Opinie

Laat het parlement bijten in plaats van blaffen

Een meerderheidsregering is niet democratisch, betoogt . De meerderheid in het parlement controleert dan de regering niet. „Ze bestaat slechts uit stemvee.”

Ruim honderd dagen duurt de formatie nu al. In die zoektocht naar een werkbare coalitie hebben alle partijen de vanzelfsprekende wens uitgesproken om tot een meerderheidsregering te komen. Dat was nog nooit zo moeilijk als nu. De reden: de verkiezingsuitslag van 15 maart.

Alle mogelijke meerderheden ketsen af op uitsluiting door sommigen (VVD, CDA, SP) van anderen (PVV, VVD) als coalitiepartner. Op de begrijpelijke wens van de PvdA zich de komende jaren in alle rust te ‘herbronnen’ en niet als Klein Duimpje mee te doen aan een door de VVD gedomineerde regering. En, last but not least, op de levensbeschouwelijke tegenstellingen tussen de partijen.

Het is mij dan ook een raadsel waarom VVD en CDA zo veel tijd in de coalitieonderhandelingen met GroenLinks hebben gestoken. Iedereen kon van tevoren zien dat dit niets zou worden. De verschillen zijn eenvoudigweg te groot.

Als laatste mogelijkheid wordt nu een coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie onderzocht. Ook dat is tijdverspilling. Er zijn eerder gesprekken geweest waaruit bleek dat D66 en ChristenUnie even goed samengaan als Jezus en Satan – iets wat wij allang wisten.

Mocht de voorman van ChristenUnie, Gert Jan Segers, deze keer wel met de erfvijand in zee gaan, dan is hij geen knip voor zijn neus waard. Dan wacht hem hetzelfde lot als ChristenUnie voorman André Rouvoet enkele jaren geleden: een onmachtig ministerschap en een onzekere toekomst bij de volgende verkiezingen. Segers en zijn partij hebben niets te winnen als ‘junior-partner’ in een coalitie met VVD en D66.

Vraagtekens bij vanzelfsprekendheid van meerderheidsregering

De vraag is: wat dan? Zijn er andere, creatieve oplossingen? Jazeker: we kunnen bijvoorbeeld vraagtekens stellen bij de vanzelfsprekendheid van een meerderheidsregering. Tenslotte is een minderheidsregering óók een mogelijkheid. In het buitenland bestaan dit soort regeringen ook; in Scandinavië zijn ze al gedurende vijftig jaar zelfs de meest voorkomende regeringsvorm. En met succes.

Een minderheidsregering werkt. Dat weten we. Maar belangrijker is nog dat ze veel democratischer is dan een meerderheidsregering, die eigenlijk helemaal niet democratisch is.

De grondleggers van democratie waren er geheel van doordrongen dat ook in een democratie machtsmisbruik, onderdrukking en tirannie op de loer liggen. Waar macht is, is het mogelijk, nee zelfs waarschijnlijk, dat deze verkeerd wordt gebruikt – namelijk te eigen bate en in het nadeel van het volk. Dat is inherent aan de menselijke natuur.

Daarom, wisten de grondleggers, moeten waarborgen worden ingebouwd. De voornaamste is de controle op de regering door een onafhankelijk parlement.

De regering regeert en het parlement controleert

De centrale gedachte is dat het parlement een countervailing power moet zijn tegenover de regering. Dat vereist dat die twee machten van elkaar zijn gescheiden en dat er sprake is van een machtsevenwicht. Zouden ze volledig met elkaar verweven zijn, of zou de regering het parlement volledig domineren, dan kan er van onafhankelijke controle op de regering geen sprake meer zijn en is het parlement dus geen countervailing power.

Zo bezien staat het parlement náást de regering als belangrijkste politieke orgaan van de democratie. De regering regeert en het parlement controleert. De laatste is dus constitutioneel gezien de opponent van de regering. Het is zijn constitutionele taak te opponeren, oppositie te voeren tegen de regering. Niet om het stelsel te ondermijnen, maar juist om het stelsel te waarborgen.

