Column

#Ophef!

Herman Brusselmans, beste beffer van Vlaanderen en genie achter de Guggenheimer-trilogie, bezondigt zich in Nieuwe Revu aan een reeks smakeloze, mogelijk zelfs seksistische grappen over zangeres Anouk. De naarste, als ik de reacties goed begrijp, is er één waarin hij het verwekken van zes kinderen met vier verschillende mannen gelijkstelt aan seksuele losbandigheid. Feministen en twitteraars vinden daar wat van.

In het jargon van Twitter-activisten heet zo’n seksistische grap tegenwoordig ‘kritiekloze reproductie’. Wie een mop vertelt over inparkerende vrouwen, draagt bij aan het in stand houden van genderstereotypen. Ik ben er nog niet achter hoe een reproductie mét kritiek er uit zou moeten zien.

Brusselmans kiest voor zijn fileer-columns elke week een slachtoffer uit en maakt daar dan voor de hand liggende grappen over. Wat is, naast een trits withete vrouwspersonen, het effect van zo’n column? Anouk heeft zes kinderen met vier vaders. Dit is een feit. Er zijn mensen die daadwerkelijk geloven dat dit moreel verwerpelijk is. Ik beklaag deze mensen. En ja, mogelijk zien zij in de gebbetjes van Brusselmans een bevestiging van dat wereldbeeld. Dan beklaag ik hen nog meer.

Naast puberale grappen, verpakt in prachtige volzinnen, bevatten de columns ook allerlei leesaanwijzingen. Neem het intro: ‘De onderschatte Belgische schrijver Herman Brusselmans maakt korte metten met overschatte personen uit de wereldgeschiedenis’. Schept toch andere verwachtingen dan ‘Intersectioneel feminisme voor beginners’. Dan is er de stijl. Wat hij schrijft is overduidelijk grotesk. Zo zou de moeder van Floortje Dessing wilde ganzen hebben getraind om vervelende toeschouwers weg te jagen bij het kindercircus. Dit lijkt me een fabel.

Zo’n column valt binnen de grenzen van wat acceptabel is, vind ik. Tegelijkertijd wil ik de bezwaren serieus nemen – als iemand kan verduidelijken wat die precies zijn. Van de reactie van Aafke Romeijn in Vrij Nederland werd ik helaas niet veel wijzer. Het heeft weinig zin te blijven hangen in een cyclus van ‘dit is seksisme’ en ‘dat is het niet’ (eventueel aangevuld met: ‘zuur zeikwijf!’)

Laat ik bekennen dat ik zelf niet altijd gepast heb gereageerd op vergelijkbare kritiek. Op 21 oktober publiceerde NRC het stuk ‘Witte schrijver, denk na over het gekleurde personage dat je opvoert’, van Karin Amatmoekrim. Daarin gaf zij aan zich te storen aan een, eh, historisch beladen weergave van de zwarte vrouw, onder andere in de roman The Mandibles van Lionel Shriver. Ik koos ervoor het in NRC voor dat boek op te nemen. Shriver gebruikte het beeld niet om een pleidooi voor raszuiverheid te onderbouwen, zoals leek te worden gesuggereerd, maar om op dubbelzinnige wijze dilemma’s rondom identiteitspolitiek, politieke correctheid en racisme te bespreken. Dat maakt nogal uit, vind ik.

Maar Amatmoekrim schreef ook: „Die pijn is ook onderdeel van de ervaring die ik wel, en iemand anders misschien niet heeft.” Achteraf denk ik: daar ben ik wat al te makkelijk overheen gestapt. Dat verschil in perspectief, die pijn die ik niet kan voelen, ze vormen wellicht niet het ultieme argument dat elke verdere discussie overbodig maakt, maar ze hadden wel het vertrekpunt moeten zijn voor die discussie.

Om de Enig Juiste Interpretatie van mijn lievelingsboek te kunnen verdedigen, negeerde ik dat aspect. Ik meen dat zo’n denktrant in de loop van de geschiedenis al dikwijls tot bloedige conflicten heeft geleid. Mosterd na de maaltijd wellicht, maar: ik geneer mij voor die gemiste kans. Amatmoekrim riep op tot zelfreflectie en daar is niemand ooit aan dood gegaan. Behalve dan toch mijn verre voorvader, de watergeus Flip van Oersel, die tijdens een potje tafelvoetbal tot het inzicht kwam dat hij niet alleen de afvalcontainer op de hoek had laten staan, maar ook al veertig dagen niet had gegeten.

Als alle #ophef leidt tot een discussie over wat het effect van je woorden is, wat iemand met zijn woorden beoogt, en wat je de ander eventueel verschuldigd bent, dan ben ik pro #ophef. Slechts over één voetnoot is mijn mening uitgekristalliseerd: Peter Rosendaal van het CPNB die besluit dat Nieuwe Revu niet langer welkom is op het boekenbal. Wat een zuur zeikwijf.

Walt van der Linden is publicist. Hij vervangt op deze plek Rosanne Hertzberger die met vakantie is.