Pannenkoeken na de legervoertuigen

Veteranendag in Den Haag trekt opvallend veel kinderen. „We hebben hier nog geen traditie als het gaat om het eren van onze veteranen.”

Kinderen op de bijeenkomst op het Malieveld tijdens de Veteranendag. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Jona (3) komt voor de motoren en de vliegtuigen. Hij staat bij de ingang van het terrein van Veteranendag 2017, samen met zijn grootouders Greetje en René Jansen. Ze nemen hem een dagje mee uit, en daar blijkt de Veteranendag, met alle legervoertuigen, heel geschikt voor. Greetje: „En daarna pannenkoeken eten.”

Jona is een van de vele jonge bezoekers van de 12e Veteranendag die deze zaterdag in Den Haag wordt gehouden. Het terrein op het Malieveld loopt over van de kinderen die op boten en donkergroene voertuigen klimmen, soms met een tas vol posters. Aan de handen van hun ouders springen ze tussen de zee van decoraties en onderscheidingen van de veteranen door.

Want daar gaat het eigenlijk om op zaterdag: het eren van de bijna 130 duizend veteranen die Nederland telt. Dat gebeurt voor grotendeels op een soort festivalterrein met een podium voor muziek, verschillende stands met informatie en een groot scherm waarop verschillende missies worden uitgelicht. Hoogtepunt is het defilé – met vliegshow - door het centrum van de stad, dat wordt afgenomen door koning Willem-Alexander.

Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Wie in Den Haag woont, kan moeilijk hebben gemist dat het feestje eraan kwam. Er hingen in de weken voorafgaand aan 24 juni veel posters door de stad. In bussen werd zelfs omgeroepen wat er stond te gebeuren.

Daarmee geniet Veteranendag in de Hofstad een stuk meer bekendheid dan in grote delen van de rest van het land, waar de feestdag doorgaans minder aandacht kent.

Nieuw fenomeen

Ook deze zaterdag valt op dat een groot deel van de bezoekers vooral uit Den Haag lijkt te komen. De gezinnen die langs de route van het defilé of op het Malieveld te vinden zijn, komen bij navraag vaak uit de regio. „Ik weet niet of we ook waren gekomen als we in Utrecht woonden”, zegt Greetje Jansen. „Volgens mij is het echt een Haags gebeuren.” Ook Erik van de Wetering, die met zijn twee zoontjes voor de voertuigen langs de route staat, komt uit de buurt. „We wonen tien minuten verderop.” En vader Kristian van Drimmelen hoefde net zo weinig moeite te doen. „We springen in de bus en we zijn er.”

Dat Veteranendag in Nederland relatief klein is vergeleken met andere landen, is niet vreemd, zegt Ben Schoenmaker, bijzonder hoogleraar militaire geschiedenis aan de Universiteit Leiden. „Het is hier nog niet zo’n heel oude traditie.” In Nederland kwam pas in de jaren ’90 een echt veteranenbeleid op gang. Na WOII leefde het fenomeen eerst niet zo als bij de bevrijders, en ook de dekolonisatieoorlogen gaven weinig aanleiding voor trots. Schoenmaker: „Het woord veteraan zei lange tijd eigenlijk niet zo heel veel.”

Vredesmissies

Pas in de jaren ’90 kwam er een roep om erkenning van veteranen zelf, net toen er ook met een aantal grotere vredesmissies werd gestart. Dat leidde er uiteindelijk toe dat in 2005 de eerste Veteranendag werd gehouden, op de verjaardag van Prins Bernhard, 29 juni. Later werd dat de laatste zaterdag in juni – een makkelijkere dag voor veteranen met een baan.

Door die recente geschiedenis is volgens Schoenmaker de vergelijking met andere landen lastig. „Nee, Veteranendag heeft niet de omvang als in Engeland, maar men is er mee begonnen en het wordt nu meer en meer een ding.” Niet voor niets doet de NOS tegenwoordig live verslag van het evenement en stijgt het aantal bezoekers elk jaar. Ging het in 2008 nog om 45 duizend, dit jaar waren het er volgens de organisatie 90 duizend.

Dat zijn naast Hagenezen voor een groot deel ook bekenden van veteranen. Aan verschillende tafeltjes zitten soms wel tien mensen rondom een blauwe VN-baret koffie te drinken. En die kunnen van ver komen.

Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De tieners Christie, Julia en Robin de Clerck zijn vanuit het Limburgse Venray naar Den Haag gekomen om hun vader in het defilé te zien. Hij is veteraan uit de Golfoorlog. Robin: „We zijn hier eigenlijk met z’n achten.” Een vrouw uit het Zeeuwse Tholen, die langs de route staat, komt ook voor een vriend. „Volgens mij hebben de meesten die hierheen komen wel een verhaal.” Zelf is ze hier voor het eerst – en zeer onder de indruk. „Dit is heel goed om mee te maken. Je ziet hier zo veel respect voor de medemens.”

Als het defilé rond half drie is afgelopen loopt het centrum langzaam weer leeg. Een deel van de menigte verdwijnt richting het Malieveld, de rest verspreidt zich door de stad. Bij de Hofvijver lopen een moeder en dochter weg van de hekken. „Nou, we kwamen om te shoppen”, zegt de dochter, „maar ik heb nu zo lang gestaan, dat wordt niks meer hoor.”