De meeste schimmige constructies vind je in de bouw

Bouw

De bouw is kampioen zwartwerk. Tussen keurig wit en volledig illegaal zit een groot grijs gebied vol sluiproutes en schimmige constructies. „Het gaat maar om één ding: minder loon betalen.”

Foto iStock

De Turks-Bulgaarse tegelzetter Mostafa uit Utrecht vindt dat hij alles volgens het boekje doet. Hij is officieel gevestigd in Nederland als zelfstandige. Hij heeft een vast woonadres, hij betaalt belasting en zijn kinderen gaan naar een school in de buurt.

Mostafa – breed, verweerd, met sigaret – woont in Kanaleneiland, Utrecht. Hij zit op een warme avond in het parkje tegenover de Lidl te kaarten met acht Bulgaarse vrienden. Eén van hen vertelt dat-ie al jaren bij een groothandel werkt (waar hij nog nooit een vast contract kreeg), een ander zit in de schoonmaak, nog één is stukadoor. In het gras spelen een paar van hun kinderen.

De vraag is: wat is zelfstandig? Mostafa krijgt zijn werk altijd via dezelfde Turkse man, vertelt hij in slecht Engels. Hij kiest zijn klussen niet zelf en hij krijgt altijd hetzelfde uurloon. Hij weet niet wat zijn tussenmannetje krijgt van zíjn opdrachtgevers en welk bedrag die achterhoudt. Mostafa heeft geen contract en krijgt geen reiskosten – hij wordt elke dag opgehaald met een busje.

Wat krijgt hij betaald? „15 euro per vierkante meter.” Of dat loon is volgens de cao? Hij heeft geen idee. En zijn Nederlandse vakgenoten? Hij kijkt chagrijnig weg. „25 of 30 euro.”

Maar Mostafa haalt er al rokend zijn schouders over op. Hij heeft toch werk? En het betaalt aanzienlijk beter dan in Bulgarije.

Mostafa is een schoolvoorbeeld van een ‘schijnzelfstandige’, een arbeidsrelatie die ergens tussen keurig wit en illegaal zwartwerk hangt. Bij schijnzelfstandigheid krijgt iemand vaak het werk via dezelfde persoon en is er sprake van leiding en toezicht, legt FNV-bestuurder Margreet Pasman uit. Iemand is eigenlijk in dienst. Maar toch kan de werkgever handig allerlei premies ontduiken. Het uurloon is vaak laag. „Het maakt zo iemand de helft goedkoper dan iemand die netjes volgens de cao betaald krijgt.”

Eindeloze mogelijkheden

Schijnzelfstandigheid is maar één sluiproute door het woud van regels. In de bouw – kampioen zwartwerken – kennen ze nog veel meer paadjes.

Iemand onterecht inschalen op een lager betaalde functie als hulpje, bijvoorbeeld.

Doen alsof je voor een vast bedrag een klus aanneemt (niet altijd belastingplichtig) terwijl je eigenlijk gewoon mensen uitzendt (wel belastingplichtig). Liegen dat je personeel in het thuisland al sociale premies afdraagt, en dat hier ook niet doen. Sjoemelen met lage lonen, met arbeidstijden, met overwerk, met schimmige payrollcontracten en internationale detacheringsovereenkomsten, met onduidelijke huisvestings- en bemiddelingskosten, met maaltijden, met reiskostenvergoedingen – de mogelijkheden zijn eindeloos.

Het gaat maar om één ding, zegt Pasman: „Minder loon betalen.”

Al die sluiproutes maken de bouw de donkergrijste sector van allemaal. In Europese schattingen naar undeclared work staat de bouwsector telkens met stip bovenaan. 16 procent van de bouwwerkzaamheden in Europa zou op een of andere manier zwart gebeuren, blijkt uit onderzoek van de Europese Unie. Uit een grote Europese enquête bleek dat van alle zwarte arbeid die mensen inhuren eenderde bouwklussen betreft. Schoonmaken en oppassen staan lager op de lijst.

De klusjesman

Een bouwklusje zonder factuur, wie doet ’t niet? Bel een paar willekeurige stukadoors en tegelleggers op Werkspot.nl en vraag of het zwart kan. „Ja hoor”, zegt de één zonder aarzelen. „Ligt aan de klus”, zegt de ander. „Prima”, zegt nog één.

Of vraag in je omgeving wie er wel eens zwart iemand heeft ingehuurd. Het levert geheid verhalen op over badkamers met loslatende tegels, verzakkende tuinen, onherleidbare lekkages en klussers die op magische wijze opeens een ander telefoonnummer hebben of gewoon nooit meer opnemen.

