‘Herkenbaar verhaal over misstanden in de slachterij’

Het CDA en de Partij voor de Dieren hebben vragen over de onthulling in NRC dat de toezichthouder laks optrad tegen overtredingen bij slachterijen. „Dit is schokkend.”

Foto iStock

Sinds zijn achttiende runt Frans Wouters het gelijknamig slachthuis dat hij overnam van zijn vader, nu 37 jaar geleden. Al die jaren, elke dag, heeft hij controleurs – dierenartsen - van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) over zijn vloer in het Utrechtse dorpje Hoef. De dierenartsen controleren namens de overheid het dierenwelzijn en de voedselveiligheid in de Nederlandse slachterijen.

Het artikel zaterdag in NRC verbaasde hem: „Ik vond het schokkend”. Een dierenarts in dienst van de NVWA had meermaals ernstige misstanden zoals onverdoofd slachten intern gemeld. De toezichthouder trad er niet tegen op, terwijl de dierenarts zelf steeds werd verplaatst. De dierenarts had de misstanden gefilmd en mocht niet meer op de slachterijen komen. De beelden waren steeds bij de top van de NVWA bekend. Inmiddels zit de dierenarts thuis.

Lees ook het artikel van zaterdag: Hoe zieke biggen en vieze kippen op je bord belanden. Over slecht verdoofde geiten, kreupele biggen en drie ton op de grond gevallen kipfilets per dag.

Hekjes

Wouters is ook de voorzitter van de Vereniging van Slachterijen en Vleesverwerkende bedrijven (VSV). Hij kent de NVWA juist als een uitermate precieze organisatie. Neem nou het hekje. De controleurs willen dat hij de geiten binnen een hekje plaatst zodat de dieren niet zomaar door kunnen lopen in het ‘vuile deel’ van de slachterij. Maar hij wil dat niet. „Mijn mensen dragen messen. Ik wil dat ze die geiten met de hand tegenhouden. Liever dat er eens een keer een geit doorheen glipt, dan dat mijn mensen steeds over zo’n hekje moeten en in een mes vallen. Dan kies ik voor mensen.” Hup, 5.000 euro boete. En dan zou de NVWA niet optreden tegen onverdoofd slachten en het slachten van zieke
en wrakke biggen? „Ik zou die beelden wel eens willen zien”, zegt hij.

„De misstanden in het artikel dateren van 2013 tot 2015, maar wij krijgen zulke meldingen nog steeds. Met name in de kippenslachterijen is het mis.”

Hij is niet de enige. Hans Baaij, directeur van de stichting Varkens in Nood, zegt het ook. Maak de beelden openbaar. De NVWA zegt ze niet te hebben. Alleen de meldende dierenarts, Thiadrik Blom, zou erover beschikken. De ervaring van Baaij is dat controlerende dierenartsen die kritisch zijn „niet gewenst zijn” in de sector en soms zelfs geïntimideerd worden. „Iemand die meldingen doet, wordt kwaad aangekeken.” En als er dan meldingen over misstanden worden gedaan, wordt ook niet altijd een goed vervolg gegeven, weet hij. Blom is niet de enige. „De misstanden in het artikel dateren van 2013 tot 2015, maar wij krijgen zulke meldingen nog steeds. Met name in de kippenslachterijen is het mis.”

Dierenwelzijn

Baaij wijt het aan de bedrijfscultuur bij de NVWA. Een deel van de controleurs is volgens hem vergroeid met de sector. „Voormalig NVWA-baas Harry Paul vertelde mij eens dat dierenwelzijn niet belangrijk gevonden wordt. Dat wordt gezien als zeuren en sentimenteel gedoe.” En goed controleren of kippen niet ziek zijn of ontstekingen hebben, is toch al zo moeilijk. Het slachttempo is hoog. Aan een ketting vliegen ze voorbij. „In die sector telt elke seconde, door de druk van de markt. Supermarkten vechten om elke tiende cent.”

Bekijk hier ook een overzicht van misstanden in de Nederlandse vleesindustrie: 30 jaar dierenleed, voedselfraude en slecht toezicht

Bert van den Berg, programmamanager Veehouderij van de Dierenbescherming, herkent de organisatiecultuur van de NVWA. „Het verhaal over Blom is herkenbaar. Het duurt nog te lang voordat er door de NVWA opgetreden wordt. Een dierenarts die voortdurend bij hetzelfde bedrijf komt, kan zijn kritische blik kwijtraken. Het veranderen van de bedrijfscultuur van de dienst is echter niet eenvoudig. Men zal elkaar meer moeten beoordelen en bevragen.”

Volgens hem zijn er zeker ook slachterijen waar het wel goed gaat. „Dat zijn vooral de grotere slachterijen.

Die hebben al langer camera’s om toezicht te houden en die spreken medewerkers ook aan als ze dieren niet goed behandelen.” Na de onthulling van dierenmishandeling in het slachthuis in het Belgische Tielt heeft staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken, PvdA) een convenant gesloten met de sector om camera’s op te hangen in slachterijen.

De moeilijkheid is nog dat niet alle slachterijen mee willen doen en dat de beelden in eerste instantie in handen van de bedrijven blijven. „Je zult zien dat er een dag komt dat de NVWA beelden wil hebben en dat die net zijn gewist. Wij pleiten daarom voor een wettelijke regeling. De beelden moet naar de NVWA. Die kan er slimme software op los laten om misstanden te ontdekken.”

Kamervragen

De Partij voor de Dieren liet zaterdag weten een debat te hebben aangevraagd over de gebeurtenissen in de slachthuizen en bij de NVWA. Volgens woordvoerder Esther Ouwehand, op Twitter, zou het niet voor het eerst zijn dat een dierenarts die zijn werk doet “monddood” wordt gemaakt door de NVWA. Ook Jaco Geurts, woordvoerder van het CDA in de Tweede Kamer, wil een schriftelijke reactie van het kabinet over de toezichthouder. En niet voor het eerst. Geurts stelde de afgelopen jaren vaker kritische vragen over de waakhond, bijvoorbeeld over ICT-problemen en tarieven. De slachthuizen betalen zelf voor de controleurs die ze over de vloer krijgen (160 per uur per dierenarts, zegt Wouters). Ook voor de kosten van de camera’s draaien ze zelf op.

Volgens Geurts heeft de NVWA een aantal zaken niet op orde. „Al geruime tijd maak ik me zorgen over het functioneren van de NVWA. Ik noemde het zelfs al eens een kaartenhuis dat op instorten staat.”

Wie niet onder de indruk is, is woordvoerder Dé van de Riet van de Centrale Organisatie voor de Vleessector. „De NVWA heeft afgelopen jaren duizenden steekproeven gedaan. De slachterijen voor roodvlees kregen op een schaal van 1 tot 10, een dikke 9. Daar hechten wij meer aan dan aan de individuele waarnemingen van een dierenarts.”

Correctie (26 juni 2017): De woordvoerder van de Centrale Organisatie voor de Vleessector heet Van de Riet, niet Van Riet, zoals hier eerder stond [red.].