Waarom de onderwijzers staken

Feiten & cijfers

Vandaag staken basisschoolleraren één uur voor een hoger loon en minder werkdruk. Wat is er precies aan de hand?

Foto Robin Utrecht/ANP

Schoolmeesters staken niet, weet onderwijshistoricus en emeritus-hoogleraar Nan Dodde (85): „Die bedachten wel wat anders om hun zin te krijgen, want ze wilden voor de klas blijven staan.” Schoolmeester, dat was in de 19de eeuw Theo Thijssen, tevens schrijver van de roman Kees de Jongen. Man van groot gezag. Dat gold ook voor de onderwijzer, een in onbruik rakende term. Leraar heten ze gewoon en daar vallen ook de vroegere kleuterleidsters onder.

Volgens het Researchcentrum van onderwijs en arbeidsmarkt (ROA) is sinds 1982 de status van de basisschoolleraar van de 42ste naar de 69ste plaats op de beroepenladder gekukeld. In Nederland zakte, gecorrigeerd voor inflatie het uurloon voor onderwijzers tussen 1995 en 2014 van 13 euro naar 12,50 euro.

NRC liep een lang mee met drie onderwijzers: Na de les nog even de vloer aanvegen

Laagste salarisklasse

De basisschoolleraren gaan nu wel staken: dinsdagmorgen één uur lang, een prikactie. Voor een hoger loon en minder werkdruk, twee doeleinden die extra geld kosten, wel 1,8 miljard euro. Het salaris voor een onderwijzer is nu tussen de 2.300 en 4.000 euro bruto per maand, gemiddeld 20 procent lager dan dat voor een tweedegraads leraar aan de middelbare school. Het moet even hoog worden, volgens de actievoerders. Driekwart van de onderwijzers zit in de laagste salarisklasse, waar geen tweedegraads te vinden is.

Als het regeerakkoord niet bevredigt, staken leraren eerst een paar dagen, dan een week, kondigt Thijs Roovers (38), onderwijzer in Amsterdam, aan. Hij is medeoprichter van Primair Onderwijs in Actie, de organisatie die nu met de vakbonden en de werkgeversorganisatie, de Po-raad, strijd voert. Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) heeft al gezegd dat er te veel financiële eisen zijn.

Maar Thijs Roovers heeft genoeg van het lage loon, waarmee hij niet kan wonen in de stad waar hij werkt. „Mijn hypotheekadviseur zei dat ik echt geen hypotheek kan krijgen voor een huis in Amsterdam”, zegt hij. Naast de pabo heeft hij ook een master professioneel meesterschap gehaald aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. „Mijn vriendenclub lacht me uit”, zegt hij.

Het moest goedkoper

Maar toen Nan Dodde eind jaren veertig de kweekschool (voor onderwijzers) volgde, was die bijgenaamd de ‘universiteit voor de armen’ – voor de getalenteerden uit het arbeidersmilieu. Voor zijn ouders waren hbs en een universitaire studie te hoog gegrepen; hijzelf ging pas naar de universiteit toen hij onderwijzer was. Maar sinds de jaren zestig gaan jongeren massaal naar het hoger onderwijs, ook kinderen van mensen met weinig geld. De leerplicht is verlengd tot 18 jaar.

Omdat dit extra geld kostte, moest er op het onderwijs ook worden bezuinigd. „Het moest goedkoper”, zei Dodde. Tegelijk kwamen er naast het onderwijs steeds meer andere interessante carrièremogelijkheden. Dit gebeurde in vrijwel alle rijke landen.

Bepalend was de fusie van de kleuterschool met de lagere school in de basisschool in 1985. In de pabo wordt sindsdien ook les gegeven in knutselen voor kleuters. „Het was een omslagpunt voor mannen in het onderwijs”, zegt Roovers. „Ik zag op de pabo om me heen heel wat jongens uitvallen om die reden.” Nu is 87 procent van de onderwijzers vrouw, meestal werkend in deeltijd.

Slechts 37 procent van de mannen en 57 procent van de vrouwen wordt na de pabo onderwijzer. Zo ontstaat een onderwijzerstekort. Nu al zijn er te weinig vervangers. Over twee jaar is er een tekort van 1.000 onderwijzers en dat worden er 5.000 over vier jaar. Door het vele deeltijdwerk is er wel een grote arbeidsreserve. Gemiddeld delen twee juffen één fte; 130.000 leerkrachten op 77.000 banen. Die doen vaak onbetaald overwerk om hun taken af te krijgen.

Mede door de fusie met het kleuteronderwijs is het niveau van de pabo jarenlang gedaald. Veel leerkrachten kunnen niet goed spellen of rekenen. In 2015 zijn de toelatingseisen verzwaard, waardoor het niveau weer hoger wordt. Maar het aantal inschrijvingen is teruggelopen van 5.700 in 2014 naar 3.900 in 2015. In 2016 krabbelde het weer op naar 4.200.

Onderwijzer Roovers weet de oplossing wel. Door betere betaling komen er meer onderwijzers. Als er meer fulltime wordt gewerkt, is er geen lerarentekort meer. Hij wil het niveau hoog houden en het kleuteronderwijs weer afscheiden van het basisonderwijs. „In het onderwijs moeten er meer mensen met ambitie komen, die ook goed gaan verdienen”, zegt Roovers.

Correctie 24/06/2017: In een eerdere versie van dit artikel stond in de laatste zin: „Dan komen er meer mensen met ambitie, die ook goed gaan verdienen”, dat suggereerde een onjuiste gevolgtrekking met de zin ervoor. Het citaat is aangepast: „In het onderwijs moeten er meer mensen met ambitie komen, die ook goed gaan verdienen”.

Lees ook dit opiniestuk van een basisschooldocent: Kabinet, kijk niet langer weg van overvolle plofklassen!