Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

Hoe overleef je als illegaal in Nederland?

Illegalen

Nederland telt tienduizenden illegalen. Ze bestaan niet, maar ook weer wel. Ook zij doen boodschappen bij de supermarkt, nemen de bus en vaak hebben ze een zwarte baan. NRC tekent het verhaal van twee van hen op. Hun volledige namen zijn bekend bij de redactie.

Faisol

Ik ben hierheen gekomen op een toeristenvisum, maar met de politie of de IND heb ik nooit te maken gehad. Mensen uit Indonesië en de Filippijnen veroorzaken geen problemen: we gehoorzamen de wet en werken hard. Ik denk dat ze ons daarom met rust laten. Deze winter ben ik tien jaar in Nederland. Op de dag dat ik aankwam, heb ik drie uur op Schiphol staan wachten op een persoon die niet kwam. Ik had één koffer bij me en 500 euro in mijn portemonnee. Het was ijskoud, ik had een dunne jas aan. Je moet bedenken: in Indonesië is het in december 30 graden. Hier voelde het als min twintig.

„Ik kom uit Solo, dat ligt op Midden-Java. Mijn familie woont daar tussen twee bergen, een prachtige plek. Ik had een winkel in traditionele moslimkleding, maar in 2004 ging ik failliet. Ik had geld geleend bij de bank om een grote partij kleding te kunnen kopen, maar de persoon die de kleding zou afnemen ging ervandoor en ik bleef achter met een grote schuld. Uiteindelijk moest ik mijn winkel sluiten.

Foto Merlijn Doomernik

„Mijn moeder hoorde via via dat ik in Nederland werk kon krijgen. Ik verkocht mijn huis en van de opbrengst betaalde ik een agent die mij zou helpen. Voor 15.000 euro kreeg ik een visum, een vliegticket en woonruimte in Nederland. Maar eenmaal hier kwam niemand mij ophalen. Van de agent heb ik nooit meer iets gehoord.”

5.000 brieven

„Heri is mijn redding geweest, dankzij hem heb ik in Nederland kunnen overleven. Hij is de oprichter van IMWU, de Indonesian Migrant Workers Union. Ik ontmoette hem bij de Indonesische moskee in Amsterdam-West. Hij nam mij in huis en leerde me schoonmaken. Hij schreef een brief met de tekst: ‘Mijn naam is Faisol, ik kom uit Indonesië en ben schoonmaker’ en gaf me 5.000 kopieën. Een jaar lang liep ik iedere dag door de stad en deed ik bij elk huis zo’n brief in de bus. Ik kreeg één reactie. Voor deze mevrouw werk ik nog steeds, nu bijna acht jaar.

„In het begin vond ik schoonmaken verschrikkelijk. Stel je voor: in Indonesië was ik eigen baas en had ik aanzien, nu stond ik andermans toilet te poetsen. Toen ik nog geen vast werk had, deed ik van alles om geld te verdienen: schilderen, tuinieren, zwaar werk. Een keer hielp ik een Nederlands-Indonesische familie met verhuizen. Ik werkte van acht uur ’s ochtends tot middernacht, ik was helemaal kapot. Toen zeiden ze: ‘Nou, bedankt hè?’. Ze beweerden dat we hadden afgesproken dat ze mij niet hoefden te betalen. Ze wisten dat ik hen niets kon maken: ik was immers illegaal.

„Op dit moment heb ik zo’n vijftien schoonmaakadressen. Ik fiets overal naartoe, dat is gezonder en goedkoper dan met de tram. Ik vind het jammer dat ik in Diemen woon, want mijn cliënten wonen vooral in Amsterdam-Zuid. Soms begin ik al om zeven uur ’s ochtends. Er zijn huizen met wel vier verdiepingen. Geloof me: dan is stofzuigen best een exercise. Met schoonmaken verdien ik 12,50 euro per uur. Ik geef ook massages – omdat ik vroeger vechtsporttrainer was ken ik het menselijk lichaam. Voor een massage vraag ik 10 euro per uur.

„Van de 1.000 euro die ik in een maand verdien, betaal ik 400 euro huur en stuur ik 300 euro naar mijn familie. Dat doe ik via Suri-Change, ik breng het geld naar hun kantoor en zij sturen het naar Indonesïe. In mijn vrije tijd probeer ik niet te veel geld uit te geven. Als ik klaar ben met werken, kijk ik meestal naar YouTube, ik probeer op de hoogte te blijven van de Indonesische politiek. Mijn huis deel ik met zes anderen. We komen allemaal uit Indonesië en de Filippijnen, maar we brengen nauwelijks tijd met elkaar door.

