‘Zodra de kinderen thuis zijn, werk ik niet meer’

Spitsuur

Jan Lauwrens Haisma (46) en Claudine Hogenboom (50) zijn allebei zzp’er. Als de drie kinderen uit school komen is er altijd iemand thuis. „Los van de onzekerheid is er nu meer ruimte om dingen met het gezin te doen.”

Claudine: „Ja, twee zzp’ers, dat is wel spannend. Soms word ik daar ‘s nachts wakker van.” Jan Lauwrens: „ Maar er is veel meer ruimte voor ons gezin.” Foto David Galjaard

Jan Lauwrens (JL): „We hebben geluk dat onze opdrachten nu dicht bij huis zijn, maar we waken er ook voor dat we altijd ontbijten met zijn vijven. We vinden het belangrijk om de dag samen te starten. Twanne doet zijn haar voor de spiegel, de meiden kleden zich aan. Soms hebben ze hulp nodig, maar meestal kunnen ze het zelf. Om half acht kunnen we ontbijten.”

Claudine: „Om kwart over zeven maak ik fruit en groente voor ze.”

JL: „Ze zitten nu in een fase dat ze minder brood eten.”

Claudine: „Dat deden ze eerst wel, maar dat brood kwam terug naar huis. Nu geef ik ze fruit mee, komkommer of tomaatjes. En dan eten ze soms nog een stuk peperkoek of crackers.”

JL: „Of een wit bolletje.”

Claudine: „De luxe variant, zeg maar. En die komt niet mee terug, haha.”

JL: „ Om tien over acht lopen ze de deur uit.”

Claudine: „Ik loop altijd mee, dat vinden we gezellig.”

JL: „ Soms doe ik het en fiets ik daarna door. De afspraken die ik heb laat ik dan aansluiten op de schooltijd.”

Allebei zelfstandig

JL: „Ik adviseer verschillende MBO’s en geef trainingen. Nu doe ik dat veel in Eindhoven, maar ik heb ook opdrachten gehad in de rest van het land. Meestal pak ik dan de trein en werk ik onderweg. Scholen zitten gelukkig vaak in de buurt van het openbaar vervoer. Ik pak een ov-fiets en zit dan zo op mijn plek. Bij mijn werkgever begon een studiedag om half negen. Nu kan ik zelf zeggen: we beginnen om tien uur. Ik geniet heel erg van de ruimte en de vrijheid als zelfstandige. Af en toe heb ik een opdracht die wat langer loopt, en dan vind ik het ook wel weer heel leuk om wat langer met dezelfde collega’s op te trekken. En dat je samen een verhaal maakt, dat mis ik nog wel eens. Qua inkomen is er meer onzekerheid, maar dat kunnen we goed opvangen.”

Claudine: „Ja, twee zzp’ers dat is wel spannend. Af en toe word ik daar ‘s nachts nog wel wakker van.”

JL: „Los van die onzekerheid zien we dat er veel meer ruimte is om dingen met het hele gezin te doen. We hebben de kinderen per 1 januari van de buitenschoolse opvang gehaald, dus om drie uur is er altijd iemand thuis om ze te halen. Financieel proberen we de zekerheid vooral te vinden door goed te kijken naar de vaste uitgaven.”

IJshockey

Claudine: „Als de kinderen naar school zijn pak ik de auto of de fiets naar het station. Op maandag en dinsdag haal ik de kinderen standaard om drie uur op.”

JL: „Dan zit ik op locatie tot vijf uur of half zes.”

Claudine: „Meestal probeer ik de woensdag vrij te houden. Dan werk ik wel tot kwart over twaalf. Maar Luus moet dan om half twee bij haar toneelvereniging zijn en om half vijf bij turnen. Twanne heeft ijshockeytraining om vijf uur. Hij traint drie keer in de week plus een dag wedstrijd. En af en toe nóg een training en een toernooi, omdat hij in het nationale team zit. Dan rouleren wij als taxi.”

JL: „Dat gaat via een appgroepje. Nu zijn we met drie ouders. Ze trainen hier op de ijsbaan, vijftien minuten verderop.”

Claudine: „Al die spullen zijn zo groot, dat lukt niet met de fiets.”

JL: „Afgelopen seizoen had hij op woensdag een extra ochtendtraining, dan ging ik met hem mee. We stonden samen om half zes op en om kwart over zes had hij de warming up. Als je je erop instelt is het prima.”

Hiphop-dansles

Claudine: „Zodra de kinderen thuis zijn, werk ik niet meer.”

JL: „Ik doe nog weleens een poging hoor. Dan zijn de kinderen hier aan het spelen en dan zit ik nog wat achter de computer.”

Claudine: „Dat vind ik zo typisch mannelijk. Ik kook, elke dag. Op dinsdag moeten we vroeg eten omdat ik om zeven uur naar hiphop-dansles ga. Ik huppel een beetje mee – ik ben de oudste in de groep. Het is ontzettend leuk om te doen. Iedere toon is er een ander pasje. Ik heb eigenlijk vanaf mijn vierde gedanst, heel lang deed ik Argentijnse tango.”

JL: „Nee, ik ben geen danser.”

Claudine: „Ik ben een katholieke Limburger. En Jan Lauwrens is een protestantse Groninger, haha.”

JL: „Ik kan er wel heel erg van genieten om de kinderen of jou te zien dansen. Dat gebeurt regelmatig. Dan gaat hier de muziek aan en staan ze met zijn drieën in de woonkamer.”

Boek

JL: „Wij eten zo tussen zes en zeven uur. Afruimen doen we gezamenlijk.”

Claudine: „Afhankelijk van hoe laat het is kijken ze naar Het Klokhuis, Het Jeugdjournaal en naar Spangas. Luus gaat na Spangas naar boven, Fie gaat om acht uur en Twanne om negen uur. Een half uur voordat ze gaan slapen zijn er geen schermen meer aanwezig. Fie heeft een iPod. Twanne heeft een iPad en een iPhone. Er gaan in ieder geval geen schermen mee naar boven. We hebben daar ook niet zo’n gedoe over. Twanne heeft een groepsapp met zijn klas, daarin zie ik soms om kwart over elf nog appjes langskomen. Dat is bij ons onbestaanbaar.”

JL: „Ik lees de kinderen elke avond voor. Twanne heb ik de hele Harry Potter-reeks voorgelezen in twee jaar tijd. Nu lees ik Sarafina en de Zwarte Heks met Fie.”

Claudine: „Na negen uur hangen we op de bank. Als we een goede serie vinden gaat dat ten koste van onze nachtrust. Soms werken we nog wat. Ik doe een schrijversopleiding en het is de bedoeling dat je acht tot tien uur per week aan huiswerk besteedt. We gaan rond half twaalf naar bed. Voor mij is hetvan levensbelang om dan nog een aantal bladzijdes te lezen. Dat is mijn ding, mijn boek in mijn tijd. Ik heb een boek bij mijn bed en een boek beneden, voor tijdens de lunch. Mijn slaapboek is een chicklit of feel good-roman. Ik ben nu net in de nieuwste van Sophie Kinsella begonnen, maar dat is eigenlijk een bovenboek.”