Hij ging nooit zonder camera de straat op

Foto Roger Cremers

Toen VVD-politicus Hans Wiegel in 1981 in huilen uitbarstte in een verkiezingsdebat nadat hem een vraag was gesteld over zijn verse weduwnaarschap, besloot de Amsterdamse fotograaf Dolf Toussaint dit moment niet te fotograferen, maar een arm om Wiegels schouder te leggen. Misschien is dit wel een van de meest kenmerkende anekdotes over Dolf Toussaint. „Niet het vak, maar de mens is heilig”, zei hij later in een interview in Trouw, „de kwetsbaarheid van het leven staat bij mij boven alles”.

Dolf Toussaint overleed dinsdag 13 juni op 92-jarige leeftijd in een verzorgingshuis in Amsterdam, nadat hij al een aantal jaren aan dementie leed. Hij werd onder andere bekend als parlementair fotograaf en was bevriend met PvdA-politicus Joop den Uyl. Het feit dat hij zijn hele leven overtuigd sociaal-democraat was en lid van de PvdA, weerhield hem er overigens niet van ook een amicale relatie te onderhouden met VVD-politicus Hans Wiegel. „Hij heeft zelfs nog op Wiegels eerste bruiloft gefotografeerd”, aldus dochter Merel Toussaint.

Behalve als parlementair fotograaf was Toussaint bekend als straatfotograaf. Zo struinde hij in de eerste helft van de jaren zestig dagelijks door de Jordaan, toen nog een volksbuurt, met als resultaat het beroemde fotoboek De Jordaan dat in 1965 verscheen. Hij fotografeerde er de marktkooplui, de vrouwen in bloemetjesjurken, de blinde organist.

Dochter Iris Toussaint vertelt dat hij nooit zonder camera op pad ging, „ook niet als hij naar de dokter of de Albert Heijn ging”. Merel Toussaint herinnert zich: „Als je met hem van zijn huis naar de Dam liep, schoot hij wel drie rolletjes vol.” En overal knoopte hij gesprekjes aan. „Hij kwam altijd bekenden en vrienden tegen, we schoten nooit op.”

Dolf Toussaint bleef tot op hoge leeftijd fotograferen. Hij had een digitale spiegelreflexcamera die hij met één hand kon bedienen, zodat hij de andere vrij hield voor zijn rollator. Over de resultaten van zijn werk was hij kritisch. In zijn laatste jaar vroeg hij nog aan zijn dochter Iris: „Heb ik eigenlijk wel iets betekend voor de mensen?”

Het Amsterdamse Stadsarchief, waar een deel van zijn archief is ondergebracht, organiseert in de zomer van 2018 een overzichtstentoonstelling van zijn werk.

    • Rianne van Dijck