‘Je weet nooit wat het leger gaat doen’

Ontvoeringen

Bij ontvoeringen zoals Derk Bolt en Eugenio Follender meemaakten, is het leger de grote onzekere factor, zegt deskundige Lenard Prins.

Programmamaker Derk Bolt en zijn cameraman Eugenio Follender staan voor een hotel in Colombiaanse Cúcuta de pers te woord. Foto Niels Wenstedt/ANP

Een van de gevaarlijkste momenten, vertelde journalist Derk Bolt zaterdag in Colombia, was toen er een legerhelikopter overvloog. Het leger had de groep gijzelaars en gijzelnemers in de jungle gelokaliseerd, twee dagen na het begin van de gijzeling. „Dat was heel eng”, zei Bolt zaterdag na zijn vrijlating. „Wij moesten toen meevluchten, dat was een extreem lange tocht.”

Lenard Prins kan zich de angst van Bolt en zijn cameraman Eugenio Follender goed voorstellen. Prins leidt het bedrijf Restment in Putten, dat gespecialiseerd is in het wereldwijd tot een goed einde brengen van ontvoeringen, ook in Latijns-Amerika. Eind 2013 kwam Prins in het nieuws omdat hij had bemiddeld bij de vrijlating van de journalist Judith Spiegel en haar partner. Die waren ontvoerd door Jemenitische piraten.

„Wat je op dat moment niet weet als gijzelaar, maar ook niet als gijzelnemer”, aldus Prins tijdens een telefonisch interview, „is wat het Colombiaanse leger gaat doen als zo’n helikopter is overgevlogen. Ze hebben je kennelijk getraceerd, wat met alle peilapparatuur en satellieten heel gemakkelijk kan. Vervolgens kan het leger twee dingen doen: kiezen voor de uitschakeling van de guerrillero’s of de belangen van gegijzelden centraal stellen en behoedzaam opereren.

Lees ook: ‘Ik dacht, dit ga ik niet overleven’, aldus vrijgelaten Bolt.

„Het lijkt erop dat het leger voor het laatste heeft gekozen. Dat bleek al op 21 juni, toen het leger zich terugtrok op aandringen van de ELN-guerrillero’s nadat de onderhandelingen over de vrijlating van Bolt en zijn cameraman waren begonnen. Wat scheelde, was dat het ELN ook deelneemt aan vredesonderhandelingen met de regering. Dat maakte de kans groter dat ook het regeringsleger zijn hand niet wilde overspelen. Maar zeker weten doe je dat op zo’n moment nooit.”

Bolt zei een inschattingsfout te hebben gemaakt over de veiligheid in het gebied. Hoe kan dat?

„Daarvoor ken ik de zaak niet gedetailleerd genoeg. Het is echter goed mogelijk dat het netwerk van Bolt ter plekke bij aan het ELN gelieerde mensen niet goed heeft aangekondigd dat die twee eraan kwamen, wie het waren en wat ze kwamen doen. In zulke gevaarlijke gebieden is het belangrijk dat je de mensen die het gebied controleren uitvoerig informeert, en vraagt: „Moet er nog iets geregeld worden voordat we komen?”

Waarom hebben de guerrillero’s niet opportunistisch gedacht: we kunnen net zo goed losgeld vragen voor die twee journalisten, zoals ook in Jemen is gebeurd?

„We weten natuurlijk niet zeker of er geen losgeld is betaald. Maar in de praktijk is er een groot verschil tussen politieke ontvoeringen, zoals deze, en criminele. De laatste zijn vaak heel overzichtelijk en draaien meestal om losgeld. Politieke ontvoeringen, zoals in Colombia, zijn veel ingewikkelder. Het verbaast me niet dat het er in elk geval op lijkt dat de ELN-guerrillero’s niet alsnog om geld hebben gevraagd. Daarmee zouden ze hun geloofwaardigheid en dus steun hebben verloren bij het Colombiaanse publiek en hun achterban.”

Uw collega Ben Lopez, die een boek schreef over ontvoeringszaken, zei dat gijzelaars later psychisch niet veel last hoeven te hebben van dit soort ervaringen. Ze gaan er grotendeels uit zoals ze erin gegaan zijn, zei Lopez. Deelt u die mening?

„Nee, de kans is groot dat je er toch door verandert, ook als het zo snel zo goed afloopt als in deze gijzelingszaak, en ook als je een sterk en stabiel persoon bent. Mensen raken hun positieve naïviteit kwijt, zoals we na veel gijzelingszaken hebben gemerkt. Dat gevoel van: ‘Hé, we komen al 25 jaar in het land, het is altijd goed gegaan, dus het zal nu ook wel goed gaan.’ Onderschat ook de rol van gezin en familie niet. Die dachten misschien hun geliefde nooit meer terug te zien en willen dit niet nog een keer doormaken.”