Blik op de grijze economie

De felle overnamestrijd rondom AkzoNobel, het monetaire beleid van Draghi’s ECB, door vakbond FNV georkestreerde stakingen, de jaarcijfers van Shell, de oververhitte huizenmarkt of kritiek op het werk van Zuidas-accountants. In dit economiekatern leest u doorgaans nieuws en achtergronden over allerlei facetten van de economie.

Die economie heeft echter ook een minder belichte kant. Een deel dat zich buiten het zicht van de fiscus afspeelt en waar bijzonder moeilijk grip op te krijgen is. Een deel dat door het leven gaat als de schaduweconomie en ook wel de grijze of informele economie genoemd wordt.

Hoogleraren schaduweconomie zijn er niet aan de Nederlandse universiteiten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt zich er niet structureel mee bezig. De spaarzame data die er wél zijn komen allemaal uit één bron, de Europese schaduweconomieprofessor Schneider. En als je zijn berekeningen aanhoudt, is de omvang van de Nederlandse schaduweconomie fors. Niet zo groot als in Zuid-Europese landen, maar met 8,8 procent van het bruto binnenlands product vorig jaar wel goed voor zo’n 62 miljard euro.

Het economiekatern staat dit weekend in het teken van deze schaduweconomie. We zoomen in op de omvang en kijken naar de bouw – de grootste ‘grijze’ sector. We tekenen verhalen op van de tienduizenden illegalen die in Nederland wonen en vaak ook werken. We laten zien dat de fiscus worstelt met de nieuwe schaduweconomie die online en in de nieuwe ‘deeleconomie’ ontstaat en we vroegen lezers hoe ze zelf als werkgever met hun eigen schoonmaker omgaan.

De schaduweconomie is overal.