduidelijk welke datum gaat gelden als scheidslijn voor het voorstel. In haar voorstel hield May het open: ergens tussen maart 2017 (het moment waarop zij formeel aankondigde uit de EU te willen stappen) en maart 2019 (waarschijnlijk het formele moment van Brexit). De Britse regering hoopt zo enige onderhandelingsruimte open te houden en een hausse aan nieuwkomers vlak voor de belangrijke datum te voorkomen. Want kom je na die nader te bepalen datum aan, dan geldt deze regeling niet en krijg je niet de kans de benodigde verblijfsduur van vijf jaar in het Verenigd Koninkrijk op te bouwen.

Een fundamenteler punt is toezicht op het akkoord. De Britten schrijven dat ze geen rechtsmacht van het Europees Hof willen, maar toezicht via het internationaal recht willen laten lopen. Hoe dit in zijn werk moet gaan dient nader uitgewerkt te worden. De EU zal hier pertinent tegen zijn: de waakzame werking van de rechters in Luxemburg is essentieel in het waarborgen van de rechten van EU-burgers. Daar afbreuk aan doen is in de Europese gedachte nagenoeg onmogelijk. Met andere woorden: een knetterende ruzie tussen Londen en Brussel ligt op de loer.