Hardloopschoenen

„Met veel van mijn cliënten heb ik een goede band. Laatst zag een van hen dat ik een beetje te dik was geworden, en toen heeft hij hardloopschoenen voor me gekocht. Hij zei: ‘Faisol, jij bent niet verzekerd. Als je niet gezond blijft, heb je straks een groot probleem.’ Ik heb geen idee hoe hij mijn maat wist, maar ik vond het een heel aardig gebaar. Een andere cliënt vindt het fijn om samen te eten en over het leven te praten. Bij haar ga ik meestal twee uur schoonmaken en kook ik daarna soto.

„Ik zou graag belasting willen betalen, in 2013 ben ik met de FNV naar Den Haag gegaan om actie te voeren voor de regulering van huishoudelijk werk. De minister besloot uiteindelijk ons niet te helpen, en dat terwijl Nederland ILO 189 [een internationaal verdrag over fatsoenlijk werk voor huishoudelijk personeel, red.] al lang had geratificeerd.

„Natuurlijk mis ik mijn familie. Maar teruggaan naar Indonesië kan ik niet: als ik dat doe, kan ik nooit meer naar Nederland, en dan is er niemand meer die voor hen zorgt. De man van mijn zus heeft haar verlaten en betaalt geen alimentatie, als ik geen geld blijf sturen kan haar zoontje niet meer naar school.

Altijd heel hard ‘hallo!’ roepen

„Ik probeer er nu voor anderen te zijn zoals Heri er ooit voor mij was. Bij het Wereldhuis van de Protestantse Diaconie in Amsterdam geef ik trainingen. Dan laat ik bijvoorbeeld zien hoe je een oven schoonmaakt en vertel ik dat je altijd heel hard ‘hallo!’ moet roepen voordat je ergens binnenkomt. Ik heb ooit meegemaakt dat ik ergens kwam en mijn cliënt en zijn vrouw nog bezig waren met… nou ja, je weet wel. Ik vertel ook dat je altijd positief moeten blijven. Je moet van je werk je hobby maken, anders houd je het niet vol. Ik kom van alles tegen: braaksel, of een wc die niet is doorgespoeld. Geen probleem, denk ik dan. Ik ruim dit op, ik ben het gewend. Makanan harian, zeggen we in Indonesië. Dagelijkse kost.”

Chris

‘Wat er precies gebeurd is weet ik niet, maar vorig jaar kreeg ik ineens heel veel pijn in mijn rechterknie. Ik ging naar de huisarts, die stuurde me naar het ziekenhuis voor een scan en toen zagen ze dat mijn knie kapot was. Drie weken geleden ben ik geopereerd aan mijn meniscus. Ik kon de operatie niet betalen want ik ben niet verzekerd, maar soms krijgen ziekenhuizen een beetje geld om illegale mensen te behandelen. Ik mag nu een paar weken niet lopen van de dokter. Gelukkig komen er iedere dag mensen langs om voor mij te zorgen. Mijn diepvries staat vol bakjes met eten.

„Ik kom uit Sierra Leone, in 2001 ben ik gevlucht voor de burgeroorlog. Vijf jaar lang zat ik bij een rebellenbeweging, maar niet uit vrije keuze. In die jaren voelde ik me verdrietig en slecht. Toen ik bevrijd werd, wilde mijn moeder dat ik zou vluchten. Ze vond het niet veilig voor mij. Vanuit Guinee-Bissau ben ik met een vissersboot naar Europa gekomen. Ik wilde eigenlijk naar New York, maar tijdens de reis werd ik erg ziek. Ik kreeg overal abcessen, ook in mijn mond waardoor ik niet kon eten of drinken. In Nederland hebben ze mij naar een arts gebracht. Die zei: ‘Als je verder gaat, word je nog zieker.’

Foto Merlijn Doomernik
Foto Merlijn Doomernik

„In 2007 ben ik uitgeprocedeerd. Ik heb geprobeerd terug te keren naar Sierra Leone, maar dat is niet gelukt. Sommigen zeiden: hij moet terug. Anderen zeiden: dat kan niet, want hij is niet gezond, hij heeft stress, hij is gespannen. De rechtbank oordeelde dat ik in Nederland behandeld mocht worden. Dat is nu al jaren geleden. Ik ben naar Brussel geweest om met de ambassadeur van Sierra Leone te praten, maar hij zei dat hij mij geen laissez-passer [een tijdelijk reisdocument, red.] kon geven zolang ik geen toestemming had van de Nederlandse regering. Je ziet: ik ben nog altijd hier.”

