Opinie

    • Miranda de Meijer

Bestraf emotionele verwaarlozing

Een kind kleineren laat soms een leven lang sporen na. Strafrechtelijk kom je daar als ouder niet zomaar mee weg, waarschuwt advocaat-generaal .
Illustratie Istock

Op maandag 16 februari 2015, om half tien in de ochtend, krijgt een dienstdoende centralist van de meldkamer een alarmerend telefoontje. Een meisje van twaalf heeft volgens de meldster stuipen gehad, er is schuim uit haar mond gekomen en ze ademt slecht. Haar gezicht is grauw, haar lippen zijn blauw en ze voelt zeer koud aan.

Het ambulancepersoneel dat even later arriveert, treft het meisje bleek en levenloos aan. Er is inmiddels geen hartactiviteit meer. Ze ziet er verwaarloosd uit, klein en mager. Haar benen zitten onder de blauwe plekken en zijn dik door oedeem. Het ambulancepersoneel doet er alles aan om haar onderweg naar het ziekenhuis te reanimeren.

In het ziekenhuis blijkt ze een lichaamstemperatuur te hebben van maar 23 graden. Ook daar wordt er alles aan gedaan om haar leven te redden. In een laatste poging wordt zij aangesloten aan de hart-longmachine en wordt zij drie dagen kunstmatig in coma gehouden. Ze overleeft. Uiteindelijk zal zij volledig herstellen. Een wonder.

Het gerechtshof in Den Haag veroordeelde onlangs de stiefmoeder van dit meisje tot vierenhalf jaar gevangenisstraf, onder andere voor poging tot doodslag op haar 12-jarige stiefdochter, nadat aan de hand van politieonderzoek duidelijk was geworden wat dit meisje én haar broertje in de periode daaraan voorafgaand was aangedaan. Ook de vader werd veroordeeld.

Een bijzonder schrijnende en hartverscheurende werkelijkheid drong zich aan de hand van het onderzoek op. Eén van die gebeurtenissen was dat beide kinderen gedurende langere tijd voortdurend werden onderworpen aan kleinerende en denigrerende opmerkingen. Dit werd onomstotelijk duidelijk aan de hand van filmpjes die de verdachten daarvan maakten.

Ook werden zij opgesloten in hun kamer. Naar het toilet mochten ze niet. Hun behoeften moesten zij dus doen in dezelfde kamer als waarin zij moesten slapen. Door een deskundige werd het handelen van de stiefmoeder en vader omschreven als emotionele verwaarlozing, waaruit onder meer het gevoel ontstaat dat je gebrekkig, slecht, minderwaardig of waardeloos bent. Het kan leiden tot een achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, en dus tot ernstige psychische schade.

Kindermishandeling komt in vele vormen voor. Tot voor kort was het vraag of de psychische vorm van kindermishandeling kon worden geschaard onder het Wetboek van Strafrecht en iemand daarvoor kon worden veroordeeld en gestraft. Het Openbaar Ministerie heeft voor de rechter aangevoerd dat ook dergelijke vormen van psychische mishandeling, zoals dat in deze zaak heeft plaatsgevonden, onder de werking van ons Wetboek van Strafrecht moet vallen.

Het gerechtshof gaf het Openbaar Ministerie gelijk en oordeelde dat dit inderdaad onder omstandigheden het geval kan zijn. De rechter vindt hiervoor steun in de Wet op de jeugdzorg en de Jeugdwet, waarin is opgenomen dat onder kindermishandeling moet worden verstaan „elke vorm van voor minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysiek, psychisch of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel”.

Bovendien – zo stelt de rechter – blijkt niet uit de wetsgeschiedenis van het Wetboek van Strafrecht dat de wetgever de psychische vorm van mishandeling heeft willen uitsluiten. De rechter maakt hierbij nog wel een kanttekening: niet íedere kleinerende of denigrerende handeling of opmerking kan als mishandeling worden aangemerkt. Het hangt ervan af, van de situatie en van de gedraging.

Helaas staat deze zaak niet op zich. Het is haast niet te bevatten wat een kind in een onveilige en mishandelende thuissituatie kan overkomen. Situaties waarin kinderen zich veilig zouden moeten kunnen voelen, waarin zij onbekommerd zouden moeten kunnen groeien en ontwikkelen, waarin zij kwetsbaar en afhankelijk zijn van hun opvoeders, maar die in werkelijkheid meedogenloos anders zijn.

Fysiek letsel heelt vaak met de tijd, soms met littekens als stille en nimmer uitwisbare getuigen. Psychisch letsel laat – hoewel vaak minder zichtbaar – net zo goed zijn sporen na, niet zelden een leven lang. Dit punt is in deze strafzaak beslecht, het antwoord van de rechter luidt bevestigend: ook het toebrengen van psychische schade is onder omstandigheden strafbaar. Een welkom novum!

    • Miranda de Meijer