Vernieuwd Boijmans nodigt uit tot goed kijken

Zaalindeling

Veel moderne kunst in de nieuwe opstelling van de vaste collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Wandelen door de zalen is nu een stuk spannender. Sjokken is er niet meer bij.

De nieuwe inrichting van Museum Boijmans: een zaal Pop Art. Foto Lotte Stekelenburg

Dat zou de doorgaans sombere Kees Timmer vast goed hebben gedaan, dat zijn werk nu – na jaren vergetelheid – weer volop te zien is in Museum Boijmans Van Beuningen. Afgelopen weekend opende de nieuwe collectiepresentatie, in 39 zalen, inclusief een solozaaltje voor de naoorlogse schilderijen van Timmer (1903-1978). Scherp en argwandend kijkt hij op zijn grafisch geschilderde zelfportretten, scherp zijn ook zijn gekooide dieren, modern met strakke lijnen, vol dierlijke spanning getypeerd.

Werk van Kees Timmer. Foto Lotte Stekelenburg

Wat een mooi zaaltje, en een terecht eerherstel voor deze Rotterdamse wederopbouwschilder. Dat heeft hij te danken aan hoogleraar en kunstenaar Carel Blotkamp, die tekende voor deze collectiepresentatie van bijna zeshonderd objecten. Daarvan duikelde hij er 250 op uit depot, met nadruk op zijn specialisme: moderne kunst. De oude kunst clusterde hij in blokken van telkens vijf of zes zalen, zoals ‘1300 tot 1600’, ‘Gouden Eeuw’, ‘Negentiende Eeuw’, ‘Pop Art’. Daartussen zijn zaaltjes moderne tijd, vanaf 1950. Zoals tijdelijke solozaaltjes voor Timmer, Suze Robertson, David Salle of de subtiele Pop Art van Richard Hamilton.

Zaalaangezicht in het vernieuwde Boijmans: Magisch Realisme en avant-gardes uit de eerste helft twintigste eeuw. Foto Lotte Stekelenburg

En ja, de achttiende eeuw is geschrapt maar laten we wel zijn, die vroeg erom. Of kent u een goede Nederlandse schilder uit die tijd?

Intimiteit

Dat Blotkamp koos voor deze indeling „als tijdmachine” – steeds schakelend tussen modern en oud – is omdat je zo gaat sjokken van een chronologische wandeling door 39 zalen. Toch klinkt de indeling radicaler dan het is - een beetje museumbezoeker weet dat musea graag moderne kunst ‘in dialoog’ brengen met oude meesters. Ook heeft Blotkamp slechts in twee zalen de periodes echt gemixt, voor de rest blijft alles netjes in de eigen tijdvakken die door kunstenaar Peter Struycken zijn afgebakend met gekleurde wanden.

Zaaltje met “De schiettent” van Pyke Koch, 1931. Foto Lotte Stekelenburg

Dat palet geeft intimiteit. Met gedempt groen wordt het zaaltje zeventiende-eeuwse stillevens een fijn kabinetje, ook omdat de schilderijen iets uit het lood hangen. Een schilderijtje van een opengeslagen boek hangt boven een ander werk, met om de hoek een stilleven met fruit. Zo schijnt het dagelijks leven je toe, alsof een boek of druiven zomaar ergens thuis rondslingeren, en een schilder plots de schoonheid daarvan heeft vastgelegd.

Lees ook: over Peter Struijckens nieuwe verlichting in Boijmans

Onhollands

Dat soort sensibiliteit zit nu meer in Boijmans, al ontbreekt er chemie bij de hedendaagse kunst en is het Surrealisme wat voorspelbaar opgehangen. Maar al met al nodigt de indeling uit om goed te kijken. Dan vallen onbekende pareltjes op – van Unica Zürn, Joseph Cornell – en mooie combinaties. Hoe Daan van Golden in drie verschillende zalen drie keer anders te lezen is. Hoe een beeld van Sint Agnes (1500-25) een afwerend gebaar lijkt te maken naar de grote stalen sculptuur van Donald Judd (1984) ernaast. Dat biddende figuren in een Mariaretabel (rond 1520) geschrokken reageren op de filmkus van Andy Warhol – een terechte schrik, ze wordt gekust door een vampier. En dat een cheetah van Kees Timmer opduikt in de afdeling abstracten – ook dat had hem goed gedaan, het was de abstracte kunst waardoor hij zich, als dierenschilder, altijd zo miskend voelde.

Ook kun je zien dat het zaaltje Hollandse landschappen uit de Gouden Eeuw helemaal zo Hollands niet lijkt. Geen lage horizon of strakke polders, wel hoge bomen, gouden licht. En een pastorale waar een herder een meisje het hof maakt, geschilderd door Watteau rond 1715 – de 18de eeuw, toch nog.