Op zolder

„In woon nu drie jaar in Driebergen, in het huis van Nellie. Ik leerde haar kennen via de kerk, op zondag na de dienst dronken we hier koffie en dan hielp ik haar met het uitlaten van de honden. Ze vond mij een goede jongen, ze zei dat ik bij haar op zolder mocht wonen. De mensen van de kerk hebben een fonds voor mij opgericht om het huis te betalen. Als ik voor hen werk, geven zij een beetje aan het fonds. Ik heb ook een paar vrienden die mij iedere maand wat geld geven, 10 of 25 euro. Daar betaal ik boodschappen, water en elektriciteit van.

„Ik doe eigenlijk van alles. Iedere maandag ga ik stofzuigen bij een mevrouw, zij heeft borstkanker en kan dat niet meer zelf. Op woensdag en zaterdag was ik af bij twee oudere dames. En als iemand op vakantie gaat, pas ik wel eens op een huis. Sommige mensen hebben kleine dieren, cavia’s en vogels. Ik maak de kooien schoon en zorg dat de kamers netjes zijn.

„Het liefst ben ik buiten. Een beetje snoeien of gras maaien, dat vind ik het leukst. Als ik vrij ben, ga ik graag hardlopen met vrienden of fietsen op mijn mountainbike met de buurjongen. Maar nu met mijn knie kan dat even niet. Ik hoop dat het niet zo lang meer duurt.

„Tuinieren heb ik geleerd in het bejaardentehuis in Bosch en Duin waar ik van 2007 tot 2013 woonde. Het werd in 2007 gerenoveerd en Roel, de man die voor de kerk de vrijwilligers coördineert, vroeg of ik wilde helpen met het leeghalen van de woningen en het weghalen van de vloerbedekking. Toen we klaar waren zei hij: ‘Chris, je mag hier blijven want in de tuin hebben we ook een vrijwilliger nodig.’ Hij wist dat ik uitgeprocedeerd was en niets te doen had. Van Wiebe, de oude tuinman daar, heb ik heel veel geleerd. Als hij weg was, liet hij alles aan mij over en was ik eigenlijk de directeur van de tuin. Helaas ging hij op een dag met pensioen.”

Alleen in de jungle

„Ik doe ook vrijwilligerswerk bij het Zendings- en Diaconessenhuis in Amerongen. De nonnen dragen blauwe jurken en witte mutsen en zorgen voor iedereen. Ze stellen hun leven in dienst van God. Soms ga ik mee naar scholen om de kinderen over hun werk te vertellen. Als er mensen in het diaconessenhuis komen logeren, maak ik de bedden op.

„God heb ik gevonden toen ik wegging bij de rebellen. In Afrika ging mijn moeder altijd naar de kerk, maar ik ging nooit met haar mee. Ik kan haar nog zien zitten in een hoek van het huis: heel stil, hoofd gebogen, lezend in de bijbel. Op een dag was ik helemaal alleen in de jungle en dacht ik: ik ga doen wat zij deed, ik ga op zoek naar een bijbel. Ik geloof dat God mij toen uit mijn situatie heeft gered.

Familie in Nederland

„Toen ik in 2004 van mijn zus hoorde dat mijn moeder was overleden, kon ik het eerst niet geloven. Ik dacht: misschien zegt ze dit omdat ze wil dat ik terugkom om voor de kleinkinderen te zorgen. Ik zei: ‘Jullie hoeven niet te liegen, dat mama dood is hoor, ik kom zo ook wel terug.’ Maar toen ik lang niets meer van mijn moeder hoorde, wist ik dat het waar was.”

„De nonnen van het diaconessenhuis beschouw ik nu als mijn moeder. Sommige vrienden, die mij hebben geholpen toen ik in Leersum in het azc zat, zie ik nog dagelijks. Hen noem ik ‘pa’, zij zijn mijn Nederlandse vaders. Zo heb ik toch familie in Nederland.

„Ik ben best een gelukkig mens, maar ik zou willen dat ik vrij kon leven. Ik zou graag een nieuw leven willen opbouwen. Hier of ergens anders, dat maakt me niet uit. Ik heb 17 jaar lang geen verkeerde dingen gedaan, maar als je uitgeprocedeerd bent, vertelt niemand je wat je moet doen. Nederland weet dat ik er ben, ze kunnen niet zeggen dat ze me niet kennen. Toch zit ik hier en hoor ik niks.”