Recensie

Opera ‘The Naked Shit Songs’ mist muzikale substantie

Opera

De schokkende dood van Theo van Gogh kan de geestige Gilbert & George-opera The Naked Shit Songs niet redden. De klankrituelen van George Crumb zijn van een andere orde.

De broers Christopher en Nigel Robson als kunstenaarsduo Gilbert & George. Foto Bowie Verschuuren

Het uitgangspunt van The Naked Shit Songs is origineel en curieus: een opera met een interview als libretto. In 1996 ontving Theo van Gogh het Britse kunstenaarsduo Gilbert & George in zijn tv-programma Een prettig gesprek, naar aanleiding van hun expositie The Naked Shit Pictures in het Stedelijk Museum. Huba de Graaff (1959) typte het interview uit en zette het op muziek.

Van Gogh was een charmant-drammerige doorvrager, maar zo’n interview biedt theatraal weinig structuur. Daarom knipte De Graaff het in zes scènes van 1000 woorden. Arbitrair, maar de kunstmatige rastering rijmde wel met het paneelachtige werk van Gilbert & George. Ook de eclectische verzameling pastiches, stijlcitaten, pop en kitsch die ze voor haar uitstekende band componeerde droeg bij aan de eenheid van vorm en inhoud: toegankelijk, beleefd-tegendraads, mild-provocatief.

De eerste, geheel gesproken scène was levendig. Maar toen begonnen Gilbert & George (mooie rollen van de broers Christopher en Nigel Robson) te zingen. De dramaturgie van het gesprek boette aan kracht in en wat ervoor in de plaats kwam waren knipogen, grapjes, blote billen. Het was afwisselend en soms geestig, maar het gebrek aan plot deed zich voelen, evenals het gebrek aan muzikale substantie. Twee koren (homo’s en moslims) vervulden magere bijrollen. Ook visueel gebeurde er te weinig.

Pas in de slotminuten transformeerde de opera van een ‘prettig gesprek’ tot meeslepend muziektheater. Acteur Xander van Vledder zette Theo van Gogh sterk neer: morsig, pienter, ongeduldig, scherp, met gevoel voor humor en absurditeit. Zijn toenemende frustratie en zelfs wanhoop leken overdreven, tot het interview tegen het einde aan de thema’s moord en islam raakte en Van Gogh opeens zijn eigen gewelddadige dood beleefde. Die seconden waarin hij over het toneel kroop en een afwerende hand hief waren schokkend en goed getimed. De korale katharsis erna kwam helaas minder uit de verf.

Van een totaal andere orde is de muziek van George Crumb (1929), die een dag later gespeeld werd door drie Nederlandse topensembles. Het werd een gedenkwaardige eredienst voor Crumbs geheimzinnig suizende en tinkelende klankrituelen. Sopraan Claron McFadden excelleerde in de reeks traditionals uit American Songbook II (2003), waarbij de bevreemdende omlijstingen briljant tot klinken werden gebracht door Slagwerk Den Haag. Het Ragazze Kwartet speelde het weerbarstige, atypische meesterwerk Black Angels tegen een achtergrond van uitgekiende projecties van collectief 33 1/3. De overgave van de Ragazze maakte dat de cryptische, tijdloze oorlogsaanklacht aankwam als een mokerslag.