Het is de bekendste vorm van zwartwerk in de bouw, zegt Jan Cremers, onderzoeker arbeidsrecht aan de universiteit van Tilburg die het fenomeen bestudeert. „Dit is moonlighting. De baas die tegen z’n werknemer zegt: neem jij het busje dit weekend maar mee. De klus wordt contant afgerekend en gaat naar de baas of de werknemer. Of het is een zelfstandige die een deel van het werk gewoon niet opgeeft. Ik heb genoeg gedeclareerd, zegt-ie dan.”

Moonlighting gaat meestal om zaken als schilderwerk, kleine renovaties, het aanleggen van een tegelpaadje. De klussers zijn doorgaans mannen die ernaast gewoon wit werken. Cremers: „Zij hebben immers het netwerk en toegang tot gereedschap. Dit zijn geen werklozen.”

Dit type zwartwerk komt heel vaak voor, zegt Cremers. Maar hoe vaak is lastig te kwantificeren. Feit is dat moon-lighting min of meer wordt getolereerd. Niet dat de Belastingdienst er niet achteraan gaat, maar zwart bijklussen is „maatschappelijk redelijk geaccepteerd”. Bouwlui die tijdens hun witte werk gewond raken, kunnen zelfs misgelopen zwarte bijverdiensten als schade indienen, weten letselschadeadvocaten.

Onder-onderaannemers

Een minder aanvaard fenomeen is zwartwerken op de bouwplaats. Cremers: „Dat zijn de mannen die door onder-onderaannemers met een busje worden gebracht als er snel een klus geklaard moet worden.” Het gaat vaak om zwaar werk – spullen sjouwen, ijzervlechten, betontimmeren – in lange dagen voor lage lonen. Volledig zwartwerken door illegalen komt niet zo vaak meer voor, veel vaker gebruiken bazen één van de grijze sluiproutes.

Er zijn redenen waarom de bouw zich daar zo goed voor leent. Cremers somt ze op. Bouwen is arbeidsintensief – daarop beknibbelen is dus logisch. Bouwputten zijn tijdelijk en het werk is vaak al af voordat iemand komt controleren. Werk uitbesteden, en nog eens uitbesteden, is de standaard, het liefst aan goedkope arbeidsmigranten. Pasman van de FNV komt soms ketens van aannemers en onderaannemers tegen die wel zeven schakels lang zijn, en bij de Belastingdienst zijn ze nog langer. De bovenste schakels dragen nog wel belastingen en sociale premies af, de onderste niet meer. Nu de bouw weer aantrekt en er schaarste aan bouwvakkers is, neemt het alleen maar toe.

FNV-bestuurder Pasman vindt dat om allerlei redenen kwalijk. Ze loopt regelmatig rond over de bouwplaats en ziet dat de sfeer er niet beter op wordt. Er is weinig contact tussen de groepjes mannen die in verschillende busjes worden gebracht. „Ze zitten bij elkaar, schaften op een ander tijdstip of soms in een eigen keet.”

Doordat er allerlei losse groepjes zijn, voelt niemand zich verantwoordelijk voor de veiligheid. En de taalbarrières zijn niet alleen ongezellig, maar ook gevaarlijk. In 2016 telde de Inspectie SZW 470 ernstige ongelukken in de bouw, 11 procent meer dan het jaar ervoor. De dienst wijt dat aan toegenomen flexibilisering en internationalisering. Pasman: „Als je meer binding met elkaar hebt, doe je ook meer je best voor elkaar.”

Bovendien breken die sluiproutes de voor FNV zo belangrijke regel ‘gelijk loon naar gelijk werk’. Pasman: „Mensen zeggen: we worden tegen elkaar uitgespeeld. Ze krijgen te horen: voor jou tien anderen.”

Misstanden

Zwartwerken is ontzettend lastig aan te pakken – de bouwvakkers zitten na een paar weken weer in een andere bouwput. Bij de Belastingdienst is er nu een speciaal team dat toeziet op grote bouwprojecten. Dat team geeft voorlichting en overlegt aan het begin van het megaproject met de grote aannemers over hoe ze zwartwerk tegen kunnen gaan. Bijvoorbeeld door met een pasjessysteem eerst maar eens in kaart te krijgen wie er überhaupt rondlopen – iets waar de bovenste schakel vaak geen zicht op heeft.

Maar lopende misstanden opsporen blijft moeilijk. Pasman van FNV deed onderzoek naar een groep Turkse en Bulgaarse ijzervlechters die te weinig betaald kregen bij de aanleg van de Centrale As, een weg door Friesland. „Mensen zijn bang voor hun baas”, zag ze. „Ze worden behoorlijk geïntimideerd. Ze durven hun loonstrookjes niet te laten zien en zijn zelfs voorzichtig met wat ze vertellen aan een collega, want die is misschien wel een vriendje van de baas.”

Mostafa in Kanaleneiland heeft na een tijdje ook geen zin meer in het gesprek, dat maar doorgaat over contracten en beloningen en toestanden. Hij veert op, pakt zijn mobiel en beent weg.