In het Verenigd Koninkrijk bestaat in dit verband de gelukkige uitdrukking: her majesty’s most loyal opposition. De oppositie – het parlement – is niet uit op revolutie, maar juist op behoud van het stelsel. Ze is loyaal aan het stelsel. Er is dus alle reden voor een parlementariër om trots te zijn op zijn ambt. Het is een waarlijk nobel ambt dat het democratisch bestel in grote mate draagt.

Zo zou het moeten zijn. Zo is het eigenlijk bedoeld. Maar de praktijk blijkt heel ver van de norm af te staan. Het stelsel is verloederd en gecorrumpeerd. Dat komt omdat meerderheidsregeringen gangbaar zijn geworden. Daardoor is de meerderheid in het parlement stevig in handen van de regering. De meerderheid in het parlement controleert de regering niet, maar volgt en gehoorzaamt haar. Ze kijkt haar naar de ogen. Ze bestaat slechts uit stemvee.

Tweede Kamer: lam of leeuw? Zo heet het boek van Kamervoorzitter Anne Vondeling uit 1976. Het antwoord is nu wel duidelijk. De Kamer maakt haar constitutionele rol als opponent van de regering volstrekt niet waar. Die is nu overgelaten aan de minderheid in het parlement, die in haar eentje de naam en verantwoordelijkheid van oppositie moet torsen. Dat is natuurlijk een lachertje. Want hoe kan je effectief opponeren als je in de minderheid bent?

Zo’n minderheidsoppositie kan slechts blaffen – tot bijten is ze niet in staat.

Het machtsevenwicht tussen regering en parlement is zoek. En de gevolgen zijn maar al te zichtbaar. Om te beginnen in de hooghartige en onverschillige houding van de regering tegenover het parlement. Als we de ministers tijdens debatten op hun telefoontjes zien kijken, weten we wat ze denken: wat hier in deze zaal gebeurt is irrelevant, want de meerderheid gehoorzaamt mij en de minderheid kan alleen maar praten.

Dat het parlement weinig of niets meer te betekenen heeft, zien we ook af aan de geringe status van het ambt van parlementariër en de manier waarop parlementariërs zelf tegen hun ambt aankijken: ze zien het vooral als een wachtkamer waarin ze hun tijd moeten verbeiden tot ze hopelijk tot een hoog bestuurlijk ambt worden verheven.

Het aura van nobel ambt dat de democratie draagt, heeft het Kamerlidmaatschap allang niet meer.

Machtsevenwicht tussen regering en parlement

Al deze dingen wijzen eenzelfde richting uit: het stelsel werkt niet meer zoals het behoort te werken, met een regering die regeert en een parlement dat daadwerkelijk de regering controleert. Dat is buitengewoon verontrustend. Want gezien de problematische verhouding van de menselijke natuur tot de macht kan dat op den duur niet goed gaan.

Wie zegt trouwens dat er niet nu al sprake is van machtsmisbruik? Veel dingen die gebeuren zien we niet. En bij ontstentenis van een goede onafhankelijke controle door het parlement is niet te zeggen of het allemaal wel deugt wat er gebeurt.

Het goede nieuws: het machtsevenwicht tussen regering en parlement is te herstellen en het parlement kan weer de oppositionele rol vervullen die het toekomt.

Dat is zelfs heel eenvoudig. We hoeven niet eens van het regeerakkoord en de fractiediscipline af. We moeten alleen een regering krijgen die niet kan rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de meerderheid in het parlement. Een minderheidsregering dus.

Zo’n regering kan zich geen hooghartige houding tegenover het parlement permitteren, want ze heeft de steun van de oppositionele meerderheid nodig om dingen voor elkaar te krijgen. Het parlement zal daardoor weer de centrale plaats in ons staatsbestel innemen. Het ambt van parlementariër zal weer aantrekkelijker en eervoller worden. En het allerbelangrijkste: de regering zal echt worden gecontroleerd.

Is het moeilijk om zo’n regering onder de huidige omstandigheden te formeren? Helemaal niet. VVD, CDA en D66 staan al een hele tijd in de startblokken. En die vijf extra stemmen die ze in de Tweede Kamer nodig hebben om iets voor elkaar te krijgen? Daar moeten ze hun best maar voor doen.