Column

De yup

In onze buurt had weer ‘een yup’ een huis gekocht. Het werd gezien als het begin van het einde.

„De woningbouw heeft geld geroken”, zeiden ze in Café De Avonden. „Nou komen ze allemaal. Want het zijn net honden, ze lopen achter elkaar aan.”

Grootste fout die de nieuweling gemaakt had: hij had nog bij niemand aangebeld om zich voor te stellen en dat was hier toch wel de bedoeling, wist ik uit eigen ervaring.

„Vind jij het normaal dat-ie na een week nog geen handje is komen geven?”, vroeg een buurvrouw. Hoewel ik me herinnerde dat wij ook pas na een paar weken aan een voorstelronde waren begonnen, zei ik dat dat inderdaad niet normaal is. Ze deelde mee dat ze oordoppen had gekocht omdat de nieuweling was begonnen met slopen.

„Zijn onze keukens niet goed genoeg? Ik kook er al 25 jaar met plezier.”

Bezwaren of klachten kwamen hier altijd in een dwingende, vragende vorm, zodat je precies wist wat je moest antwoorden om het gezellig te hebben.

Met de nieuweling was een nieuw gespreksonderwerp gearriveerd. We hadden het nog nooit zo gezellig op de stoep.

„Ga jij als je een nieuw huis hebt ook meteen alle muren eruit slopen?”

„Zet jij als het regent ook een zonnebril op?”

En nadat iemand hem water uit een flesje had zien drinken: „Zit er gif in het kraanwater?”

Ze hingen hoofdschuddend over de balkons te kijken hoe zijn achtertuin gevuld werd met puin en brachten elkaar daarna in vragende vorm op de hoogte.

Wilco, die zijn leven lang timmerman was geweest, vroeg me of ik het normaal vond dat er na zessen nog getimmerd werd.

Nee, natuurlijk vond ik dat niet normaal. Bijna net zo idioot als het dragen van zonnebrillen, het drinken uit flesjes en rijden in een Volkswagen Kever.

„Dat bedoel ik dus. Wij hebben altijd geleerd: de omgeving heeft ook een leven, dus je hield uit respect rond etenstijd op. Ook al was je bijna klaar en moest je dan volgende dag terugkomen. Denk jij dat juist ik het dan leuk vind om naast iemand te wonen die gewoon doortimmert?”

Zaterdag zag ik ‘de yup’ voor het eerst. Omdat er verder geen mensen op straat waren groette ik hem vriendelijk. Hij zei dat hij de ouwe puinzooi eruit had laten slopen door drie Polen en dat er een wenteltrap inkwam waardoor de woonkamer optisch veel groter werd.

Ik heb voor de vorm in de buurtwinkel nog wel even gevraagd of onze woonkamers soms te klein zijn.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.