Boeren horen bij Brabant, maar hoe lang nog?

Milieu

Brabantse veehouders moeten snel minder vieze lucht uitstoten. Dat gaat ze geld kosten. Wil de provincie ons nog wel hebben, vragen ze zich af. „Dat doet pijn.”

De boerderij van Hanneke van den Corput. Foto’s Rien Zilvold

Brabant gaat strenger worden voor zijn veehouders. De provincie is al jaren bezig om de luchtvervuiling terug te dringen. Dus wordt er ook gekeken naar de agrarische sector, omdat bedrijven waar bijvoorbeeld varkens en koeien worden gehouden veel ammoniak uitstoten.

Dat is de reden dat er in de toekomst strengere eisen gaan gelden voor boerenbedrijven. De uitstoot van ammoniak moet nog meer worden verminderd. Dat gebeurt onder meer via zogeheten luchtwassers, installaties op een stal die de lucht schoner de buitenwereld insturen. Die installaties kosten geld. Bij sommige bedrijven gaat het om tonnen.

Aanvankelijk zouden de strengere eisen in 2028 van kracht zijn, maar in een voorstel dat op 7 juli in Provinciale Staten wordt behandeld gaan ze al in 2022 in. Gevolg van een keiharde afspraak, zegt gedeputeerde Johan van den Hout (SP): er daalt nu te veel stikstof neer op natuurgebieden – afkomstig uit ammoniak – en dat is slecht voor bijvoorbeeld bloemen. Veel te vroeg, zeggen Brabantse boeren, want er is financieel niet op gerekend: het is alsof je een hypotheek ineens zes jaar eerder moet aflossen.

Brabantse ammoniakuitstoot geconcentreerd in het oosten

Totale uitstoot ammoniak (NH3) van veehouderijbedrijven in kilogram per jaar per gebied

Enkele Brabantse boeren hebben zich inmiddels als protest verenigd onder de leus: Boeren horen bij Brabant. Volgens cultuurhistoricus en Brabant-kenner Gerard Rooijakkers past die leus in de geschiedenis. „Van oudsher zijn de bewoners van het platteland de Brabanders die geacht werden de morele waarden hoog in het vaandel te hebben staan. De stedelingen werden gezien als de massa, als het ontaarde plebs, terwijl de boeren de gelovige Brabanders waren, die elkaar als buren bijvoorbeeld hielpen. Het Brabantse volk, dat waren de katholieke boeren.”

Maar Rooijakkers ziet dat de laatste jaren veranderen. „Het is ironisch, maar boeren kunnen nu de ondergang van Brabant worden. Ze zijn ten onder gegaan aan hun eigen succes. De keuterboertjes van toen zijn nu enorme bedrijven, die de provincie vervuilen. Er zijn twee grote problemen in het zuiden, die zich generaties lang hebben ontwikkeld: georganiseerde criminaliteit en de uitstoot van de grote boerenbedrijven. En sinds de uitbraak van de Q-koorts leeft dat gevoel ook onder veel Brabanders. Ik zie dat de status van de boeren in Brabant aan het afnemen is.”

Foto’s Rien Zilvold

De Boer: Hanneke van den Corput (31), varkensboer

„Ik ben een boerendochter. Mijn vader is een boerenzoon. En ook mijn overgrootvader had op deze plek in Vught een boerderij. Brabant bestaat voor een groot deel uit boeren, dat vormt het karakter van de provincie. Daardoor zijn de buitengebieden levendig.

„En ik ben ook helemaal niet tegen extra maatregelen die het milieu beschermen. Maar het gaat om het tempo. Het voorstel waarin de strengere eisen al in 2022 doorgaan, betekent dat we in 2021 drie van onze oudere stallen moeten gaan voorzien van nieuwe luchtwassers. Dat kost ons 210.000 euro. Terwijl we er op hadden gerekend dat dit pas in 2028 nodig zou zijn.

„We hebben dat geld niet. Dus dat betekent dat we moeten stoppen met ons bedrijf, of ons nog verder in de schulden moeten steken. Ik vind dat vooral de kleinere bedrijven worden geraakt: de grote boerderijen hebben allemaal al nieuwe stallen, maar bij familiebedrijven gaat dat langzamer. Ik ben inmiddels zo ver dat ik mijn kinderen niet meer zou stimuleren om boer te worden.

„Mijn gevoel is dat ze hiermee het aantal boeren willen verminderen. Maar gaan we dan alleen nog maar vlees importeren? Sommige mensen denken volgens mij echt dat Brabant mooier wordt zonder boeren. Maar je weet pas wat je mist als het er niet meer is. Want komen er dan allerlei villa’s op de plaats van de boerderijen? Waar gaan de carnavalsverenigingen hun praalwagens bouwen? Ik ben een boer, en daar ben ik trots op. En het voelt nu alsof ze onze identiteit proberen te ontkennen. Dat doet pijn.”

