Recensie

DTRH is zonder uitschieters makkelijk mooiste popfestival

Festival Down The Rabbit Hole Deze vierde DTRH bood een mooie doorsnee van prima podiumacts. Hoogtepunten: My Baby, Benjamin Clementine en de elektronica van Sohn en Moderat.

Benjamin Clementine Foto Andreas Terlaak

In de concurrentie tussen de popfestivals onderling, leek het programma van Down The Rabbit Hole dit jaar tegen te vallen. Best Kept Secret ging er vandoor met Arcade Fire, Run The Jewels en Radiohead, en de opwindende nieuwe namen vonden elders een podium. Daardoor was het aanbod van DTRH te tijdloos; My Baby speelde er vorig jaar al, Typhoon speelde overal, Soulwax stond vorige week op BKS.

Zo bood de vierde editie van Down The Rabbit Hole geen verrassende maar wel een aantrekkelijke dwarsdoorsnee van de smaakvolle podiumacts. Ook zonder uitschieters is DTRH makkelijk het mooiste, sfeervolste en ‘volledigste’ festival van dit moment. Doorgegroeid naar ruim 25.000 bezoekers (10.000 in 2014), was het terrein De Groene Heuvels bij Nijmegen nu vergroot, en waren er nog meer mogelijkheden tot yoga, smeden of hoelahoepen, die door velen werden benut.

Daarbij waren het de artiesten zelf die voor vernieuwing zorgden - binnen de eigen presentatie. De Britse, ‘Nina Simone’-achtige zanger Benjamin Clementine, bijvoorbeeld, liet een compleet nieuwe richting horen. De altijd solo achter de vleugel optredende Clementine - met bijdragen van cello - was nu met volledige band plus vijf achtergrondzangeressen. Ook de nummers waren nieuw en verrassend: hun snit laverend tussen musical-met doo-wop-invloeden en idiosyncratische soul-folk. Van eenzame balladezanger is Clementine, in parelgrijze design-peignoir, nu bandleider geworden, die de jubelende samenzang, orgel en jazzy drums dirigeert. Soms raak, soms nog stuurloos.

Publiek op Down The Rabbit Hole. Foto Andreas Terlaak

My Baby, dat de volgende dag op het Britse Glastonbury zou spelen, kreeg ook midden op de dag het publiek in de grootste tent in de greep van hun galopperende ritmes. De fantastisch drummende Joost van Dijck beweegt als een octopus, gitarist Daniel Johnston bedwelmt, en Cato van Dijcks dunne hoge stem vloog nu en dan richting de onhoorbare noten - dit alles omgeven door een draaikolk van kleurige achtergrondbeelden.

Elektronische muziek

Soulwax. Foto Andreas Terlaak

Het voor DTRH exclusieve Fleet Foxes - heeft net bijzonder comeback-album gemaakt, is lang niet op Nederlandse podia te zien geweest - was te laat geprogrammeerd. Om elf uur ’s avonds kan het publiek, net opgezweept door het donderende Soulwax - met maar liefst drie drummers in een fantastisch zwartwit decor - zich niet meer voldoende concentreren op de ingenieuze bouwwerken van deze zesmansband, waarbij ieder lid meerdere dingen tegelijk doet (zingen, een blasbalg-orgel bedienen, of verschillende gitaren spelen). Wie geduld had, werd beloond met overzicht op de steeds uitbouwende zangpartijen, de onverwachte begin- en eindpunten en de voor hun doen ‘harde’ intermezzo’s.

Elektronische muziek had een groot aandeel op dit DTRH. Verheugend was de volwaardige uitvoering: niet meer een enkele man achter kastje. Het genre kiest in toenemende mate voor een combinatie van live-instrumenten en geprogrammeerde elementen, ook het aandeel voor zang was groot. Zo groeien ‘elektronica’-acts richting bands - en andersom. De Britse Sohn, met zwarte jas en hoed gekleed als een Western-priester, zong achter een tafel met apparatuur, geholpen door drie bandleden op de achtergrond. De muziek klonk nogal geknepen, het duurde tot de single ‘Hard Liquor’ voordat het geluid openbloeide. Moderat, het Duitse trio, bleek de koning van het elektronische dance - dankzij hun simpele vormgeving, en de soulvolle balans tussen ingetogen en ranselend zware beats.