Cultuur

Interview

Interview

Robert Gesink (voorgrond) maakte zondag, evenals eerder bij het tijdrijden, een goede indruk tijdens het NK op de weg in Montferland. Foto JERRY LAMPEN/ANP

‘Ik ga in de Tour op ontdekkingsreis’

Robert Gesink Derde bij het NK tijdrijden en ook in de wegwedstrijd sterk. In de Tour gaat Robert Gesink voor ritwinst en niet (meer) voor het klassement.

Meer dan tweehonderd kilometer in de aanval, in de slotronde nog een fikse beurt op kop van het uitgedunde peloton. Robert Gesink had graag de nationale titel gepakt, zondag in zijn eigen streek bij Montferland. „Niets liever dan dat”, sprak hij aan de vooravond van het NK in het hotel van zijn ploeg Lotto-Jumbo. Afgelopen woensdag was Gesink (31) al als derde geëindigd bij het NK tijdrijden, gewonnen door Tom Dumoulin. Hij lijkt in goede vorm voor de start van de Tour, zaterdag in Düsseldorf.

Wat zeggen de prestaties op het NK jou?

„Dat mijn niveau best goed is. Het wachten is een beetje op het stapje dat je zegt: nu is het echt top. Bij het NK tijdrijden was mijn vermogen een uur lang 400 tot 410 Watt. Dat is hoog, ik denk dat Tom Dumoulin het niet heeft getrapt. Maar die is dan weer wat aërodynamischer dan ik.”

Hoe heb jij de euforie rond zijn Girozege beleefd?

„Zoals elke wielerliefhebber. Mooie overwinning, zeer verdiend, goed voor de Nederlandse sport. Tom was er al eens dichtbij in de Vuelta, ik zelf in 2009 ook als ik niet was gevallen. Steven Kruijswijk vorig jaar in de Giro, Bauke Mollema in de Tour. We zitten op een heel hoog niveau.”

In de Tour zijn alle ogen gericht op jou, nu Dumoulin, Kruijswijk en Wout Poels niet meedoen en Mollema in dienst rijdt van Alberto Contador.

„Als mensen verwachten dat ik meedoe voor het klassement, zijn ze snel uitgekeken. Dat was altijd mijn automatisme maar nu zal het anders zijn. Ik wil proberen voor ritwinst te gaan, zoals vorig jaar in de Vuelta [waar Gesink op de Aubisque de koninginnerit won]. En de kans daarop is groter als ik het klassement laat lopen.”

Met een openingstijdrit van 14 kilometer en al snel een aankomst bergop zou je toch zo in de toptien kunnen staan?

„Als je geen pech tegenkomt, zou dat kunnen. Dan word ik wellicht zesde of zevende in de Tour. Maar gaat daardoor mijn leven heel erg veranderen? Ik heb al drie keer toptien gereden in de Vuelta, twee keer in de Tour. Ik denk dat een ritzege mij gewoon meer plezier oplevert.”

Als mensen, zoals laatst Erik Breukink, verwachten dat je stiekem toch voor het klassement gaat?

„Nee, dat is echt niet de bedoeling. Ik krijg nu de ruimte van de ploeg om mijn dagen uit te zoeken. Dan ga ik niet drie weken elke minuut lopen stressen. En wat anderen zeggen, lees ik toch niet.”

Ik weet van tevoren ook niet precies hoe het zal gaan. Ik heb het nog nooit zo aangepakt in de Tour

Is het moeilijk om het klassement los te laten?

„Het is anders dan anders, maar niet per se makkelijker. Er rijdt een pak mannen rond die hetzelfde willen als ik. Het gedrang zal groot zijn om mee te zitten in de goede ontsnapping. Na een paar rustige dagen moet je ineens omschakelen en jezelf ertussen gooien.”

In de Vuelta zat je vorig jaar, in vier pogingen, vier keer mee in de goede vlucht. Natuurtalent?

„Toen was ik gewoon heel sterk. Als ze op de zwaarste momenten wegrijden moet je alleen maar blijven gaan en je bent mee. Maar in de Tour zal het een ander spel zijn, daar is het veel moeilijker dan in de Giro of de Vuelta.”

Wat zijn je zekerheden?

„Ik weet van tevoren ook niet precies hoe het zal gaan. Ik heb het nog nooit zo aangepakt in de Tour. Ik ga op ontdekkingsreis.”

Heb je je anders voorbereid tijdens de laatste hoogtestage?

„We proberen altijd kleine dingetjes te veranderen. Maar de visie is om zo goed te zijn als in 2015. Met die benen moet ik voor ritzeges kunnen rijden. De planning is om in de Tour iets later goed te zijn. De eerste week is voor mij niet zo heel interessant, dan moet ik me vooral richten op het verliezen van tijd. Dat zal wel lukken, ben ik niet bang voor. Verder af en toe wat testen en prikkelen. En dan hopelijk de tweede en derde week helemaal top zijn in de bergen.”

Heb je ritten vooraf aangekruist?

„Je hebt een etappe of zes die interessant zijn. De achtste rit naar Station des Rousses, de dag erna met de Mont du Chat, dan twee ritten in de Pyreneeën en in de laatste week twee in de Alpen, Galibier en Izoard. Dat zijn mijn grootste kansen. Maar je bent altijd afhankelijk van de mannen voor het klassement. Zij bepalen hoe de koers loopt, of ontsnappingen de ruimte krijgen.”

Hoe zit het met jouw gunfactor in het peloton?

„In de Tour telt dat nauwelijks, al werkt het altijd makkelijker als je meer vrienden hebt dan vijanden. Je zult ook steeds op dezelfde mannen stuiten die ook voor ritwinst rijden. Het liefst ga je op pad met wat mindere goden. Maar in de Tour kun je niet kieskeurig zijn.”

Het spel van wel of niet doorrijden met bepaalde renners?

„Het is niet zoveel spel hoor, meer gewoon doorrijden en maar zien waar je uitkomt. Jullie zien het vanaf de kant ingewikkelder en romantischer dan het is. Het gaat in die bergritten altijd hetzelfde. Op het laatst is het alleen nog kijken wie er nog leven heeft. En dan maar hopen dat ik dat ben.”

Leuk vak, rittenkaper in de bergen?

Ik ben mezelf als renner aan het herontdekken op mijn 31ste. Dat vind ik wel een spannend proces. Ik hoop dat ik over een aantal jaren kan zeggen dat het een goede stap is geweest. Tot nu toe levert het me veel plezier op. In de kleine rondjes zal ik nog wel klassementsrenner zijn. Maar in de grote rondes lijkt dit me een mooie aanpak. Ik doe al best lang mee, heb tien jaar het andere gedaan. Ik weet ongeveer wat daarin mijn ‘max’ is. Dan is het mooi als je iets anders kunt proberen. Stel dat je een rit op de Izoard kunt winnen…”