De benadeelde: Cornelis Versteden (70), gepensioneerd

Cornelis Versteden loopt naar buiten, naar de rand van zijn erf in Hulsel. Hij wijst. „Kijk, om me heen zitten verschillende varkensboeren. Dat zijn duizenden varkens. Daar komt ontzettend veel stank vanaf. Als het zonnetje schijnt en het windstil is, dan ga ik niet buiten zitten. Die stank, en ook de lucht waarin je nauwelijks kunt ademen, ik kan er niet tegen.

Ik vind dat boeren bij Brabant horen,, maar de manier waarop het nu gaat is te omvangrijk, te intensief.

„Enkele weken geleden heb ik een longontsteking gehad. Ik kan het niet bewijzen, maar ik ben er van overtuigd dat dit komt door de plek waar ik woon. Het is gewoon aangetoond in onderzoeken: de intensieve veehouderij in Brabant is slecht voor de gezondheid van omwonenden. Dus hoe sneller de boerderijen worden uitgerust met die nieuwe luchtwassers, hoe eerder ik minder last heb van de fijnstof die de boerderijen uitstoten.

„Ik vind dat boeren bij Brabant horen, ik ben zelf ook jaren boer geweest, maar de manier waarop het nu gaat is te omvangrijk, te intensief. Er zijn nu gewoon te veel dieren. Die enorme boerenbedrijven passen niet in de kruidentuin die Nederland is.

„En ik begrijp dat het niet te doen is om te zeggen: we stoppen met alle boerderijen. Dat wil ik ook helemaal niet. Vergelijk het met vervuilende auto’s. Als die heel veel gassen uitstoten, dan zeggen we niet: er mogen geen auto’s meer rijden. Maar we zeggen wel: laten we die uitstoot aanpakken. We moeten daar allemaal ons steentje aan bijdragen, dus daar horen de boeren in Brabant ook bij.”

De boerenorganisatie: Hans Huijbers , voorzitter ZLTO

„Door deze maatregel worden boeren getroffen die dachten dat ze die stal tot 2028 konden gebruiken. Die stallen zijn al uitgerust met milieuvriendelijke voorzieningen, maar moeten nu dus ook zes jaar eerder worden voorzien van de nieuwste technieken. Het gevolg: hoge kosten. Natuurlijk beseffen wij als boeren ook dat we leven van het ecosysteem. Elke boer zal begrijpen dat er strengere milieueisen moeten komen. Maar 2022 is gewoon te snel.

„Het gevolg is dat familiebedrijven er gewoon aan zullen gaan, die kunnen het vaak niet betalen hun stallen voor 2022 te moderniseren. Dit terwijl de Brabantse veestapel zal niet krimpen en grootschalige veehouderij krijgt ruim baan. Als dit voorstel van kracht wordt, dan zullen we naar de rechter stappen. Want ons wordt de koers op deze manier onmogelijk gemaakt. Dit is desastreus voor honderden boeren in Brabant.

„Want boeren horen gewoon bij Brabant, zo is de provincie groot geworden. Er is weinig industrie in grote delen van Brabant, de ontwikkeling is gekomen door de landbouw. En nog steeds, Brabant staat op de schouders van de boeren. Maar de waardering daarvoor missen we. In de toekomstplannen zijn wij blijkbaar niet belangrijk genoeg.”

De gedeputeerde: Johan van den Hout (SP), gedeputeerde provincie Noord-Brabant

„We hebben in 2009 afgesproken om de hoeveelheid stikstof die neerdaalt op natuurgebieden in Brabant aan te pakken. Daarvoor zouden de stallen van boeren uiterlijk in 2028 gemoderniseerd moeten zijn. Maar, onderdeel van die afspraak was dat als de hoeveelheid stikstof niet snel genoeg zou dalen, er nieuwe maatregelen zouden komen.

„Ik snap dus ook niet waarom sommige boeren nu doen alsof dit als een verrassing komt. En het is ook echt onzin dat er heel veel boerenbedrijven failliet zouden gaan. Er zullen, mede door deze maatregelen, tot 2022 zo’n zes- tot zevenhonderd bedrijven niet meer door kunnen gaan met hun bedrijfsvoering. Maar we hebben in Brabant meer dan 10.000 landbouwbedrijven.

„Natuurlijk vind ook ik dat boeren bij Brabant horen. Maar de veehouderij is wel de grootste vervuiler. Dus daar moeten we onze maatregelen op richten. Op zaken als verkeer en de haven van Antwerpen hebben wij als provincie geen invloed.

„Wij willen in het zuiden een toekomst met een duurzame veehouderij. Als je daar niet aan kan voldoen, dan hoor je er niet meer bij. Vergelijk het met een milieuzone voor auto’s in bijvoorbeeld Utrecht. Als je dan je dieseltje als middenstander niet vervangt, dan krijg je het moeilijk. Dat geldt hier ook. De samenleving verandert nu eenmaal.”